Opinietoetscultuur

Opinie: In 5 gym had Hans van Mierlo vijf 5-en en een 4, naast voornamelijk 6-jes

Voor een minister van Onderwijs die echt van onderwijs houdt zijn er nóg meer redenen om zeer kritisch te kijken naar de komende citotoets en het komende eindexamen.

null Beeld Marcel van den Bergh
Beeld Marcel van den Bergh

Je hoeft geen aanhanger van D66 te zijn om te erkennen dat Hans van Mierlo een van de briljantste Nederlandse politici van de laatste halve eeuw is geweest. Des te treffender om in Hubert Smeets’ mooie Van Mierlo-biografie te lezen dat van dit uitzonderlijke talent op de middelbare school nog weinig was gebleken. Het paasrapport van de 19-jarige Van Mierlo in de vijfde gymnasiumklas van het Canisius College in Nijmegen vertoont namelijk vijf 5-en en een 4, naast voornamelijk 6-jes. Dat zou dus wel niks worden.

Het voorbeeld van Van Mierlo is geen uitzondering. We weten inmiddels dat voor het gros van de leerlingen rapportcijfers weinig voorspellende waarde hebben. Een slechte lijst hoeft helemaal geen gebrek aan talent te betekenen, en zegt weinig over falen of slagen in verdere studie en beroep. Dat geldt voor middelbare scholieren, het geldt evenzeer voor de kinderen op de basisschool. De intellectuele en sociale ontwikkeling van kinderen, pubers en adolescenten verloopt schoksgewijs en iedere niveaumeting zegt weinig over wat er in volgende jaren nog kan gebeuren.

Starre toetscultuur

Hoewel we dit al lang weten, houden we in Nederland strak vast aan een citotoets en schooladvies op 12-jarige leeftijd, die zeer bepalend zijn voor de verdere onderwijskansen van kinderen. We houden ook vast aan een eindexamen van de middelbare school dat de toegang tot het hoger onderwijs zeer selectief toedeelt. Die starre toetsings- en selectiemomenten vernietigen meer ontwikkelingskansen dan ze scheppen.

De coronapandemie voegt aan deze twijfels over de rechtvaardigheid van citotoets en eindexamen nog een aspect toe: dit jaar komt een cohort leerlingen aan de eindstreep dat al een jaar zeer matig onderwijs heeft gekregen. De achtstegroepers, vierdeklas vmbo’ers, vijfdeklas havisten en zesdeklas vwo’ers die deze zomer eindexamen doen, hebben allemaal een flinke extra handicap. Al bijna een jaar staat het onderwijs dat zij krijgen onder grote druk vanwege de herhaalde sluiting van de scholen en andere corona-maatregelen.

Wekenlang kregen deze leerlingen alleen online onderwijs, dat bij sommige leraren van zeer matige kwaliteit is. Soms konden zij wel naar school, maar dan veelal voor halve lesuren in kleinere klassen vanwege de 1,5-meter. Zij misten de directe begeleiding van leraren, de mogelijkheid vragen te stellen en dingen uit te discussiëren, de sociale controle en steun van medeleerlingen. De sociale context van de school en de eigen klas is grotendeels weggevallen, terwijl dit voor het leerproces een essentiële steun is.

Op veel scholen zien we dan ook dat de toetsprestaties en rapportcijfers van de leerlingen in de laatste klassen over de hele linie achterblijven bij het gemiddelde van voorgaande jaren. Geen wonder, gezien de handicaps die deze leerlingen het afgelopen jaar hebben ervaren.

Geen cito, aangepaste examens

Voor een minister van Onderwijs die echt van onderwijs houdt zou dit reden moeten zijn om zeer kritisch te kijken naar de komende citotoets en het komende eindexamen. Moeten we deze groep leerlingen wel op dezelfde manier afrekenen als hun voorgangers ?

Er is alle reden om de citotoets dit jaar wederom niet door te laten gaan en het schooladvies van de leraar (dat systematisch te laag is) generiek met één niveau te verhogen. Laat middelbare scholen de selectie van deze leerlingen over de eerste twee leerjaren uitsmeren, zoals ze nu al vaak doen met havo- en vwo-adviezen. 

Ook is er alle reden op voorhand iets te doen aan het komende eindexamen van de middelbare scholen. Men kan de cijfers van het schoolexamen van deze leerlingen generiek met een punt verhogen, ter compensatie van de onvermijdelijk slechtere kwaliteit van het geboden onderwijs. Men kan ook de slaag-/faal-normering van het gehele examen, inclusief het Centraal Schriftelijk, drastisch aanpassen om te voorkomen dat een onevenredig grote groep leerlingen zakt. Of men kan de beoordeling beperken tot een aantal kernvakken en de meer perifere delen van de vakkenpakketten minder laten meewegen voor slagen of zakken.

Het is volkomen terecht dat het scholierencomité LAKS om maatregelen in deze zin vraagt: door niets te doen begaat de minister een grote onrechtvaardigheid en legt hij de gevolgen van de coronapandemie op het bordje van één jaargang leerlingen.

Frans Leijnse  is gepensioneerd hoogleraar en was o.m. voorzitter van de HBO-raad. Hij mocht als arbeiderskind bij uitzondering naar de hbs. 

Meer over