OpinieDe positie van de minister-president

Opinie: Rutte is niet de baas, maar gedraagt zich als het hem uitkomt wel zo

Te vaak is de politieke en staatsrechtelijke positie van de minister-president onduidelijk. Tijd om dit aan te passen in de Grondwet, betoogt oud-Kamerlid Bob van den Bos. 

Demissionair premier Mark Rutte geeft een toelichting op de extra coronamaatregelen in Nederland.  Beeld ANP
Demissionair premier Mark Rutte geeft een toelichting op de extra coronamaatregelen in Nederland.Beeld ANP

Hoever gaat de verantwoordelijkheid van de minister-president? Mark Rutte kreeg er politiek breed van langs vanwege het toeslagendrama. De minister-president (MP) ‘schaamde zich’ maar sprak zich vervolgens zelf opzichtig tegen. Eerst was hij zelf niet direct verantwoordelijk voor wat er mis ging op de departementen van Financiën en Sociale Zaken. In het recente Kamerdebat was hij ineens wel ‘altijd direct verantwoordelijk’. Eerder noemde hij zichzelf ‘de eindverantwoordelijke baas’. Welke Rutte heeft gelijk?

Opmerkelijk: Ruttes zelfcorrectie staat haaks op de Grondwet. De constitutie spreekt uitsluitend over de minister-president als voorzitter van de ministerraad. Deze is verantwoordelijk voor de samenhang van het algemene regeringsbeleid. De termen ‘regeringsleider’, ‘premier’ en ‘eindverantwoordelijk’ staan nergens in de Grondwet, al worden ze alom gebruikt. In tegenstelling tot veel buitenlandse ambtsgenoten kan de minister-president collega-ministers geen instructies geven of doctrines opleggen: hij is grondwettelijk niet de baas maar slechts de eerste onder zijn gelijken.

Ministers zijn collectief gehouden aan de besluiten van de raad, maar individueel verantwoording verschuldigd aan het parlement voor hun eigen portefeuille en het handelen van de ambtenaren van hun departement. De minister-president is persoonlijk verantwoordelijk voor het kleine coördinerende ministerie van Algemene Zaken waaronder het Koninklijk Huis en de Rijksvoorlichting vallen. Dit departement staat niet in een gezagsverhouding tot andere departementen.

De grondwetgever heeft een al te expliciete hiërarchie op het hoogste politieke niveau welbewust niet gewenst. Horizontale besluitvorming zit diep verankerd in onze geschiedenis en cultuur. In een land van samenwerkende minderheden, coalities en compromissen gunnen politieke partijen elkaar van oudsher geen duidelijke leidersrol.

Het toegenomen gezag en de invloed van Rutte vloeien deels voort uit zijn politieke vaardigheden (crisismanager) en ervaring, maar zijn zeker ook te verklaren uit het gegroeide gewicht van de functie.

Complexiteit van het beleid

De noodzaak tot coördinatie nam sterk toe door de complexiteit van het beleid. Als woordvoerder van het hele kabinet in de media is de voorzitter de verpersoonlijking van het regeringsbeleid. De coronapersconferenties hebben dit beeld nog eens versterkt. Het woord regering werd vervangen door ‘Rutte’. Het mag van Rutte, het moet van Rutte - alsof hij er alleen over ging.

Rutte is ook naar eigen zeggen geen minister van alles, maar gedraagt zich wel zo. Nota bene geflankeerd door twee ministers van Volksgezondheid, liet de minister-president zich in de Tweede Kamer aanspreken op vaccins en verpleeghuizen en GGD’s . Niemand in de Kamer keek op van drie ministers van Volksgezondheid.

Een andere belangrijke reden voor de statusverhoging van de minister-president ligt in de toegenomen macht van de Europese Raad. Hierin is Rutte de gelijke onder de eersten. Wie niet beter weet zou denken dat hij in eigen land een vergelijkbare positie heeft als de Duitse bondskanselier Merkel of de Franse president Macron.

Baas

De politieke dimensie van het huidige zichtbare (crisis-)leiderschap van Rutte is dubbel: de VVD is en blijft veruit de grootste in de peilingen, en de oppositie grijpt haar kans Rutte de schuld te geven van alles wat er fout gaat. Geen verantwoordelijkheid zonder bevoegdheid is een onomstreden principe van het staatsrecht. Door zichzelf eindverantwoordelijke baas te noemen, werkt Rutte in de hand dat hij wordt aangesproken op zaken die buiten zijn grondwettelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden liggen.

De politieke praktijk is verregaand losgezongen van de Grondwet. Onduidelijkheid troef, mede door toedoen van de MP zelf. Zelfs de Raad van State komt er niet meer uit. In een advies over ministeriële verantwoordelijkheid maakt de Raad nota bene een onderscheid tussen staatsrecht en politiek. Behalve formeel voorzitter van de ministerraad is de MP politiek ‘als regeringschef aanspreekbaar’ op de collectieve verantwoordelijkheid. Betekent ‘politiek’ hier ‘gewoonterecht’, los van de grondwet? Waarom dat Duitse ‘chef’ (vgl. ‘Chefsache’) ? Wat zijn de bevoegdheden van een ’chef ? Is aanspreekbaar iets anders dan verantwoordelijk?

De positie van de MP is nu een grabbelton van termen, gevuld met (eind-)verantwoordelijk, aanspreekbaar, schuldig, waaruit al naar gelang de politieke behoefte kan worden geput. Het wordt de hoogste tijd om grondwettelijk vast te leggen wat de bevoegdheden van de minister-president zijn en waar hij precies verantwoordelijk voor is en waar niet. Wat is algemeen regeringsbeleid en wat specifiek? Is Rutte verantwoordelijk voor de vaccins of De Jonge? Een parlementaire rechtstaat kan niet zonder duidelijke spelregels. Kortom, nog een belangrijke les uit de huidige affaire.

Bob van den Bos voormalig lid van Tweede en Eerste Kamer voor D66.

Meer over