Opinie

Opinie: Nederlandse regering moet zich niet verschuilen achter Gambia in Rohingya Genocidezaak

Als soevereine staat kan Nederland zelf in actie komen tegen Myanmar en de Rohingya steunen, betoogt John Packer.

Een Rohingya-vluchtelingenkamp nadat een grote brand het kamp in Cox's Bazar, Bangladesh, platbrandde. Beeld Reuters
Een Rohingya-vluchtelingenkamp nadat een grote brand het kamp in Cox's Bazar, Bangladesh, platbrandde.Beeld Reuters

In het licht van de recente staatsgreep en het toenemende militaire geweld tegen burgers in Myanmar zou men verwachten dat de Nederlandse regering zocht naar mogelijkheden voor actie. Helaas niet. Blijkens het antwoord van het kabinet van 22 februari op parlementaire vragen over de mogelijkheid de Rohingya Genocidezaak te steunen bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, lijkt de Nederlandse regering zich te verschuilen achter flauwe excuses voor gebrek aan actie.

De reactie van de regering zegt genoeg. Om te beginnen beweert de regering, hoewel het ‘in theorie mogelijk is’ dat Nederland een eigen zaak begint tegen Myanmar, dat dit afhangt van de mening van Gambia. Gambia heeft al een klacht ingediend tegen Myanmar voor schending van het Genocideverdrag.

Als soevereine staat die partij is bij het Genocideverdrag heeft Nederland echter toch zeker dezelfde rechten (en plichten) als Gambia? De positie van Nederland is op zijn minst even sterk als die van Gambia, of Nederland nu een aparte zaak start of zich aansluit bij de bestaande zaak. Het Hof kan in alle redelijkheid een Nederlandse zaak niet weigeren en Gambia bevoordelen.

Vertraging?

De regering heeft gelijk dat actie door Nederland de zaak zou vertragen. Maar zo’n vertraging zou relatief klein zijn en zeker worden gecompenseerd door het voordeel dat Nederland dan naast (en niet achter) Gambia zou staan.

Dit is, politiek gezien, de zin van gezamenlijke statelijke acties, zoals Nederland dat eerder met succes heeft gedaan. Het mag duidelijk zijn dat Gambia niet de sterkst denkbare procederende partij is, met een instabiele politieke situatie en een zwakke economie.

Belangrijker is misschien nog dat de Rohingya zelf staten hebben opgeroepen, waaronder Nederland, om de zaak bij het Internationaal Gerechtshof te steunen. Waarom zou de regering dit weigeren als ze zegt de Rohingya te willen helpen? Als Nederland de zaak als partij zou steunen, via welke route dan ook, zou dit de zaak meer gewicht geven, meer politieke druk genereren en de positie van de Rohingya versterken.

Ook hierin schiet het antwoord van het kabinet tekort. Tot nu toe zijn de rapportages van Myanmar met betrekking tot de naleving van de door het Internationaal Gerechtshof opgelegde voorlopige maatregelen niet openbaar gemaakt, en zulks alleen op basis van een flinterdunne praktijk van het Hof die niet wordt ondersteund door een specifieke regel. Zeker bij een zaak van algemeen belang als deze, gaat het niet openbaar maken duidelijk in tegen het belang dat ‘justice be seen to be done’ en dat degenen die direct getroffen zijn (de Rohingya) de rapporten kunnen inzien.

Het antwoord van het kabinet roept de vraag op waarom Nederland het Strafhof niet gewoon vraagt de rapporten openbaar te maken en zelf een zaak begint. Geheimhouding doet afbreuk aan het vermogen van verdragspartijen om hun belangen te beoordelen en te besluiten of ze passende en tijdige maatregelen moeten nemen. Passief blijven, levert alleen een fait accompli op.

Rohingya-vluchtelingen doorzoeken het puin op de plek waar hun onderkomen is afgebrand na een brand die uitbrak in een Rohingya-vluchtelingenkamp in Cox's Bazar in Bangladesh. Beeld Reuters
Rohingya-vluchtelingen doorzoeken het puin op de plek waar hun onderkomen is afgebrand na een brand die uitbrak in een Rohingya-vluchtelingenkamp in Cox's Bazar in Bangladesh.Beeld Reuters

Absurd

Erger nog, het idee dat Nederland eerst met Gambia moet overleggen is absurd. Als een soevereine staat, met zijn eigen belangen en verplichtingen, heeft Nederland niet alleen geen enkele verplichting jegens Gambia, maar doet het in feite afstand van zijn eigen soevereiniteit door zijn eigen verantwoordelijkheden, belangen en verplichtingen af te schuiven. Waarom zou Nederland dat doen?

Tot slot, met betrekking tot de stem van de Rohingya zelf in deze zaak, slaat de korte verklaring, dat het procesreglement van het Internationaal Gerechtshof niet voorziet in eigen deelname voor volken zoals de Rohingya in interstatelijke procedures, de plank compleet mis. Natuurlijk is het duidelijk dat de contentieuze rechtspleging voor het Hof enkel voor staten geldt, maar de specifieke zaak van de genocide op de Rohingya is zeker van primair belang voor de Rohingya zelf.

Daarom zou het kabinet moeten zoeken naar manieren om hun stem te betrekken bij de zaak, bijvoorbeeld via verdragspartijen, via intergouvernementele organisaties, of langs andere wegen (zoals via de artikelen 34 of 50 van het Statuut van het Hof).

De essentie van de reactie van het kabinet is dat het geen actie wil ondernemen en evenmin een poging wil doen om manieren van actie te onderzoeken.

Een dergelijk antwoord aan de Tweede Kamer, nu de situatie in Myanmar na de staatsgreep verder verslechtert, is meer dan teleurstellend. Juist nu is het tijd voor actie om de internationale rechtsorde te handhaven, en niet om excuses te zoeken om dit uit de weg te gaan, en zodoende de Rohingya, het volk van Myanmar en de internationale rechtsorde in gevaar te brengen.

John Packer is hoogleraar internationaal recht en conflictoplossing en directeur Human Rights Research and Education Centre, Universiteit van Ottawa, Canada.

Meer Info over EU-sancties: https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2021/03/22/myanmar-burma-eu-sanctions-11-people-over-the-recent-military-coup-and-ensuing-repression/

Meer over