Opinie

Opinie: Onze oud-koloniën hebben de draagdoek- of slendang-kinderen voortgebracht.

Van Indonesië tot Suriname en Nederland dragen de ‘slendang-kinderen’ het verleden van slavernij en kolonialisme in hun genen. Dat ontdekt arts Peter Schneeberger tijdens een verblijf in Suriname. Hij vindt er cultuur uit zijn jeugd op Java.

De Suriname-rivier.  Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
De Suriname-rivier.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Sandra Hermelijn is een recent gepensioneerde arts-microbioloog in Suriname. Ik vang met een groep collega’s tijdelijk haar vrijgekomen functie op en we begeleiden een jonge Surinaamse arts bij zijn opleiding. Als geste van gastvrijheid heeft Sandra mij op sleeptouw genomen naar haar broer Michael en zijn vrouw Marieke in Domburg aan de Suriname-rivier. Zij wonen in een huis van de familie, dat toevallig of niet, recht tegenover de Plantage Vreeland ligt. De voorouders van de Hermelijnen zijn vrijgemaakte slaven van die plantage, die inmiddels is overwoekerd en geworden tot het leefgebied van brulapen. De loop van het lot van mijn voorouders is in zekere zin complementair aan deze geschiedenis.

Mijn voorvaderen beheerden voor de oorlog een plantage in Buitenzorg op Java. Zo leerde mijn moeder (geboren in 1932) de wereld kennen vanuit een slendang, een draagdoek op de rug van haar baboe. Na de oorlog, aan het einde van de politionele acties, ontmoette zij mijn vader, die werkzaam was in Makassar. Dit schiep voor mijn moeder de mogelijkheid voor een nieuw postkoloniaal leven in Indonesië. Zo kon het gebeuren dat ook ik in 1954 mijn leven begon in een slendang, op de rug van mijn baboe Tina.

Verloren jeugd

De scheiding van mijn ouders en het definitieve en gedwongen vertrek van de Nederlanders uit Indonesië aan het eind van de jaren vijftig betekende voor mijn moeder het definitieve einde van dit bestaan. Haar verhalen over het koloniale verleden en de daaropvolgende omwentelingen gingen vaak over de onrechtvaardigheid van de verloren jeugd, het verlies van het onteigende bezit en de miskenning daarvan.

Het boek Revolusi van David Van Reybrouck onderstreept hoe groot het verschil was tussen het behoudzuchtige neokoloniale denken en de ontluikende identiteit van de Indonesische volkeren. Rond 1960 was het doek van het koloniale bewind definitief gevallen, zonder een vorm van compassie of gunfactor voor deze vrijgemaakte natie.

Goedkope arbeidskrachten

Een bijzonder aspect van het bewind van Insulinde was het enorme aantal inwoners van de kolonie ten opzichte van het aantal inwoners van Nederland. Het is niet zo verbazingwekkend dat door de afschaffing van de slavernij en de toenemende wereldwijde druk om plantages te exploiteren, gezocht werd naar goedkope arbeidskrachten. Zo kon het gebeuren dat ronselaars op grote schaal Indonesiërs lokten om onder andere in Suriname hun geluk te beproeven.

Anton de Kom was een bewogen Surinaamse jongeling met een groot hart en een groot rechtvaardigheidsgevoel. Hij was tijdens het interbellum begaan met het slavenverleden van Suriname en worstelde ook met het onrecht dat de Javanen was aangedaan door de ronselaars die hen onder valse voorwendselen naar Suriname hadden gelokt. Hij speelde een rol bij de collectieve bewustwording van deze groep van dit onrecht.

Ondanks zijn inzet was het lot onomkeerbaar en lukte het slechts een enkele Javaan terug te keren naar Indonesië. Zodoende bezit Suriname een groot contingent aan inwoners met Javaanse genen.

Javaanse cultuur

Het leven in Paramaribo is dan ook, naast alle andere etnische culturen, verweven met de Javaanse cultuur. Ik had mij dat niet gerealiseerd toen ik voor het eerst in Suriname kwam. Ik werd me daar op een bijzondere manier nog meer van bewust, toen Michael en Marieke het hadden over hun dochter, die moeite had met de aanpassing als student in Nederland.

Ze noemden haar een ‘slendang-kind’. Toen ik vroeg wat ze daarmee bedoelden, legden ze uit dat de slendang ook de draagzak van je verleden is en dat het heel begrijpelijk is dat de cultuur van jouw verleden je parten speelt als jij je moet aanpassen in een andere samenleving.

Voor mij was de duiding van deze metafoor aanleiding op een andere manier bewust te zijn van mijn Javaanse en koloniale genen. Maar ook van hoe de kaarten van wortels en cultuur, en ook recht en onrecht, zijn gehusseld en geschud in de loop der tijd. En dat je desondanks verbonden blijft met je verleden door de slendang van je genen.

Peter Schneeberger is (gepensioneerd) arts-microbioloog in ziekenhuis Bernhoven te Uden en in het Jeroen Bosch Ziekenhuis te Den Bosch.

Meer over