Opinie

Opinie: Klimaatdrammers, dram niet zo tegen de verkeerde boom

Moeten wetenschappers zich (nog) activistischer uitlaten over het klimaat? Pas op, waarschuwt wetenschapsredacteur Maarten Keulemans. Dat kan de steun voor klimaatmaatregelen meer kwaad dan goed doen.

Een 'Red Rebels'-brigade van de Noorse Extinction Rebellion-groep demonstreert in Oslo, 23 augustus 2012. Beeld AFP
Een 'Red Rebels'-brigade van de Noorse Extinction Rebellion-groep demonstreert in Oslo, 23 augustus 2012.Beeld AFP

De boodschap van het rapport was helder en precies. Mensen zijn bezig met broeikasgassen de energiebalans in de dampkring te verstoren, en als we niet oppassen, worden de gevolgen steeds heftiger – een halve tot één meter zeespiegelstijging eind deze eeuw, hittegolven en weersextremen, vernietiging van kwetsbare ecosystemen, zo schreef het wetenschappelijke klimaatpanel van de Verenigde Naties het IPCC deze maand.

Maar, zo betoogt Asha ten Broeke vorige week in haar column: dat vaststellen alleen is niet genoeg. ‘Die objectieve feiten zijn immers al heel lang bekend en leiden vooralsnog tot te weinig daden.’ Dus zou het helpen als wetenschappers zich activistischer opstelden, vindt Ten Broeke. Hup, de barricades op!

Schreeuw mee

Ook mijn naam kwam langs. In een twitterbericht noemde ik een concepttekst, waarin het IPCC stelde dat de menselijke soort in het geding was, ‘onversneden activisme’. Er is immers helemaal geen wetenschappelijke reden waarom onze soort, die momenteel met
8 miljard zielen de wereld overwoekert, straks zou uitsterven - maak je liever zorgen over de markiezenijsvogel van Polynesië, denk ik dan. Het IPCC heeft de passage dan ook geschrapt.

Maar het punt van Ten Broeke is een ander: waarom zou activisme bij wetenschappers slecht zijn, of verboden? Integendeel: ‘Laat klimaatwetenschappers zoveel mogelijk mensen aansteken met hun boosheid en zorgen. Laat ze schreeuwen. Schreeuw met ze mee.’

Het is een gedachte die je, nu het met het afremmen van de CO2-uitstoot inderdaad nu niet bepaald op rolletjes gaat, vaker hoort. En, Ten Broeke stapt er half overheen, heel wat wetenschappers laten hun activisme dan ook allang spreken. ‘In het algemeen zijn klimaatwetenschappers te voorzichtig geweest. Te bang om alarmistisch te zijn’, zo zei de Wageningse hoogleraar Marten Scheffer pas nog in deze krant.

Het is alleen de vraag of dat wel helpt. Een jaar of wat geleden onderzocht de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) hoe serieus mensen wetenschap nemen. Heel serieus, bleek daaruit. Tótdat die wetenschap te veel aan het handje blijkt te lopen van sponsoren of politieke belangen. Dan doorzien we het spel en vertrouwen we de objectiviteit en daarmee de bevindingen van de wetenschap voor geen cent meer.

Boemerang

Te veel betrokkenheid kan dus als een boemerang terugslaan op de geloofwaardigheid van de wetenschap zelf. Dat beeld komt ook naar voren uit de peilingen die het Rathenau Instituut om de paar jaar uitvoert naar het vertrouwen in de wetenschap. Als het gaat om betrouwbaarheid, krijgt de wetenschap van het Nederlandse publiek het rapportcijfer 7, het hoogste van allemaal. Maar helemaal onderaan bungelen bedrijfsleven en politiek. Oppassen dus dat je de wetenschap niet te veel verpolitiekt: dan zou het vertrouwen kunnen verdampen. Zeker als het gaat om zo'n cruciaal onderwerp als klimaatverandering, zou dat pas echt een ramp zijn.

Achter de oproep van Ten Broeke schuilt iets anders, namelijk de gedachte dat we het klimaat vast serieuzer gaan nemen als we nóg sterker krijgen ingepeperd hoe ernstig de situatie is. Als wetenschappers zich nu ook eens gaan uitlaten in klemmende, emotionele termen, wil ze eigenlijk zeggen, dan valt op een gegeven moment het kwartje en veranderen we in ongeruste, klimaatvrezende burgers die hun lapje vlees laten staan en voortaan wel drie keer uitkijken voor ze het vliegtuig nemen voor een weekeindje New York.

Maar een hardnekkig misverstand is het. Toen het Sociaal en Cultureel Planbureau het onlangs onderzocht, bleek dat meer dan driekwart van de bevolking allang is overtuigd dat er zoiets is als door de mens veroorzaakte klimaatverandering. Meer dan 80 procent is in meer of mindere mate bezorgd over de gevolgen ervan, voor de natuur, voor toekomstige generaties, en voor mensen in andere landen. En een ruime meerderheid vindt dat we daaraan dringend iets moeten doen.

Alleen speelt daardoorheen ook een ander, voor klimaatactivisten lastig te verhapstukken feit. Als puntje bij paaltje komt, hebben mensen wel andere zorgen dan het lot van de ijsbeer op Spitsbergen of de noden van de inwoners van Bangladesh. Zo’n 70 procent is vooral bang dat het leven duurder wordt door klimaatmaatregelen. Een ruime meerderheid vreest dat de arm-rijkverschillen erdoor toenemen. En dat is niet triviaal: in de top-vijf van wat we het grootste maatschappelijke probleem vinden, komt klimaat steevast onderaan, na de gezondheidszorg, werk en inkomen, de kwaliteit van samenleven en het integratievraagstuk.

Te véél aandacht

Klimaatdrammers drammen dus tegen de verkeerde boom. De schoen wringt niet bij te weinig zorgen om het klimaat, maar bij te veel zorgen om de voorgestelde oplossingen. Nog meer emotionele smeekbeden, van nog geleerdere mensen, zouden die zorgen alleen maar groter maken. Andere opvallende bevinding uit het SCP-rapport: de groep die vindt dat er te véél aandacht is voor het tegengaan van klimaatverandering, is groter dan de groep die vindt dat er te weinig aandacht voor is – 42 tegen 30 procent.

Natuurlijk moet de wetenschap duidelijk, onomwonden en dringend waarschuwen tegen wat er gaande is met het klimaat. Maar de kracht van wetenschap is nou juist niet boosheid en activisme, maar terughoudendheid en nuance. Transparantie, openheid, genuanceerdheid: in de onderzoeken die ernaar zijn gedaan, zijn dat steevast de belangrijkste deugden waarom mensen wetenschappers serieuzer nemen dan, pak hem beet, de wasmachineverkoper om de hoek.

Aan wetenschappers de verantwoordelijke taak onophoudelijk uit te leggen waaróm we weten wat we weten, wat de gevolgen kunnen zijn en, dat ook, waar de onzekerheden zitten en de wetenschappelijke kennis ophoudt – een cruciale voorwaarde voor publieke acceptatie van klimaatinzichten. De wetenschap moet het debat voeden met inzichten en argumenten, als een ‘eerlijke makelaar’, in de woorden van politiek wetenschapper Roger Pielke jr. die er een boek naar vernoemde.

En die ‘boosheid en zorgen’? Ook die zijn natuurlijk nodig. Maar laat die alsjeblieft over aan de actie- en pressiegroepen – en columnisten zoals Ten Broeke.

Meer over