Opinie

Opinie: Olympische Spelen in Tokio: een nachtmerrie uit het buitenland

De Japanse droom om de wereld te laten zien dat alles in het land weer op rolletjes loopt, is uiteengespat door de covidpandemie. De Spelen lijken nu meer een gifbeker die moet worden leeggedronken.

Japanners betogen tegen de Olympische Spelen.  Beeld EPA
Japanners betogen tegen de Olympische Spelen.Beeld EPA

In september 2013 vergaderde het Internationaal Olympisch Comité in Buenos Aires over de plaats waar de Spelen van 2020 zouden gaan plaatsvinden. De stad Tokio liet tv-persoonlijkheid Christel Takigawa het woord voeren over omotenashi, de legendarische Japanse gastvrijheid. Ze vertelde over veiligheid op straat en onbaatzuchtige service. ‘Met de mooiste gastvrijheid van de wereld zijn we klaar om u te verwelkomen’, zei ze.

De Japanse overheid was toen al jaren bezig het land te presenteren als een fantastische toeristische bestemming. Aan het begin van de eeuw kwamen er jaarlijks minder dan 5 miljoen buitenlandse bezoekers, in 2016 waren het er al ruim 20 miljoen en in het olympische jaar 2020 hadden het er 40 miljoen moeten zijn.

Hartelijkheid

Iedereen die in Japan op bezoek is geweest, heeft de vriendelijke bediening en service ervaren. Al die hartelijkheid kon niet verhullen dat Japanners zich ook wel een beetje ongemakkelijk voelden met de aanwezigheid van buitenlandse gasten. Toeristen die telefoneren in de metro, luid praten of eten op straat veroorzaken ergernis. Japanners verwachten dat je je in de publieke ruimte gedraagt alsof je bij iemand thuis op bezoek bent.

De pandemie heeft dat sluimerende gevoel van ongemak met buitenlandse aanwezigheid versterkt: xenofobie is nu troef. Sinds maart 2020 is het voor zakenlieden, studenten en toeristen praktisch ondoenlijk Japan in te komen. De gezondheidscontroles waren milder voor Japanners die terugreisden naar eigen land. Alsof Japanners niet door een landgenoot konden worden besmet, liep tot december 2020 een ‘Go To Travel’-subsidieprogramma om het binnenlands toerisme te bevorderen. Ondertussen zitten restaurants vol en treinen puilen uit.

De angst dat buitenlandse delegaties nieuwe virusvarianten binnenbrengen, verklaart de publieke weerzin tegen de Olympische Spelen. Olympische bezoekers moeten apps installeren en gps-tracking toestaan, zodat ze steeds gevolgd kunnen worden en sporters worden geïsoleerd. Hotels worden in de gaten gehouden om te voorkomen dat deelnemers in contact komen met gewone Japanners of restaurants bezoeken. Tokio verandert de komende weken in een totalitaire stad die meer weg heeft van Noord-Korea dan de hoofdstad van een democratisch land met legendarische gastvrijheid.

Angst

En nog is de angst groot dat alle voorzorgsmaatregelen niet genoeg zullen zijn om te voorkomen dat de naar schatting 85 duizend atleten, officials, journalisten en andere betrokkenen nieuwe coronavarianten introduceren bij een grotendeels niet-gevaccineerde bevolking. In de sociale media gaat het voortdurend over buitenlanders die de regels overtreden. Er zitten grote gaten in de bubbels.

De Japanse pers staat vol met berichten over olympische delegaties die positief testen op het coronavirus. Dat begon al met de aankomst van de eerste delegaties in juni. Een Oegandees testte positief op de besmettelijkere deltavariant. Hij werd op het vliegveld in quarantaine geplaatst, maar de rest van het negenkoppige team mocht naar hun pre-Olympische kamp,​​waar een tweede ­Oegandees positief testte. De toon was gezet. Tot overmaat van ramp bleek vorige week een teamlid uit Oeganda verdwenen te zijn. Hoezo toezicht?

Door de strot geduwd

De frustratie is dat Japan de Spelen door de strot geduwd kreeg door het Internationaal Olympisch Comité, ongeacht de coronasituatie, om de miljarden dollars aan media-inkomsten veilig te stellen. De toorn geldt vooral IOC-voorzitter Thomas Bach die bij aankomst zei dat ‘veilige Spelen voor iedereen het doel is, vooral ook voor de Chinese bevolking – uhh, Japanse bevolking’. Zijn bezoek aan Hiroshima om de slachtoffers van de atoombom te herdenken, werd als huichelachtig afgedaan.

Van de Olympische Spelen als feest der verbroedering is niets meer over. Niemand heeft het nog over de Spelen die na een jaar uitstel in 2020 de overwinning van de mensheid op het coronavirus zouden markeren. Voor Japan is de droom uiteengespat om aan de wereld te laten zien dat land de economische recessie te boven is en dat de wederopbouw na de ramp in Fukushima is voltooid. Er staat slechts een gifbeker om te ledigen. ‘Ons doel is dertig gouden plakken’, zei het Japanse Olympisch Comité een paar weken geleden nog. Die voorspelling is ingewisseld voor een plichtmatig ‘we gaan ons best doen’. Die dertig gouden medailles gun ik de Japanners.

Freek Vossenaar is Japan-kenner en auteur. Dit voorjaar verscheen zijn boek ‘Kijken in de ziel van Japan’.

Meer over