Opinie

Opinie: Niet meer ‘prikken wat de pot schaft’ tekent onze luxepositie. Toch is die houding bedenkelijk en riskant

Twee coronavaccins nu al uit het inentingsprogramma halen, betekent dat we vooruitlopen op de kennis over werkzaamheid en bijwerkingen van ‘gewilde’ mRNA-vaccins.

Het personeel van het Erasmus MC wordt gevaccineerd tegen corona met het Janssen-vaccin in mei. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Het personeel van het Erasmus MC wordt gevaccineerd tegen corona met het Janssen-vaccin in mei.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De Gezondheidsraad heeft opnieuw bekeken wie welk covid-19-vaccin zou moeten krijgen nu het vaccinatieprogramma zo goed op stoom komt. De conclusie van de Gezondheidsraad is dat voor het individu de verhouding tussen de baten en de risico’s van de beschikbare covid-19-vectorvaccins (AstraZeneca en Janssen) minder gunstig lijkt voor jongere leeftijdsgroepen. Het kabinet heeft deze conclusie overgenomen, maar dat roept vele vragen op.

AstraZeneca- en Janssen-vaccins zijn nog altijd veilig en effectief, benadrukt de Gezondheidsraad. Toch is de maatschappelijke onrust er niet minder om. Wat er nu gebeurt: in Europa goedgekeurde vaccins worden afgeserveerd, met grote gevolgen voor het vertrouwen in vaccins in de samenleving.

Hachelijke zaak

Om te beginnen is het de vraag of de vergelijking tussen de vaccins terecht is. Het blijft methodologisch een hachelijke zaak de beschikbare vaccins op basis van de huídige kennis te vergelijken op hun werkzaamheid. De geconstateerde bijwerking trombose in combinatie met trombocytopenie (TTS) is zeker een issue. Maar de incidentie daarvan, het vóórkomen, is zeer laag.

Een vergelijking maken met de mRNA-vaccins (Pfizer, Moderna) vraagt op dit moment meer dan we weten. Immers, ook van die vaccins kennen we nog niet alle bijwerkingen. Er speelt nu al de discussie over een mogelijk verband tussen het Pfizer-vaccin en een ontsteking van de hartspier bij mannen tussen de 16 en 30 jaar. Meer kennis over de risico’s van alle beschikbare covid-19-vaccins zal nog volgen. En dat is goed, want zo werkt het systeem van geneesmiddelenbewaking. Als er echt reden is om in te grijpen zullen de EMA en het CBG dat zeker doen.

Kwetsbare productie

De laatste maanden is verder zichtbaar is geworden hoe kwetsbaar en onberekenbaar de productiecapaciteit en levering van vaccins kunnen zijn. Wat nu een luxesituatie lijkt, hoeft dat morgen niet meer te zijn. Bovendien, alles wijst erop dat we in de toekomst nog vaker met vergelijkbare pandemieën te maken zullen krijgen. Ook technologieplatforms die de basis vormen van de vectorvaccins (AstraZeneca en Janssen) zullen dan hard nodig zijn.

Daar nu twijfel over zaaien door ze als minder weg te zetten zal niet zonder gevolgen blijven. In onze samenleving, maar ook in meer bredere zin. De wereld is groter dan Nederland, maar ook in Denemarken, Finland en enkele andere landen zien we vergelijkbare fenomeen optreden. Zullen vaccinontwikkelaars nog wel heil zien in deze platforms? Hoe gaan wetenschappers of autoriteiten als de EMA en het CBG hierop reageren? Een sneeuwbaleffect met mogelijk negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van de noodzakelijke pandemische vaccins van de toekomst, is niet ondenkbaar.

Betere aanpak

Maar het grootste bezwaar is toch wel de schijn die wordt gewekt dat het nationale belang prevaleert in een tijd van een ongekend ernstige pandemie. Het is al erg genoeg dat de verdeling van vaccins zo ongelijk is in de wereld, ook binnen Nederland. Daarover valt veel te zeggen, maar daar nu de wat hautaine houding van ‘luxe’ aan toe te voegen, is bedenkelijk. Er is eigenlijk nu maar één prioriteit. Zo snel mogelijk zo veel mogelijk mensen vaccineren. Minister De Jonge sprak eerder over ‘prikken met wat de pot schaft’. Met wat we nu weten, was dat om meerdere redenen een betere aanpak.

Bert Leufkens is emeritus hoogleraar Universiteit Utrecht, oud-voorzitter van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en voormalig lid van het wetenschappelijk comité van de EMA (Europees Geneesmiddelenbureau).