Opinie

Opinie: Leerlingen voelen zich structureel ongehoord; geef ze een stem met hun eigen tekst

Scholieren voelen zich niet gehoord in de coronacrisis. Dat is een structurele makke van het onderwijs, meent Ben Verschuren, maar hij heeft een advies om dat te veranderen: laat leerlingen hun eigen woordwebs en teksten schrijven, bespreken, voorlezen en publiceren.

Leerlingen dragen mondkapjes tijdens een les op een school in Rotterdam. Beeld Hollandse Hoogte / Robin Utrecht
Leerlingen dragen mondkapjes tijdens een les op een school in Rotterdam.Beeld Hollandse Hoogte / Robin Utrecht

Belgische jongeren hieven in een open brief een noodkreet aan: er werd wel over hen gesproken, maar niet mèt hen.

Het is niet de eerste keer dat jongeren hierom vragen. In het onderwijs horen we deze noodkreet al jaren. In de geweldige serie Klassen van omroep Human hebben we kunnen zien hoe sommige kinderen hun mondje mochten roeren. Ik zeg bewust ‘mochten’. Want het kon dank zij een meelevende juf of leraar. Het is namelijk niet vanzelfsprekend dat leerlingen aan het woord zijn.

Ik pleit ervoor de leerling structureel aan het woord te laten. Met structureel bedoel ik dat het een vanzelfsprekendheid wordt. Dat klinkt natuurlijk heel aardig maar hoe doe je dat?

Trefwoorden en tekeningen

‘De leerling aan het woord’ zie ik als een didactisch model. Centraal staat ‘de eigen tekst’ die de leerling schrijft over een persoonlijke situatie, bijvoorbeeld een feest in huis of een bezoek aan de bioscoop. Om te zorgen dat iedere leerling aan bod komt en zijn of haar eigen zegje kan doen, wordt eerst een woordweb gemaakt met trefwoorden en tekeningen. Dat is een kwestie van 5 minuten.

Daarna wordt in tweetallen elkaars woordweb besproken, vergeleken en bevraagd. Ook dat is een kwestie van enkele minuten. Vervolgens schrijft de leerling de eigen tekst. In groepjes van vier worden de eigen teksten aan elkaar voorgelezen. Je schrijft immers om (voor)gelezen te worden.

Ten slotte lezen een of meer leerlingen hun eigen tekst voor aan de klas waarbij de teksten met elkaar worden vergeleken en bediscussieerd.

In totaal kan dit procedé, dat ik de 1-2-4-all methode (one-two-four-all) noem, binnen 30 minuten plaatsvinden, waarbij elke leerling zijn of haar zegje heeft kunnen doen. Ter vergelijking: in een maandagochtendgesprek over het weekend komen meestal slechts enkele leerlingen aan bod.

Eigen leefwereld

De kracht van de eigen tekst zit hem in het feit dat de leerling niet alleen zijn eigen leefwereld kenbaar mag maken, maar dat die ook door anderen wordt gehoord. En met anderen bedoel ik dan in de eerste plaats de klasgenoten en de leraar, maar ook de ouders.

Het is namelijk de bedoeling dat eigen teksten ook gepubliceerd worden, bijvoorbeeld in een klassenkrant of schoolkrant, op de website van de school of in een podcast. De middelen daarvoor zijn tegenwoordig legio en goed uitvoerbaar.

De eigen tekst krijgt nog meer functie wanneer deze wordt geïntegreerd in de overige (taal)lessen. Als bijvoorbeeld tijdens de grammaticales de zelfstandige naamwoorden aan de orde zijn, kunnen de leerlingen eerst alle zelfstandige naamwoorden in hun eigen tekst opzoeken.

Op deze manier kan de eigen tekst worden ingezet als onderdeel van het eigen leerproces. Daardoor wordt de betrokkenheid en de motivatie van de leerling verhoogd, het gaat hem of haar immers direct aan.

Verbondenheid

Tegelijk geeft de eigen tekst legitimiteit aan de leefwereld van de leerling, zorgt voor een natuurlijke differentiatie, bevordert de creativiteit en leidt de leerling op tot schrijver. Bovendien kan het ervoor zorgen dat de leerlingen elkaars leefwereld beter leren kennen en accepteren, wat de verbondenheid binnen de klas alleen maar vergroot. Kinderen accepteren veel meer van elkaar dan van een methode of de leraar. Bovendien spreken ze op deze manier elkaars taal.

In Klassen mocht de vmbo-leerling Gianny, die vaak spijbelde en met de politie in aanraking kwam, een eigen rap laten horen op een feestavond van de school. Een prachtig voorbeeld van een eigen tekst, die helaas alleen op een schoolavond ten gehore gebracht mag worden.

Waarom niet gewoon in de klas als onderdeel van de les Nederlands of de les muziek en opgenomen op de website van de school?

Via het Platform Onderwijs 2032 is de overheid bezig om een nieuw curriculum vast te stellen. Laat de eigen tekst daarvan een wezenlijk onderdeel uitmaken. Zo wordt structureel mèt de leerlingen gesproken.

Ben Verschuren is gepensioneerd leraar in het basisonderwijs, educatief auteur voor het basisonderwijs en Pabodocent Nederlands.