OpinieSolidariteit

Opinie: Nu is het moment voor ware solidariteit binnen het koninkrijk

Nederland moet niet enkel de wil hebben om de drie overzeese landen van het koninkrijk bij te staan in deze coronacrisis, maar Aruba, Curaçao en Sint-Maarten daadwerkelijk helpen. Dit betogen Maria Cuartas y de Marchena, ­Jurenne D. Hooi, Arthur Kibbelaar en Walter Palm.

Maria Cuartas y de Marchena­Jurenne D. HooiArthur Kibbelaar en Walter Palm
null Beeld EPA
Beeld EPA

De total lockdown om de coronapandemie te bestrijden heeft op Aruba, Curaçao en Sint-Maarten ertoe geleid dat de economische activiteit grotendeels tot stilstand is gekomen. Net als in Nederland zijn in de drie overzeese landen van het koninkrijk scholen, kantoren en alle niet-vitale ondernemingen, waaronder horeca en hotels, voor onbepaalde tijd gesloten. De ­belangrijkste pijler van de formele economie, de toeristische industrie, is ingestort. Investeringen aan beide zijden van de oceaan, van zowel plaatselijke als Nederlandse ondernemers, dreigen in rook op te gaan.

De klap van de coronapandemie maakt de sociaal-economische situatie op Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, al vóór de crisis kwetsbaar, onhoudbaar. Veel mensen zitten zonder inkomsten thuis en vragen zich af hoe ze de komende tijd aan eten moeten komen. Sleutelfiguren, vrijwilligers en lokale ngo’s doen wat ze kunnen om de grootste nood te lenigen, maar ook hun staat het water aan de lippen.

Gezien deze nijpende situatie hebben de drie landsregeringen met een verwijzing naar het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden een beroep gedaan op de Nederlandse regering voor bijstand. Deze heeft een renteloze lening aangeboden, die ver onder het gevraagde bedrag van de eilanden ligt. Goedbedoeld, maar zo’n lening belast Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, die nu al bijna bezwijken onder hun schuldenlast, nog zwaarder.

Het Nederlandse voorstel is nu niet het goede antwoord op de noden van de eilanden. Ook is dit niet het goede moment om welke hulp dan ook te koppelen aan afspraken over een betere begrotingsdiscipline van de landen. Dit reguliere begrotingsgesprek vindt al elders plaats. Wij ondersteunen het pleidooi van de landen om hulp vanuit het solidariteitsbeginsel.

Solidariteit binnen het koninkrijk en het Statuut moet zich nu waarmaken door de coronacrisis in gezamenlijkheid aan te pakken. Het gaat niet enkel om ‘de wil om elkander bij te staan’, maar om elkaar ook daadwerkelijk bij te staan. Nu Aruba, Curaçao en Sint-Maarten soortgelijke crisismaatregelen gaan treffen als Nederland, stellen we voor dat Nederland aanbiedt deze maatregelen rechtstreeks te bekostigen en niet via de omweg van een lening.

Deze crisis is uitzonderlijk en vraagt om een uitzonderlijke en gezamenlijke aanpak binnen het koninkrijk. Op de korte termijn is acute noodhulp nodig; op de langere termijn is veel wijsheid, daad- en uitvoeringskracht nodig om de dreigende sociaal-economische implosie van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten af te wenden.

Daarom is ons tweede voorstel een ‘Corona Crisis Taskforce’ in te stellen, vergelijkbaar met de crisisteams na een orkaan. Deze kan het bestuur van de verschillende landen van het ­koninkrijk bijstaan bij te nemen maatregelen. Maar ook een uitvoeringsplan formuleren voor de wederopbouw van de economieën in het post-coronatijdperk.

De coronacrisis biedt kansen voor een nieuw elan en een nieuwe visie op ­samenwerking en solidariteit binnen het koninkrijk. Laten we deze kans ­gezamenlijk aangrijpen.

Meer over