Opinie

Opinie: Nederland verdient een echte Grondwet-dag

In deze coronacrisis wordt veel naar de Grondwet verwezen. En terecht, want daarin gaat het om onze parlementaire democratie en rechtsstaat. Op 3 november 1848 werd op basis van een ontwerp van de staatsman Thorbecke daarvoor de basis gelegd. Dat verdient een jaarlijkse viering.

Bas de Gaay Fortman
De eerste grondwet van Nederland in het Nationaal Archief. Beeld anp
De eerste grondwet van Nederland in het Nationaal Archief.Beeld anp

Tot voor kort was de inhoud van de Nederlandse grondwet nauwelijks bekend. Nu is die vrijwel dagelijks in het nieuws. Werd burgers voorheen gevraagd of ze de Grondwet belangrijk vonden, dan zei een overgrote meerderheid ‘ja’. De meesten konden ook toevoegen waarom: het is de grondslag van ons land. Democratie en recht. Maar kenden ze de Grondwet dan? Nee, eigenlijk niet.

Hun kennis beperkte zich tot hooguit gelijke behandeling en het discriminatieverbod (artikel 1) en enkele grondrechten zoals vrijheid van godsdienst (artikel 6) en van meningsuiting ( artikel 7). Een kentering was er toen de aanpak van de klimaatcrisis om forse ingrepen bleek te vragen. Wie moesten daarvoor opdraaien? Het bedrijfsleven, de bouwers, de boeren, de burgers of de gepensioneerde buitenlui?

‘Er is woningnood en wonen is een grondrecht, het staat in de Grondwet’, aldus Bouwend Nederland-voorzitter Maxime Verhagen in de aanloop naar zijn Malievelddemonstratie begin vorig jaar. Klopt het? Artikel 22 lid 2 van de Grondwet luidt: ‘Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid’. Wonen vergt dus de zorg van de overheid, maar is daarmee nog geen grondrecht. Rechtsgeldige aanspraken kunnen burgers en belangenbehartigers zoals Bouwend Nederland aan dat grondwetsartikel niet ontlenen. Wel ondersteuning van een politiek betoog.

Sinds de pandemie ook ons land in de greep kreeg, wordt in het politiek debat vrijwel dagelijks naar de Grondwet verwezen. Hier gaat het om enerzijds bescherming van de persoonlijke levenssfeer - het grondwettelijk recht op privacy (artikel 10) en andere vrijheidsrechten - en anderzijds de publieke verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid (artikel 22 lid 1). Sinds de coronacrisis wordt in het politiek debat vrijwel dagelijks naar de Grondwet verwezen. Hier gaat het om enerzijds bescherming van de persoonlijke levenssfeer - het grondwettelijk recht op privacy (artikel 10) en andere vrijheidsrechten - en anderzijds de publieke verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid (artikel 22 lid 1). Bij een pandemie ligt in die specifieke zorgplicht van de overheid de rechtvaardiging voor vrijheidsbeperkende maatregelen.

Botsende belangen

Intussen rijst de vraag wat we aan de Grondwet hebben als botsende belangen gedekt worden door elk een eigen grondwetsregel, zonder dat duidelijk wordt hoe tot een afgewogen politiek besluit te komen. Het antwoord is dat dit nu eenmaal voor elke wetstekst geldt. Van wettelijke voorschriften naar een besluit vergt een proces van feitenonderzoek, gedachtewisseling en oordeelsvorming. Daarbij speelt belangenafweging een vanzelfsprekende rol, met het algemeen belang als leidraad (artikel 50). Overheid, parlement en burger moeten er intussen aan wennen dat maar zelden één enkel grondwetsartikel doorslaggevend is. Er worden afwegingen gevraagd van verschillende belangen in het licht van verschillende grondwettelijke en andere normen.

De Grondwet legt die verantwoordelijkheid bij regering en Staten-Generaal, de provinciaal bestuurders en de Staten, de gemeentebestuurders en de gemeenteraad. De onafhankelijke rechter heeft tot taak in geschillen te beslissen. Verkiezingen geven de burger een stem bij het bepalen van de samenstelling van die staatsorganen. Allemaal grondwetregels die moeten voorkomen dat politiek ontaardt in één en al bekvechterij.

Wat te vieren

Meer dan voldoende reden dus om de Grondwet landelijk te vieren. Elk jaar. Ook vandaag. Maar tot nog toe is die door de staatsman Thorbecke ontworpen Grondwet van 1848 slechts één keer gevierd, in 1998. Wie in de wereld van vandaag om zich heen kijkt beseft echter dat er voor álle burgers van dit land jaarlijks wat te vieren valt. Een bijzondere kans komt er over twee jaar: in 2023. Op 3 november van dat jaar kan heel Nederland nationale eendracht vieren en verbinding op voor allen geldende grondwaarden zoals vastgelegd in de Grondwet: 175 jaar democratie en rechtsstaat.

Op 3 november 2023 bezit Nederland vanaf de grondwet van 1848 de instellingen en basisnormen die eendracht en een rechtvaardig bestuur al 175 jaar konden dragen. Om dat in het hele land tot volksfeest te maken, wil de stichting ‘Grondwetcampagne 2023' overal en op alle niveaus initiatieven stimuleren om van die Nederlandse Grondwet-dag voor het eerst een daadwerkelijk nationale viering te maken. Vanuit de samenleving, van onderop. Dit initiatief werd gelanceerd en wordt gesteund door Staatshuys, gevestigd in het Zwolse geboortehuis van de staatsman Thorbecke.

De inzet is simpel: Nederland verdient een echte Grondwet-dag. Met een festival, niet op één plek maar verspreid over het hele land. Te beginnen in 2023.

Bas de Gaay Fortman is honorair hoogleraar Mensenrechten aan de Universiteit Utrecht.