Opinie

Opinie: mishandeld kind leeft altijd in een stressgezin

Dus richt hulp in en na corona op dat hele gezin. Maar let wel, jeugdzorg was vóór corona al overbelast, betoogt Mariëlle Dekker.

De Waag in Amsterdam, een polikliniek die veel verschillende behandelingen biedt, onder meer tegen kindermishandeling.  Beeld
De Waag in Amsterdam, een polikliniek die veel verschillende behandelingen biedt, onder meer tegen kindermishandeling.

Leerkrachten en kinderopvangwerkers vermoedden 2,5 keer zoveel situaties van kindermishandeling tijdens de eerste lockdown. Terwijl jaarlijks al ruim 100 duizend kinderen mishandeling meemaken. Deze alarmerende cijfers van de Universiteit Leiden zijn afgelopen week veelvuldig gebruikt om heropening van scholen te bepleiten.

Maar sommige journalisten hebben moeite met de cijfers. Volgens hen creëert jeugdzorg met de Meldcode Kindermishandeling een heksenjacht waarbij een dagje schoolverzuimen nu al kindermishandeling is. Is het niet gewoon een armoedeprobleem? Zolang je bijvoorbeeld kinderen in een arme wijk nog vrolijk ziet buitenspelen lijkt het wel mee te vallen, toch?

Hier wreekt zich dat veel mensen, journalisten en ouders, bij kindermishandeling vooral denken aan fysiek geweld of seksueel misbruik. Maar dit betreft ‘slechts’ 22 procent van de ruim 100 duizend situaties per jaar die de Leidse onderzoekers als kindermishandeling definiëren. Ook een vechtscheiding, partnergeweld, meisjesbesnijdenis en patronen van vernedering of verwaarlozing, vatten onderzoekers onder de verzamelterm kindermishandeling.

Dit heeft als keerzijde dat steeds minder ouders hun unieke gezinssituatie herkennen in het toch al met stevige taboes omgeven woord.

Ondanks mijn bezwaren tegen woordgebruik in hulpverleningsland, durf ik ook te stellen dat de Leidse onderzoekers het ‘etiket’ niet lichtzinnig plakten en strikte criteria hanteren. Je niet druk maken over mogelijke leerachterstanden tijdens een lockdown is geen kindermishandeling. Maar het is wel pedagogisch verwaarlozing als zich een patroon van desinteresse voor ernstige leerproblemen van een kind aftekent, waarbij de benodigde hulp niet wordt gevraagd ook al is deze betaalbaar en beschikbaar.

Oplopende gezinsruzies tijdens een lockdown is geen kindermishandeling. Als een kind dan meemaakt dat vader moeder opsluit in de kelder, noemen we dit partnergeweld én emotionele kindermishandeling. Van al deze situaties is inmiddels bekend dat in het kinderbrein dezelfde soort ontwikkelingsschade dreigt als wanneer zij zelf geslagen worden.

Maar uit ons eigen onderzoek met het Verweij-Jonker Instituut, waaraan 1.200 ouders en 1.500 kinderen meededen die in 2019 bij VeiligThuis zijn gemeld, bleek dergelijke kindermishandeling vrijwel nooit het enige gezinsprobleem. In driekwart van deze gezinnen speelt een combinatie van alcoholmisbruik, armoede, echtscheiding, partnergeweld of werkeloosheid. In twee derde van deze gezinnen komen daar nog ernstige geestelijke gezondheidsproblemen bij.

Een groot deel van de ouders had in de eigen jeugd ook al geweld meegemaakt. Het ontstaan van kindermishandeling is dus niet te simplificeren tot een armoedeprobleem. En het signaleren ervan is niet te reduceren tot het observeren van vrolijke gezichten in een speeltuin in een achterstandswijk.

Dat tijdens de eerste lockdown tienduizenden al problematische gezinssituaties zich zo hebben ontwikkeld dat buitenstaanders dit kindermishandeling noemen, betekent niet dat er nu per se tienduizenden extra meldingen bij Veilig Thuis zullen komen.

Het betekent vooral dat er tienduizenden gezinnen zijn die sociale steun en vaak ook professionele hulp nodig hebben om een schadelijke opvoedsituaties te keren. En deze hulp en steun konden zij waarschijnlijk voor de lockdown ook al gebruiken.

Ondanks onze toegenomen kennis slagen we niet in het voorkomen en stoppen van kindermishandeling. Jarenlange overheidspramma’s en meldcodes ten spijt. Want met de transitie van de jeugdzorg is ook een moeras ontstaan waarin deze toegenomen kennis nauwelijks in praktijk kan worden gebracht.

Iedere gemeente vindt eigen wielen uit. Jeugdbeschermings- organisaties hebben ernstige tekorten, concurreren noodgedwongen met elkaar, doen elkaars werk over, laten dezelfde gaten vallen en kunnen onder het bewind van te veel toezichthouders hier niet bovenuit stijgen.

Zelfs wijkteams waar gezinnen met beginnende problemen terecht zouden moeten kunnen, hanteren wachtlijsten en indicatiedrempels. Zo wordt jeugdzorg voor sommige van deze gezinnen nog een probleem erbij.

Oplossingen voor de duizenden gezinnen waar tijdens lockdowns ook een vorm van kindermishandeling speelt, zullen moeilijk te vinden zijn in dit al overbelaste systeem.

Er wordt veel gesproken over een deltaplan Jeugd of Nationaal plan onderwijs na corona. Ik pleit ervoor dat dit plannen worden voor jeugd én gezin. Omdat veel problemen van kinderen onlosmakelijk zijn verbonden aan problemen van ouders. En omdat een door gezinsstress in beslag genomen kinderbrein, geen ruimte heeft om inhaallesstof op te nemen.

Zolang we gezinsgeweld nog niet goed kunnen voorkomen of stoppen, moeten we er vooral voor zorgen dat de kind-slachtoffers van nu zullen herstellen van opgelopen schade, zodat zij geweld niet meer doorgeven aan weer een volgende generatie.

Mariëlle Dekker is algemeen directeur van de Augeo Foundation.

Meer over