OpinieOnbetaalde diensten

Opinie: Mooie vrijwilligerscultuur nekt nieuwe Nederlanders

Je vrijwillig inzetten voor de samenleving is een groot goed in Nederland. Van nieuwkomers wordt dat ook verwacht. Maar hen betalen, zou veel beter zijn, betogen Razan Damlakhi en Esseline van de Sande. Ook de arbeidsmarktpositie van velen in de nieuwe flexklasse is schrijnend, blijkt uit Investico’s eerste onderzoeksboek Uitgebuit.

Nieuwe inwoners van Cromstrijen, vluchtelingen uit Syrië en Eritrea, koken op 17 december voor hun dorpsgenoten. Beeld Arie Kievit / de Volkskrant
Nieuwe inwoners van Cromstrijen, vluchtelingen uit Syrië en Eritrea, koken op 17 december voor hun dorpsgenoten.Beeld Arie Kievit / de Volkskrant

Nederland is wereldwijd koploper vrijwilligerswerk. Wat vaak wordt vergeten, is dat vrijwilligheid ongelijkheid in de hand werkt en vele getalenteerde personen aan het lijntje houdt. Vooral nieuwe Nederlanders worden uitgesloten door onze cultuur van vrijwilligheid.

Nederland is terecht trots op zijn vrijwilligers. Jarenlang onbetaald vrijwilligerswerk is vaak de solide basis van een voordracht voor een stadsprijs of een koninklijk lintje. Er wordt wel gezegd dat vrijwilligers het cement van onze samenleving vormen.

Het CBS berekende over 2017 dat bijna de helft (49 procent) van de Nederlanders boven de 15 jaar zich minimaal één keer per jaar vrijwillig inzet. Uit onderzoek blijkt dat het helpen van anderen je gezonder, vrolijker en relaxter maakt.

Geen wonder dat aan het begin van de coronapandemie het aantal vrijwilligers bij het Rode Kruis in een paar dagen groeide met twintigduizend mensen. Vrijwilligerswerk levert ook wat op: je leert nieuwe mensen kennen, je bouwt een netwerk op, je vijzelt je cv op en voelt je nuttig.

De cynische praktijk

Maar wie zijn eigenlijk die vrijwilligers? We denken vaak aan gepensioneerden of aan mensen die naast hun baan vrijwilligerswerk doen. Maar er is ook een andere groep vrijwilligers: nieuwe Nederlanders die zelf iets terug willen doen voor de samenleving, of die vanwege de Participatiewet worden gevraagd als vrijwilliger te werken ter behoud van hun uitkering. Voor hen heeft vrijwilligheid een geheel andere betekenis.

De Participatiewet vraagt nieuwe Nederlanders een ‘leer-werktraject’ te volgen om iets terug te doen voor de maatschappij, liefst betaald maar ten minste als vrijwilliger. De cynische praktijk is dat in veel gevallen na het eerste traject, het volgende volgt onder het motto: ‘Je moet je taal beslist verder verbeteren en de Nederlandse werkcultuur beter leren kennen.’ Dit gijzelt mensen jarenlang in vrijwilligheid zonder perspectief op een duurzaam betaalde baan. 77 procent van deze groep ontvangt bijstand.

Sleutelpersonen

Onder de noemer ‘sleutelpersonen’ – ervaringsdeskundigen die zelf gevlucht zijn en die in hun land van herkomst veelal als zorgprofessional werkten – worden nieuwe Nederlanders getraind en veelal onbetaald ingezet door organisaties als de GGD, of Vluchtelingenwerk en Pharos.

Die organisaties loven deze vrijwillige experts in glanzende folders voor hun cruciale werk als voorlichter, bemiddelaar, verkenner en adviseur. De sleutelpersonen weten precies hoe ze de doelgroepen cultureel moeten benaderen en spreken de taal. Hun werk zorgt voor sociale cohesie en verbinding rond kwesties als inburgering, welzijn, zorg en radicalisering. In tijden van corona gaan zij de wijk in en helpen bij het beschermen van de volksgezondheid. Maar in Nederland vrijwilligersland is een betaalde baan voor deze professionals eerder uitzondering dan regel.

Zo vertellen diverse sleutelpersonen dat ze wanneer ze solliciteren op betaalde relevante functies bij de overheid of het bedrijfsleven juist worden afgewezen op grond van hun vrijwilligerswerk. ‘Ik zie dat je vooral als vrijwilliger hebt gewerkt, daar heb je geen diploma voor nodig. Echte experts doen zulk werk niet onbetaald.’

Tweederangsburgers

Je zou verwachten dat opgedane relevante vaardigheden in het voordeel van de sleutelpersoon werken. Niets is minder waar. Een betaalde functie blijft onbereikbaar. Dit maakt mensen radeloos en het zet ze vast als tweederangsburgers. Overigens is een mentaliteitsverandering van twee kanten nodig. Zolang sleutelpersonen hun urgente werk gratis en voor niets blijven uitvoeren, ondermijnt dit de marktpositie van alle sleutelpersonen en blijft de cyclus van uitbuiting in stand.

Toch klopt de titel sleutelpersoon aangezien deze experts – naast hun vrijwillige werkzaamheden voor de gezondheidsorganisaties – te pas en onpas door overheden worden benaderd. Nieuwe wetten en regels leveren extra werk op. Denk aan de nieuwe Donorwet. Een sleutelpersoon legt op maat uit hoe deze wet in elkaar zit, waardoor het begrip groeit en nieuwe burgers zich als donor registreren. De sleutelpersoon wordt gratis ingezet en levert de noodzakelijke dienst waartoe de betaalde professional niet in staat is.

Onderzoeksmateriaal

Ook universiteiten en onderzoeksinstanties gaan niet vrijuit. Nieuwe Nederlanders worden eindeloos bevraagd om uit te vinden wat er werkt, wat er mis gaat en wat ervan te leren valt. Maar gratis meewerken aan onderzoek is ook een vorm van uitbuiting en mensen voelen zich terecht gebruikt als onderzoeksmateriaal.

Het participatiesysteem is een manier om mensen klein te houden. Onder het mom van vrijwilligheid ontnemen we getalenteerde mensen de kans om voor zichzelf te zorgen. Het alternatief ligt voor de hand. Kijk naar talent en expertise. Handel vanuit wederkerigheid, signaleer ongelijkheid en betaal mensen voor hun werk. Een inclusieve werkvloer brengt bovendien innovatie en leidt tot een gezondere, welvarender samenleving.

Razan Damlakhi en Esseline van de Sande werken beiden bij Stichting De Stadscoalitie.

Onderbetaalden in de flexklasse
Je zou er niet snel opkomen: een reisje langs de Rijn om moderne slavenarbeid op te speuren. Ook de journalisten van het opzichtig aan de weg timmerende journalistieke onderzoeksplatform Investico waren verbaasd waar hun brainstormsessies uiteindelijk op uit waren gelopen: op een schip dus, met bovendeks recreërende senioren in geruite overhemden en wijde zomershirts, verzorgd door een onderdeks verblijvende buffelende arbeidende klasse. Zoals dat Slowaakse kamermeisje, dat negen uur per dag werkt, zonder vrije dagen, voor 900 euro per maand.

‘Wat is er aan de hand op de Nederlandse arbeidsmarkt’, is de vraag die Investico al een paar jaar bezighoudt. Moderne slavenmarkten bestaan in Libië, hier verdwijnen vaste banen en komen tijdelijke of flexbanen terug. Over prostitutie is genoeg bekend, maar waar zijn nog meer arbeidsomstandigheden die haaks staan op het goedgeorganiseerde paradijsje waar we ons zo op voorstaan? Waar meandert de fluïde grens van slechtbetaald werk via uitbuiting naar zuivere slavernij?

Nou, op cruiseschepen dus, waar het beroerde loon van de Slowaakse overgaat in een contract van een medewerker bij uitzendbureau Edelweiss Gastro, dat serieus een ‘wegloopboete’ vermeldt. Kijk in de vleesverwerkende industrie niet naar alleen naar de voedselhygiëne, maar naar het uitgeputte personeel dat slecht opgeleid in een krankzinnig tempo doorpeest. De vrijejongensuitzendbureaus spinnen er garen bij. Maar ook uitzendgigant Otto, grootleverancier van werknemers aan Albert Heijn. Een uitzendbureau dat ook huurbaas is. En opzichter. ‘Ik voel me een callgirl van AH’, zegt een Poolse werknemer.

Het speurwerk van Investico is als fundamenteel onderzoek in de wetenschap: er is een vermoeden, een vraag, niet zelden loopt een spoor dood, soms is het raak. Hard werk. Want de (illegale) onderkant van de arbeidsmarkt is geen lid van de vakbond en stuurt geen persbericht met hoeveel ze zijn. Dat moet je uitvogelen, hoe het echt zit bij dat afhaaltentje, die nagelstudio of de Aziatische au pair op het schoolplein. In een ver verleden was het de Duitse journalist Günter Wallraff die in Ik (Ali) het barre leven schetste van wat toen gastarbeiders heetten. De publieke opinie was geschokt, in 1985.

Dat het in kampioen-flexland Nederland Ganz Unten, zoals de titel van Walraffs boek in het Duits luidde, in 2020 nog steeds niet pluis is, blijkt uit wat Investico met dit eerste boek Uitgebuit bovendeks heeft gebracht: het is bar en boos.

Mirjam Schöttelndreier

Uitgebuit, Het verhaal van de Nederlandse werkvloer, door Emiel Woutersen, Atlas Contact, 21,99 euro.

Meer over