Opinie

Opinie: Mijn vriend heeft geen idee dat ik op straat op mijn hoede moet zijn

Mannen moeten niet wegkijken, maar zich uitspreken: ‘Ik ben feminist’, schrijft Puck Weijnen.

Bloemen worden neergelegd voor Sarah Everard, de jonge vrouw die in Londen op straat werd ontvoerd en vermoord. 
 Beeld AFP
Bloemen worden neergelegd voor Sarah Everard, de jonge vrouw die in Londen op straat werd ontvoerd en vermoord.Beeld AFP

‘Ik kan niet begrijpen waarom je ongevraagd op een vrouw haar kont zou slaan.’ Gelukkig, mijn vriend is geen billenknijper. Hij is ook geëmancipeerd. Ik ken geen enkele man die zou zeggen dat de vrouw onderdanig moet zijn (gelukkig), maar helaas doet dat niets af aan een maatschappelijk probleem, seksisme.

‘Doe jij dat echt?’, vraagt mijn vriend als ik zeg dat ik het zat ben om in het donker met mijn sleutels tussen mijn vingers naar huis te lopen, te nep-bellen, of een capuchon op te doen en brede schouders te forceren om minder vrouwelijk over te komen. Hij heeft geen idee. Die onwetendheid neem ik hem niet kwalijk, maar male privilege zouden we het wel kunnen noemen, denk ik.

‘Schatje’

Ik praat erover met mijn huisgenoot en we zijn het er over eens dat ‘dit gesprek’ anders gevoerd moet worden met mannen. Ik vind het lastig aan mannen uit te leggen dat feminisme niet om mannenhaat gaat of om met een vingertje wijzen naar mannen die ‘schatje vind je leuk hè’ roepen. Juist de subtielste dingen, de dingen waarvan ik me tot een tijd geleden zelf niet eens bewust was, vormen het probleem.

Extreme vormen van seksisme kennen we wel. Maar wist je ook dat smartphones zijn ontworpen voor de mannelijke hand. Dat onderzoek naar hartfalen vooral wordt uitgevoerd op mannenlichamen, terwijl vrouwen heel andere symptomen hebben. Maar ook persoonlijk merk ik dat vrouwen in discussies vaker worden onderbroken, mede doordat een ‘heftige’ mening of boosheid snel wordt gezien als emotioneel of hysterisch. En emotioneel is onbetrouwbaar. Bij mannen daarentegen wordt boosheid of felheid over een onderwerp gezien als verontwaardiging, misschien zelfs gepassioneerd.

‘Ik merk niks van racisme’ of ‘ik heb me nooit benadeeld gevoeld’ betekent niet dat er geen probleem bestaat: ignorance is bliss. Ook vrouwen die het niet per se als vervelend ervaren om nageroepen te worden, bevestigen het probleem: inmiddels is het zo genormaliseerd dat zij het klakkeloos accepteren en over hun eigen ondermijning grapjes maken.

Privileges

Ongelijkheid wordt dus niet alleen in stand gehouden door vrouwenhaters of seksisten. Door niets te doen en je niet in te lezen wordt er niets opgelost. Net zoals witte mensen zich bewust moeten zijn van hun privileges om racisme aan te kunnen pakken, moeten mannen zich bewust zijn van de ongelijkheid tussen seksen.

Ik hoop daarom dat feminisme niet alleen meer iets van vrouwen wordt. Dat er meer mannen zullen zijn die zich hierover uitspreken en het probleem aankaarten, ook zonder dat de vrouw tegenover hen het gesprek start. Dat ook zij kunnen zeggen: ‘Ik ben feminist’.

Ik heb dit in mijn hele leven nog maar één man horen zeggen.

Ik hoop dat ik ook eens een artikel, podcast of talkshow zie waar mannen het onderwerp discriminatie van vrouwen behandelen. Hoe gaan we ooit meer vrouwen aan de top krijgen of vrouwen veilig en zonder irritaties over straat laten lopen als alléén zijzelf dit probleem erkennen?

Juist de mannen die niet in konten knijpen of meisjes naroepen, gaan tegen hun eigen geëmancipeerde idealen in als ze de subtiliteit van seksisme niet kunnen zien of erkennen. Als zij niet actief besluiten zich in te lezen, moeten ze weer de informatie van een vrouw krijgen die over haar ervaringen praat. Dit moet anders.

Puck Weijnen is student Engels en Journalistiek in Amsterdam.

Meer over