OpinieKindertoeslagaffaire

Opinie: regelmatige hoorzittingen kunnen de kloof tussen overheid en burger verkleinen

De parlementaire controle op de uitvoering van beleid moet versterkt. En dat kan op een nieuwe manier, betoogt Jaap van der Ploeg.

Commissieleden Tom van der Lee (GroenLinks), Roy van Aalst (PVV), Jeroen van Wijgaarden (VVD) en Femke Merel van Kooten Arissen, tijdens de tweede dag van de hoorzittingen van de tijdelijke commissie die onderzoek doet naar problemen rond de fraudeaanpak bij de kinderopvangtoeslag. Beeld ANP
Commissieleden Tom van der Lee (GroenLinks), Roy van Aalst (PVV), Jeroen van Wijgaarden (VVD) en Femke Merel van Kooten Arissen, tijdens de tweede dag van de hoorzittingen van de tijdelijke commissie die onderzoek doet naar problemen rond de fraudeaanpak bij de kinderopvangtoeslag.Beeld ANP

In het hoofdredactioneel commentaar van vrijdag 20 november schrijft Raoul du Pré dat ambtenaren buitenshuis – bijvoorbeeld bij Kamerleden – alarm moeten kunnen slaan als zij binnenskamers zaken mis zien lopen. Aanleiding: de Kamercommissies die onderzoek doen naar de uitvoering van wetten zoals die rond kinderopvangtoeslag en uitvoeringsorganisaties.

De analyse van Du Pré – veel ellende kan worden voorkomen als ambtenaren mogen vertellen wat ze mis zien gaan – is juist, maar bij de manier waarop hij dat wil doen, zet ik grote vraagtekens.

Du Pré schrijft dat volgens de oekaze van oud-premier Kok ambtenaren geen rechtstreeks contact mogen hebben met Kamerleden. Dat is echter maar ten dele waar. Het is al jaren zo dat ambtenaren Kamerleden helpen bij het schrijven van complexe moties, amendementen en initiatiefwetsvoorstellen. Daarnaast is het ook gebruikelijk dat ministeries briefings geven aan Kamercommissies.

Oekaze Kok

Wat bedoelde Kok dan wel? Ten tijde van deze ‘oekaze’ was ik directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD). Waar Kok voor wilde waken was dat ‘stiekeme’, niet-openbare contacten tussen ambtenaren en Kamerleden de transparantie van de besluitvorming beïnvloedt. Nu weet iedereen: de ambtenaren doen hun werk in opdracht van de minister en die is politiek verantwoordelijk. Ministers kunnen die ministeriële verantwoordelijkheid niet dragen als niet duidelijk is wie van zijn ambtenaren met wie waarover gesproken heeft.

Bij de behandeling van haar begroting van binnenlandse zaken heeft minister Ollongren vorige maand aangekondigd de ‘oekaze Kok’ te willen herzien. Dat is prima, maar laten we dan wel goed kijken waar de schoen wringt. En dat is bij de uitvoering van de wet-en regelgeving.

Misstanden komen nu alleen naar buiten na intensief spit- en graafwerk van Kamerleden en journalisten en het dappere werk van klokkenluiders. Bij de huidige onderzoeken naar de uitvoeringorganisaties in het algemeen en naar de kinderopvangtoeslag in het bijzonder blijkt dat de ambtenaren ofwel te veel naar binnen gericht waren (een ambtenaar moest zelfs toegeven dat hij pas na berichtgeving in de media begreep wat er iets mis was) ofwel wel zagen wat er mis was, maar niks met die kennis deden.

Dat probleem lossen we niet op door meer interactie tussen ambtenaren en Kamerleden. Dat moeten we doen op de plekken waar de pijn wordt geleden: bij de uitvoeringsorganisaties. We moeten veel meer werk maken van de parlementaire controle op de uitvoering van de wet- en regelgeving.

Marktwerking

En dan gaat het echt om bijna alle beleidsterreinen, want vrijwel overal doen zich problemen voor. Dat heeft zeker ook te maken met het denken uit de jaren ’90, dat de markt het allemaal veel beter kon dan de overheid.

Met name tijdens de twee kabinetten-Kok werden veel overheidstaken afgestoten – en dan met name in de uitvoering van beleid – en bij die verzelfstandigde uitvoeringsorganisaties hoefde men eigenlijk maar naar één vraag te kijken: is het wel efficiënt genoeg of kan het misschien nog goedkoper?

Ook moest de overheid voortaan worden gerund door ‘managers’, wat betekent dat onze topambtenaren om de vier jaar van post wisselen en nauwelijks inhoudelijke kennis hebben van hun terrein.

Gelukkig zien de meeste politieke partijen nu wel, dat de relatie markt-overheid veranderd moet worden ten gunste van de overheid, zelfs de VVD.

Maar hoe kunnen we het nu geschetste dan beter oplossen? De ‘oekaze Kok’ kan grotendeels van tafel. Maar ongecontroleerd contact tussen ambtenaren en Kamerleden heeft de geur van achterkamertjes en is niet transparant. Het bijhouden van registers van wie met wie sprak en waarover (zoals bij lobbyisten) werkt totaal niet.

Hoorzittingen

Ik pleit voor een veel bredere aanpak, waarbij niet alleen ambtenaren worden betrokken maar ook uitvoeringsorganisaties en de misdeelde burger zelf.

De parlementaire controle op de uitvoering van beleid moet worden versterkt. Dat kan door het invoeren van regelmatige hoorzittingen van Kamercommissies over de uitvoering van de wet- en regelgeving op hun beleidsterreinen. Deze hoorzittingen zijn openbaar voor media en burgers en dus hoort dan iedereen wat er werkelijk in de praktijk gaande is.

De Kamerleden komen daar om te luisteren en vragen te stellen. De antwoorden komen van de ambtenaren, de uitvoerders en de betrokken burgers die zich voor de hoorzitting hebben opgegeven.

En dat moet vooral niet in Den Haag, maar in het land. Ik denk aan een keer in de maand – tien keer per jaar. Het lijkt mij ook een prachtige manier om de kloof tussen burger en overheid te verkleinen. En wie wil dat niet. Een mooi onderwerp voor de verkiezingsprogramma’s en de daaropvolgende campagne.

Jaap van der Ploeg is oud-chef politieke redactie NOS Journaal en oud-directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst.

Meer over