Opinie

Opinie: Nederland moet het eerlijke verhaal vertellen over de kosten van klimaatbeleid

Het is verstandig snel te laten doorrekenen wat het nieuwe Europese beleid betekent voor koopkrachtplaatjes, inflatie en lastenverzwaring voor het bedrijfsleven in Nederland, betogen Paul Hofhuis en Louise van Schaik.

Het terrein van Tata Steel in Velsen-Noord.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Het terrein van Tata Steel in Velsen-Noord.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Eurocommissaris Frans Timmermans presenteerde woensdag nieuwe Europese beleidsvoorstellen die invulling geven aan de reeds afgesproken ambitie om in 2030 de uitstoot met 55 procent te verminderen. De nieuwe plannen maken CO2-uitstoot flink duurder voor de industrie, gebouwen en transport. Via een handelssysteem in steeds minder emissierechten laat Europa de vervuiler indirect betalen. Dat lijkt een zegen voor Nederland, dat zelf treuzelt met directe maatregelen zoals rekeningrijden. Het nadeel is dat Europa nu mogelijk de schuld krijgt van de hogere energierekening en daarmee het draagvlak voor zowel klimaatbeleid als Europese integratie verder onder druk komt te staan.

Nederland moet daarom het eerlijke verhaal vertellen over de kosten van klimaatbeleid. Het moet erkennen dat die kosten er altijd zijn. Het maakt hierbij niet veel uit of het beleid vanuit Nederland of Europa komt. Bovendien, Nederland was zelf actief pleitbezorger van de verhoogde Europese ambitie en klimaatbeleid op Europese schaal.

Formatie

De plannen hebben zeker gevolgen voor de formatie. De nationale heffing op CO2 van de zware industrie wordt mogelijk overbodig geacht, omdat vanuit Europa het aantal CO2-rechten sterk verminderd zal worden, waardoor deze een stuk duurder zullen worden, en daarmee een prikkel genereren voor de industrie om te verduurzamen. Opbrengsten uit de verkoop van deze rechten dienen gebruikt te worden voor de duurzame energietransitie. Dat kan een mooi startkapitaal opleveren voor de door de Tweede Kamer en het bedrijfsleven zo gewenste groene industriepolitiek.

Ook zijn er gevolgen voor het Nederlandse klimaatbeleid voor transport en verwarming van gebouwen. De Commissie stelt namelijk een nieuw emissiehandelssysteem voor op het CO2-gehalte van brandstoffen die in deze sectoren worden gebruikt. Tot nu toe liep het klimaatbeleid in deze sectoren via nationale emissiereductiedoelstellingen die in Europa waren verdeeld. Nu wordt erkend dat een prikkel op Europees niveau effectiever is. Dit werpt de vraag op of het nieuwe Nederlandse kabinet toch van start gaat met extra maatregelen voor deze sectoren in de aanloop naar het Europese systeem, waarover eerst nog overeenstemming moet worden bereikt, of nog even achterover leunt.

Het lastigste vraagstuk is waarschijnlijk hoe om te gaan met de sociale gevolgen en de gevolgen voor de lastenverdeling. Door de CO2-prijs zullen de prijzen aan de pomp en de energierekening voor huishoudens en bedrijven omhoog gaan. Eerder droeg dit in Frankrijk bij aan de protestgolf van de ‘gele hesjes’. Daarom stelt de Commissie voor een belangrijk deel van de nieuwe opbrengsten in een ‘sociaal klimaatfonds’ te storten. Dit fonds moet energiearmoede helpen voorkomen, bijvoorbeeld door prijssubsidies op brandstoffen voor lage inkomens.

Nieuw toeslagensysteem

Het is nog onduidelijk hoe dit geld verdeeld zal worden tussen de lidstaten en hoe de besteding zal plaatsvinden, nog los van de vraag wie er in Nederland in aanmerking zou komen en of er iemand in Den Haag zit te wachten op een ‘nieuw toeslagen systeem’. Als opbrengsten uit de CO2-prijs voor subsidies worden gebruikt, is het de vraag of burgers de link zullen zien en er genoeg geld beschikbaar zal komen om de enorme investeringen te financieren die nodig zijn voor de energietransitie. Aanvullend geld uit de nationale begroting blijft waarschijnlijk nodig en ook dat zal moeten worden geregeld in de formatie.

De verwachting is dat Nederland de voorstellen in grote lijnen gaat steunen. Immers, Nederland was groot voorstander van de verhoging van de Europese klimaatambities, en Europa gaat nu CO2-beprijzingen doorvoeren die Nederland zelf (nog) niet aandurfde. Er is echter nog veel onduidelijk over de financiële gevolgen en het pakket bevat nog veel meer maatregelen, zoals emissiestandaarden voor nieuwe auto’s en gebouwen, een CO2-heffing voor industrieproducten die geïmporteerd worden en er blijven ook nog nationale doelstellingen voor sectoren die niet onder emissiehandel vallen, zoals de landbouw.

In de Tweede Kamer was tot nu toe nog niet veel aandacht voor de ‘Europese dimensie van het klimaatbeleid’. De klimaatdebatten gingen vooral over het betalen van dwangsommen in de Urgendazaak, en over of verhoging van de doelen van de Nederlandse Klimaatwet wel nodig is. Het demissionaire Kabinet kondigde een eerste reactie op het Europese pakket aan voor september en een Kamermeerderheid nam daar genoegen mee.

Voorsorteren

Gezien de enorme omvang van het pakket is het echter van groot belang dat beleid, politiek en polder nu goed bestuderen welk Nederlands klimaatbeleid het beste kan voorsorteren op en aansluiten bij de maatregelen.

Zo is het verstandig snel te laten doorrekenen wat het nieuwe Europese beleid betekent voor koopkrachtplaatjes, inflatie en lastenverzwaring voor het bedrijfsleven. Daarover is een eerlijk verhaal wenselijk. De kosten van de energietransitie zijn namelijk onontkoombaar en het zou oneerlijk zijn als de Nederlander Europa daar de schuld van gaat geven. Te meer omdat de Nederlandse regering de Europese maatregelen zelf heeft bepleit en ze waarschijnlijk ook als reden zal aanvoeren om zelf met minder nieuw klimaatbeleid te komen.

Paul Hofhuis is Senior Research Associate bij Instituut Clingendael. Louise van Schaik is afdelingshoofd EU en mondiale vraagstukken bij Instituut Clingendael.

Meer over