Opinie

Opinie op Zondag: ‘Bedrogen minnaar’ Europa moet niet alleen zijn hart volgen, maar ook zijn verstand

Terecht gaan stemmen op dat de EU-lidstaten hun handelingsvermogen (eindelijk) moeten opkrikken. ‘Strategische autonomie’ en een ‘geopolitieke EU’ zijn daarvoor de strijdkreten. Maar de voorstanders hiervan moeten geen knollen voor citroenen verkopen of ons voor misleidende keuzes plaatsen, betoogt Arnout Brouwers.

Nederlandse mariniers patrouilleren in het gebied rond Somalië in het kader van de operatie Atalanta, een missie van de Europese Unie om de piraterij te stoppen voor de Somalische kust. Beeld ANP
Nederlandse mariniers patrouilleren in het gebied rond Somalië in het kader van de operatie Atalanta, een missie van de Europese Unie om de piraterij te stoppen voor de Somalische kust.Beeld ANP

Met de hashtag #EUolifant betogen sommigen op Twitter dat er in de verkiezingscampagne onvoldoende aandacht voor het buitenland en de Europese Unie is, vooral op tv. Onbedoeld is het ook best een handzame beschrijving voor de Europese Unie als club van staten met de omvang, onvermijdelijkheid en potentiële kracht van een olifant. En helaas ook de gebrekkige wendbaarheid van dat grote dier, dat telkens kwetsbaar blijkt tegenover gemene stropers met kwaaie grimassen en grote geweren.

In Nederland wordt door de ervaringen met Trump snel afstand genomen van de band met de VS als anker van de Nederlandse veiligheid. Het is vooral een reactie op vier jaar vijandigheid van Trump jegens bondgenoten. Maar de structurele omwenteling - die ook toen al tot meer afstand leidde - voltrok zich dertig jaar geleden met het einde van de Koude Oorlog. Machteloze Europeanen worstelden jaren met de Bosnië Oorlog, tot de Amerikanen ingrepen na de genocide in Srebrenica.

Slippendrager van Amerika of vrije Europeaan?

We beleven dus niet voor het eerst het ‘Uur van Europa’. Kun je als je nu de Europese strategische autonomie uitroept, dertig jaar verloren tijd en mislukte pogingen buiten beschouwing laten? Of nopen die tot enige voorzichtigheid? Juist veiligheidsdenken laat zich slecht verenigen met de waan van de dag.

Onlangs verscheen in De Groene het stuk Speler of speelbal - Nederland en de wending naar Europese geopolitiek van Monica Sie Dhian Ho, directeur van Instituut Clingendael, directeur van het China Centre aldaar Frans-Paul van der Putten en hoogleraar EU-recht Luuk van Middelaar, tevens auteur en expert van de Adviesraad Internationale Vraagstukken. Zij betogen dat Nederland voor een fundamentele keuze - en heroriëntatie - staat naar aanleiding van de opkomst van China en het einde van de Amerikaanse ‘mondiale hegemonie’ die de VS volgens de auteurs uitoefenden sinds 1990.

Wat is volgens hen de keuze: verder als ‘vazal van de Verenigde Staten’ (en dat wordt alleen maar erger, waarschuwen ze), neutraliteit, of aansluiting bij een door Frankrijk en Duitsland aangedreven geopolitieke EU. Het antwoord op deze vraag is een schot voor open doel. Aangezien niemand ‘vazal’ wil zijn, of openlijk wil uitkomen voor een de facto neutrale opstelling, moeten we dus inzetten op aansluiting bij een ‘geopolitieke EU’ geleid door Frankrijk en Duitsland.

Toevallig was dat ook de hoofdconclusie van een WRR-rapport onder leiding van historicus Maarten Brands waar ik 25 jaar geleden aan meewerkte - met dat verschil dat toen buiten Parijs nog niemand zo roekeloos was om deze te willen versterken ten koste van de transatlantische verhoudingen. Nu wel, blijkt ook uit de ontwikkelingen in Berlijn, en dat maakt de kwestie in een post-Brexit EU behalve pikant ook brisant.

‘Winter is coming’

Nu zich met het autoritaire China een nieuwe wereldmacht aankondigt is het blijkbaar een uitgelezen moment om te kiezen. Een beetje alsof je aan het begin van een strenge winter een warme behaaglijke jas bestelt met een levertijd van minimaal enkele maanden - maar toch alvast je oude winterjas bij het grofvuil zet.

Dat verbaast, omdat na dertig jaar proberen in EU-verband (en het optuigen van ontelbare papieren Europese divisies) het schip de haven nog altijd niet heeft verlaten. De afgelopen jaren van Amerikaanse afwezigheid en tegenwerking zagen we EUropeanen die machteloos toekeken terwijl Turkije en Rusland hun machtspolitieke doelen nastreefden in Libië, Syrië, en op de Kaukasus. Zelfs de Turkse intimidatie van Griekenland leidde binnen de EU tot weinig meer dan gesmoord muizengepiep.

René Cuperus, ook verbonden aan Clingendael, zei in een recent buitenlanddebat georganiseerd door de Atlantische Commissie dat Europa zich gedraagt als ‘bedrogen minnaar’. Hij noemt de Europese strategische autonomie een ‘dwaalleer’. Tijdens een recente podcast van BNR kreeg hij het aan de stok met Rob de Wijk (oprichter van denktank HCSS). Cuperus zei de anti-Amerikaanse ondertoon, die je ook terugziet in peilingen, te wantrouwen. ‘Het zijn toch waandenkbeelden dat Amerika een grotere bedreiging is dan Rusland of China?’ Nee, antwoordde De Wijk stellig, ‘dat is gebaseerd op vier jaar Trump. De schade die is aangericht is gigantisch.’

Eindelijk verenigd: EU-ideologen en gefrustreerde Atlantici

De (bijna) verenigde experts zijn het dus eens over de diagnose én het medicijn. EU-ideologen en gefrustreerde Atlantici vinden eindelijk troost bij elkaar - op zich wel ontroerend. Toch blijf ik nog zitten met wat vragen. Ook bij de Europese strategische autonomie, die volgens oud-topdiplomaat Pieter Feith in Den Haag ‘wordt nagejaagd met religieus fanatisme’.

Klopt de analyse van de dreiging? (Ik vrees van niet.) Klopt de veronderstelling over de ontwikkeling van Amerikaanse macht? (Die heeft ons eerder verrast.) Klopt de aanname over de voorziene ontwikkeling van de EU? (Die heeft ons eerder teleurgesteld.)

En wat betekent het allemaal in de praktijk - en is dat goed voor Nederland? Een recent voorbeeld is het eind december tussen de EU en China bereikte investeringsakkoord met China. Dat is op zich hard nodig ter verbetering van de huidige ongelijkheden in de economische relaties met China, maar het resultaat werd door China gevierd als ‘strategische overwinning’. Ook onze minister van Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag, wiens Europese geloofsbrieven niet ter discussie staan, had kritiek op de timing ervan, vlak voor het aantreden van Biden, én de inhoud.

Bovengestelde vragen nopen tot behoedzaamheid - en ook nederigheid tegenover een wereld waarin verschillende transformaties tegelijk bezig zijn. En Cuperus heeft gelijk: de zucht naar strategische autonomie leidt tot dusver vooral tot het afzetten tegen de VS. Dat oogt toch een beetje als turen naar de kosmos met een leesbril op.

Het laat onverlet dat de centrale uitdaging in deze tijd tóch een Chinees bewind is, met een president en een Communistische Partij van China (CCP), die mondiaal een dominante positie nastreven, ten koste van liberale democratieën. Het feit dat veel Amerikanen dat ook vinden, betekent nog niet dat het niet waar is. Veel Australiërs, Britten, Japanners, Zweden, Canadezen, Indiërs, Taiwanezen, en Zuid-Koreanen (de lijst is allerminst uitputtend) vinden dat ook. Zijn ze allemaal gek geworden? Een recent rapport van Freedom House zal ze niet hebben gerustgesteld.

Samen sterk?

Dat democratieën zich gezamenlijk zouden kunnen organiseren en verweren tegen het autocratische model is in het essay van Sie en Van Middelaar nauwelijks een alinea waard. Want met de VS erbij lijkt dat te veel op de vazal-optie met een ‘in een ideologisch gedreven, anti-Chinese inkleuring’. Nou moe. Vanuit Beijing bezien is die ideologische inkleuring en competitie tussen waarden er in elk geval wel, dat valt moeilijk weg te wensen. En sinds wanneer kunnen we niet meer het onderscheid maken tussen een autoritair bewind en de mensen die er onder leven (en weinig invloed hebben op hun bestuur)? Dat onderscheid vormt het uitgangspunt voor mijn boek Rodina, over Russen en Belarussen.

Het is veelzeggend. De angst te worden ‘meegezogen’ in een koude oorlog tegen China - ook al zegt Biden hardop dat hij dat hij die ook niet wil - vertroebelt de blik. Dat verbaast mij, als trotse en autonoom denkende Europeaan. Daar is Europa dan toch zelf bij? Hoe kun je tegelijk zeggen autonomie na te streven én bang zijn voor een inhoudelijk debat met een bondgenoot? Klinkt toch weer als muizengepiep.

En ja, de VS zijn (veel) ‘onbetrouwbaarder’ geworden - al is de buitenlands-politieke overeenstemming in de VS over de Navo en de waarde van bondgenoten groter dan Trump deed vermoeden. Maar is het niet naïef te denken dat veel ontwikkelingen die de Amerikaanse democratie bedreigen zich in Europa niet met dezelfde kracht doen voelen? Bovendien: ik schat de Amerikaanse (en Britse) wil en het vermogen zichzelf en de vrijheid te verdedigen ook anno 2021 nog altijd hoger in dan de Europese. In Duitsland vindt nog geen 30 procent dat geweld soms nodig kan zijn om de wereldorde te handhaven. In Nederland ontbreekt de politieke wil om financieel te investeren in strategische autonomie volledig.

Er zijn wel lichtpuntjes. De naïviteit omtrent de risico’s van China’s aankomst als wereldmacht neemt af in Europa. En langzaam leert de EU zijn economie als machtsinstrument te gebruiken. Maar een land als Nederland kan in deze internationale omgeving weinig anders dan inzetten op alle internationale verbanden die de nationale welvaart en veiligheid dienen.

Wie in deze wereld de indruk wekt dat er een keuzemenu beschikbaar is om uit het doolhof te komen, leeft in een fantasie. Het is veeleer: roeien met de riemen die je hebt. Alle riemen, wel te verstaan.

Arnout Brouwers is politiek redacteur van de Volkskrant .

Meer over