Opinie

Opinie: Overheid vergeet bij strijd tegen eenzaamheid enorme groepen, met grote gevolgen

We zetten ons in voor bijvoorbeeld eenzame ouderen, waarom dan niet voor eenzame psychiatrische patiënten, getergde vluchtelingen of burgers die tussen wal en schip raken? Zo voeden we ressentiment en populisme.

Demonstratie in Den Haag van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire.  Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Demonstratie in Den Haag van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Onlangs werd de documentaire Alleen tegen de staat van Stijn Bouma uitgezonden waarin vijf vrouwen zonder dat we de vragensteller horen, zonder dat ze onderbroken worden en zonder dat de setting enige aandacht trekt, vertellen hoe het hun is vergaan in de ‘toeslagenaffaire’. Hun monologen en de soberheid van de entourage hakken erin. Deze vrouwen zijn verpulverd door onze overheid. En stuk voor stuk beschrijven ze de gekmakende ervaringen van aanhoudende vernedering en onstuitbaar onrecht. Daaruit resulteert een afzichtelijke eenzaamheid: alles en iedereen verliezen, je collega’s, je kinderen, je familie, je vriendinnen, en uiteindelijk ook jezelf, je geloofwaardigheid, je zelfvertrouwen, je zelfrespect. Gruwelijke eenzaamheid die diepe wonden heeft geslagen.

Deze week viert Nederland uitbundig de ‘Week tegen eenzaamheid’. Maar over de gruwelijke eenzaamheid van de slachtoffers van het toeslagenschandaal gaat het niet. Dat is te wijten aan de selectiviteit van ‘Een tegen eenzaamheid’, het onderliggende programma van VWS dat zeer succesvol is. Het vat eenzaamheid op als een probleem van ouderen en richt zich vrijwel alleen op hen. Soms wordt verbreed naar jongeren. Maar deze uitbreiding neemt mijn probleem niet weg: belangrijke categorieën eenzamen blijven beleidsmatig buiten beeld.

Psychiatrische patiënten

Wie zijn er dan nog meer eenzaam in Nederland? We weten dat het ruime merendeel van onze psychiatrische patiënten – ook zij die zich snijden, die suïcidaal zijn, depressief of bespookt worden door stemmen – ontstellend eenzaam zijn en zich buitengesloten voelen. Het Trimbos-instituut schat dat zij drie- tot viermaal vaker eenzaam zijn dan anderen en volgens de meest recente cijfers gaat het om zo’n kwart miljoen mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA).

Of neem degenen die zeggen een voltooid leven te hebben. Uit recente publicaties van onderzoekster Van Wijngaarden blijkt dat de wens om het leven te beëindigen, schommelt met de ervaringen van eenzaamheid. We noemden al de slachtoffers van het Toeslagenschandaal. Kort na het uitkomen van het onderzoeksrapport daarover, Ongekend onrecht, verscheen Ongehoord onrecht in het vreemdelingenrecht (april 2021). De bundel telt 48 droog vertelde maar ten hemel schreiende casussen die getekend zijn door excessief formalisme, het wegzetten van mensen als oplichters, een IND die onbuigzaam vasthoudt aan regels en daarbij de menselijke maat volstrekt uit het oog verliest en een rechterlijke macht die dit alles terughoudend beoordeelt.

Deze vreemdelingen voelen zich volkomen vereenzaamd, verlaten, uitgekotst en verstoten. En dat zijn ze ook.

Eenzaamheid kent vele gestalten – ze worden in onze eenzaamheidsprogramma’s echter amper gezien. Je kunt je ook moeilijk voorstellen dat de activiteiten die voor eenzame ouderen ontplooid worden, zoals samen eten, wandelen en knutselen, net zo gezellig uitpakken met verwarde patiënten of met dolgedraaide slachtoffers van de vreemdelingenwet. Als we echter de eenzamen met wie de omgang zwaar valt ter zijde laten, dan voegen we eenzaamheid toe aan eenzamen.

Geen plek

Maar de dode hoek in het eenzaamheidsbeleid is groter. Politiek filosofe Hannah Arendt schrijft in haar boek over totalitarisme (1950/1966) over eenzaamheid. Eenzaamheid is voor haar geen plek in de samenleving hebben. Ze tekent indringend het verband tussen eenzaamheid en de ontvankelijkheid voor fascistoïde ideologieën die sterk doen denken aan wat rechtspopulisten vandaag de dag uitdragen.

Mensen die maatschappelijk ontgoocheld zijn, die geen onderdak vinden en zich beroofd voelen van hun werk, inkomen, zekerheden, eer en die almaar niet gehoord worden, voelen zich eenzaam en zijn daardoor prooi voor populisten. Die wakkeren het eenzaamheidsgevoel aan en bieden vervolgens een uitweg: een nieuwe gemeenschap, vijanden op wie je je frustratie kunt afreageren, een luide stem in het publieke debat, een krachtige vader die zegt voor je te zorgen. Het troost en heft even het gevoel van eenzaamheid en sociale overbodigheid op.

Het is deze vorm van eenzaamheid waarvoor ook hedendaagse politiek filosofen, zoals Noreena Herz in haar De eenzame eeuw (2020), aandacht vragen. Niet volgens een medisch model over eenzaamheid denken – je wordt er ziek van, je sterft eerder en het vervormt je hersenen – maar politiek.

Analyses over het succes van Trump herhalen het voortdurend: zijn aanhangers zijn allereerst eenzame mensen, in eenzaam makende bubbels, die snakken naar troost, erkenning en een nieuwe gemeenschap. Onze samenleving stoot mensen af omdat ze niet voldoende mee kunnen komen, ontbindt oude gemeenschappen, legt de lat almaar hoger, wakkert onophoudelijk concurrentie aan, versnelt het leven, verplaatst arbeid over de grens, voert te pas en te onpas marktwerking in en propageert liever idealen als vrijheid, zelfredzaamheid en autonomie dan solidariteit en institutioneel fatsoen.

Overbodig voelen

Als je het aankunt, is het misschien prachtig, maar de slachtoffers ervan – een brede onderlaag, aldus Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, in zijn boek Veenbrand (2019) – zijn onmiskenbaar eenzame mensen, die zich overbodig en verlaten voelen en bij wie het wantrouwen jegens de overheid en de elite gestaag gevoed wordt. Hetzelfde wantrouwen dat momenteel door de stuntelige kabinetsformatie wordt gevoed en dat vakkundig wordt uitgebaat door populisten. Het zijn niet slechts boze burgers die als rijpe appelen in hun schoot vallen: het zijn vooral burgers die zich uitgestoten, miskend en verwaarloosd voelen. Dat is wat eenzaamheid ook oproept: ontheemding (zoals Arendt het noemt).

Tegen de achtergrond van de Week tegen eenzaamheid stel ik vast dat het tijd is de andere vormen van eenzaamheid aandacht te geven en kritisch te zijn op de taal en idealen die we daarbij propageren. Het probleem is niet dat we deze of gene variant over het hoofd zouden zien, maar dat een samenleving die politieke eenzaamheid miskent, het risico loopt dat haar sociale weefsel scheurt.

Andries Baart is (emeritus) hoogleraar Presentie en Zorg , thans verbonden aan het UMC Utrecht, afd. psychiatrie, en aan de North-West University (Zuid-Afrika).

Meer over