Opinie

Opinie: Laat Kamerleden altijd hoofdelijk én schriftelijk stemmen in gevoelige kwesties

Voor een andere bestuurscultuur moet je af van de partijdiscipline. Het zou beter zijn als Kamerleden bij gewetensvragen altijd hoofdelijk en schriftelijk stemmen, betoogt Pauline van der Ven.

Salima Belhaj (D66) in de Tweede Kamer tijdens een debat over jongeren die de dupe zijn geworden van sluiting van de Hoenderloo Groep.  Beeld ANP
Salima Belhaj (D66) in de Tweede Kamer tijdens een debat over jongeren die de dupe zijn geworden van sluiting van de Hoenderloo Groep.Beeld ANP

Terecht heeft de Tweede Kamer ‘macht en tegenmacht’ hoog op de agenda gezet. Maar het is ook de Kamer zelf die, in een afglijdend proces van tientallen jaren, vrijwillig een groot stuk tegenmacht heeft opgeofferd aan het ­eigen partijbelang. Als de formatiecrisis iets duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel dat partijdiscipline het controleren van de zittende macht op beslissende momenten onmogelijk maakt.

Het mag dan gebruikelijk zijn, het blijft vreemd om zeventien fractievoorzitters de macht te zien controleren namens alle Kamerleden bij openbaar handopsteken, terwijl de Grondwet de Tweede Kamer opdraagt te stemmen zonder last, naar eigen eer en geweten. Thuis op de bank bleef de burger niet voor het eerst achter met de vraag hoe het was afgelopen als er was gestemd volgens de Grondwet.

In dat geval lijkt het waarschijnlijk dat de motie van wantrouwen in de nacht van Rutte wél aangenomen zou zijn. Het scheelde slechts drie stemmen, alleen al bij de ChristenUnie zaten er méér potentiële voor-stemmers. De recente parlementaire geschiedenis kent een stuk of zes gevallen waarin het twijfelachtig is of een motie van wantrouwen ook afgewezen zou zijn als er níét volgens partijdiscipline was gestemd.

Volgens het Reglement van Orde van de Tweede Kamer wordt er gestemd bij handopsteken. Wel kan ieder lid vragen om een hoofdelijke stemming. Die geschiedt dan mondeling, door hardop ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen. De antwoorden op gewetensvragen zijn dus openbaar.

Hoogste echelons

Vindt een Kamerlid het eens zuiver om af te wijken van de partijdiscipline, dan is dat hoorbaar tot in de hoogste echelons van de besturen, die over sensibilisering en functies elders gaan. Het maakt het Kamerlid kwetsbaar. Hoofdelijk én schriftelijk, zoals de intentie van de Grondwet is, wordt er alleen gestemd als het over personen gaat, en dat alleen in de blijde context van bevorderingen, promoties, benoemingen en dergelijke. Gaat het over personen in een motie van wantrouwen of afkeuring, dan wordt weer gestemd bij handopsteken of, mocht iemand er eens om vragen, bij ‘ja’ of ‘nee’ zeggen.

Er zal weinig op tegen zijn dat partijbesturen van hun Kamer­leden verlangen dat ze stemmen volgens het programma waarmee ze zijn gekozen en dat aan de kiezer is voorgelegd. Zover mag partijdiscipline best gaan. Maar over onderwerpen als de vertrouwensvraag en de noodzaak van een parlementaire ondervraging staat niets in de programma’s.

Dit zijn gewetensvragen die elk Kamerlid voor zichzelf moet zien te beantwoorden. Als de Kamer per partij, als coalitie, over die onderwerpen stemt, wordt het heel moeilijk om bewindslieden verantwoordelijk te houden voor gemaakte fouten. Dat is niet alleen ongewenst, het is gevaarlijk.

Als de Kamer werk wil maken van tegenmacht zal ze haar Reglement van Orde in overeenstemming moeten brengen met de Grondwet, door over een aantal duidelijk omschreven gewetensvragen voortaan hoofdelijk en schriftelijk te stemmen.

Pauline van de Ven is auteur en oud-journalist.

Meer over