opinie

Opinie: Omroep en evenementen krijgen miljoenen coronageld. En die laten artiesten gratis optreden

In Den Haag domineert de theorie dat als je geld naar de top van de culturele sector smijt, er vanzelf wel geld naar beneden druppelen zal. Waarom stelt de overheid niet gewoon eisen aan de ontvangers van alle corona-hulpgelden, vraagt Erwin Angad-Gaur zich af.

Entree van het Hilversumse Mediapark. Beeld ANP
Entree van het Hilversumse Mediapark.Beeld ANP

Twee columns over de culturele wereld leidden de afgelopen maanden tot enige politieke reuring. De open brief aan de Volkskrant van muzikant Maurits Fondse en de column van Henk Westbroek in het Sena Performers Magazine 1 van dit jaar. De Volkskrant-brief leidde tot een schriftelijke reactie van Minister Van Engelshoven, de column tot Kamervragen en schriftelijke beantwoording door haar collega Slob.

Er zat een grote eenvormigheid in de beantwoording. De centrale boodschap: de regering kan er niks aan doen. Dat bij de culturele fieldlabs, waar het ministerie miljoenen in pompte, de artiesten gratis mochten optreden (of zelfs, in sommige gevallen, zelf hun bandleden betaalden) lag ‘aan het veld’.

5 ton van de 10 miljoen

Dat, zoals Westbroek uit betrouwbare bronnen vernam, van de 10 miljoen euro aan subsidie voor de makers via de publieke omroep omstreeks 5 ton naar de musici gaat, was volgens Minister Slob moeilijk te zeggen. Het was nog te vroeg om de rekening op te maken. ‘Volgens de NPO is de betreffende uitspraak (…) niet eenvoudig te verifiëren’, meldt hij de Kamer. ‘Er zijn verschillende vormen waarin muziek in een programma gebruikt wordt en er zijn ook verschillende vormen waarin artiesten in programma’s worden gebruikt. De omstandigheden bepalen welke vergoeding voor welke situatie gepast is.’

De extra tien miljoen lijkt, kortom, in een zwart gat gestort. Tien miljoen extra beschikbaar stellen voor de maker, om hun een podium te geven om betaald hun werk te kunnen verrichten tijdens de crisis, maar een afrekening van de bestedingen is te veel gevraagd. Het lijkt op minister Hugo de Jonge, die ook niet van de bonnetjes is. Het is crisis tenslotte. En de ‘sector’ weet de gelden vast goed te besteden.

Nul euro

Slob kon ook niet zeggen of na de crisis de opvatting zal herleven dat een ‘passende vergoeding’ voor artiesten die optreden in de media nul euro bedraagt (en in tegenstelling tot Sywert van Lienden ook werkelijk ‘zelfs geen reiskosten’). Ook daarvoor was het te vroeg, ook al nam de Kamer eerder een motie aan die daarom vroeg. ‘Vooropgesteld staat dat de publieke omroep zelf over een (fatsoenlijke) betaling van artiesten in programma’s gaat. Het is onwenselijk, vanwege zijn onafhankelijke positie, dat de overheid de publieke omroep hiertoe verplicht.’

De minister kan slechts de omroepen smeken rekening te houden met de motie Kwint (SP), die de overheid opriep zich hier wel degelijk mee te bemoeien. De minister was daar druk mee bezig. ‘Deze gesprekken lopen momenteel nog. De Kamer zal voor het zomerreces op de hoogte worden gebracht van de uitkomst van deze gesprekken.’

De evidente vraag waarom de overheid geen eisen van fatsoen stellen kan aan subsidie uit gemeenschapsgeld blijft onbeantwoord. Vermoedelijk ook in de nadere berichtgeving voor het zomerreces.

‘De sector’

Hier wringt constant de schoen: de overheid neemt wetten aan over eerlijke auteurscontracten, werkt (terecht) aan aanscherping van die wetgeving (het auteurscontractenrecht), steunt een gesprek over ‘de arbeidsmarktagenda Cultuur’. Maar de van diezelfde overheid volledig afhankelijke publieke omroep, een van de grootste daders in uitbuiting van muziekauteurs en muzikanten, wordt slechts smekend aangesproken. Met een beroep op welwillendheid. De overheid stelt gelden ter beschikking ten behoeve van ‘de makers’ maar laat het aan ‘de sector’ om de besteding te regelen.

Ook in de andere steunpakketten voor de cultuur was dat de filosofie: trickle down zou de maker bereiken. Voor de onbekenden met die term: het is de theorie dat als je geld naar de top smijt, er vanzelf wel geld naar beneden druppelen zal. Onderzoek van de Boekmanstichting toonde inmiddels aan dat dit minimaal gebeurde. De culturele instellingen bezuinigden tijdens de crisis met name op de zzp’ers. En steun aan de instituten kwam derhalve ouderwets in de stenen terecht.

Pannekoek

Om de reactie van SP-Kamerlid Peter Kwint op Twitter te citeren: ‘Soms is het best lastig om niet cynisch te worden. Letterlijk waar ik een jaar geleden voor waarschuwde. ‘Nee we geven juist geld aan instellingen zodat zij het aan zelfstandige artiesten besteden.’ Ja. Nee dus. Zoals elke pannenkoek kon bedenken.’

Te hopen is dat het nieuwe kabinet zal leren van het nu demissionaire en de moed zal hebben eisen van fatsoen te stellen aan het ontvangen van subsidie. Aan de omroep, aan podia en aan orkesten en opera.

En dat het oog zal hebben voor initiatieven (zoals het door de vakbond en rechtenorganisatie Sena recent begonnen Nationaal Podiumplan voor de jazz en wereldmuziek) die trickle up als uitgangspunt nemen: subsidie via de artiest; geld via de werkelijke makers, onder in de keten. Maar het is soms inderdaad moeilijk om optimistisch te blijven.

Erwin Angad-Gaur is schrijver en componist en senior adviseur van Ntb/Kunstenbond, de vakbond voor musici

Meer over