OpinieRicky van Oers

Opinie: Hogere inburgeringseis vergroot sociale ongelijkheid en maakt van degenen die niet kunnen naturaliseren ‘tweederangs burgers’

De beoogde verzwaring van de taaleis zal een negatief effect hebben op de integratie van vreemdelingen, betoogt onderzoeker Ricky van Oers.

Nederlandse les als onderdeel van een inburgeringscursus. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Nederlandse les als onderdeel van een inburgeringscursus.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Op 3 februari behandelt de Tweede Kamer het voorstel van de regering om de eisen aan de beheersing van het Nederlands van toekomstige staatsburgers te verhogen. Met het voornemen wordt de belofte uit het regeerakkoord van Rutte III gestand gedaan. Volgens het kabinet is het Nederlanderschap iets om trots op te zijn en wat je moet verdienen. Maar het verhogen van de taaleis zal ook leiden tot uitsluiting van met name immigranten met lage inkomens of opleiding. De overheid bemoeilijkt met de verzwaarde eis de integratie van deze groepen, die wegens hun lange verblijf in Nederland voor naturalisatie in aanmerking zouden komen. Hiermee zijn noch de immigranten, noch de Nederlandse samenleving geholpen.

Kennis van de Nederlandse taal, staatsinrichting en maatschappij zijn al sinds 1985 voorwaarde voor naturalisatie. Of vreemdelingen aan deze eis voldoen, werd aanvankelijk getoetst door een gemeenteambtenaar in een informeel gesprek. De eis is in 2003 verzwaard met de introductie van een geformaliseerde naturalisatietoets waarin zowel mondelinge als schriftelijke taalvaardigheid wordt getoetst, alsmede kennis van de samenleving.

Trots op Nederland

In de debatten die vooraf gingen aan de verzwaring van de eis in 2003 gebruikte met name het CDA trots zijn op het Nederlanderschap als rechtvaardiging. Nu voert de regering als één van de belangrijkste redenen om de inburgeringseis te verzwaren wederom aan dat het Nederlanderschap iets is om trots op te zijn en wat je moet verdienen.

Politici die pleiten voor verzwaren van de inburgeringseisen op basis van dit emotionele argument houden echter geen rekening met de barrière die hogere taaleisen zullen opwerpen, en de negatieve effecten die uitsluiting van het Nederlanderschap zal hebben op de integratie van vreemdelingen.

De huidige eis vormt al een struikelblok voor een deel van de vreemdelingen. Sinds de verzwaring van de eis in 2003 is het aantal naturalisaties gehalveerd, hoewel de immigratie is toegenomen. De verzwaring van de inburgeringseis bij naturalisatie zal de ontwikkeling die in 2003 is ingezet, versterken.

Permanente uitsluiting

De verhoogde eis zal met name een barrière vormen voor lager opgeleide vreemdelingen. Zij zullen permanent worden uitgesloten van het Nederlanderschap, of hun naturalisatie zal sterk worden vertraagd. In Denemarken, dat een vergelijkbare taaleis introduceerde in 2002, is de vertraging onder laag opgeleide immigranten zichtbaar tot wel 16 jaar na het moment van immigratie, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Maastricht.

Daarnaast maakt de hogere eis naturalisatie voor deze groep immigranten veel duurder. Hoe lager iemand is opgeleid, hoe meer geld iemand aan taalcursussen zal moeten besteden om het vereiste niveau te bereiken. Dit zal ook gelden voor vluchtelingen die te kampen hebben met trauma’s. De zwaarste last wordt daarmee op de zwakste schouders geplaatst. Deze kwetsbare groep zal worden opgezadeld met hoge financiële lasten en schulden. Dat zal niet bijdragen aan hun integratie.

De barrière die de verzwaarde eis opwerpt wordt des te hoger nu de mogelijkheid om van de eis te worden ontheven wegens ‘aantoonbaar geleverde inspanningen’ zal komen te vervallen. Deze ontheffingsgrond wordt geschrapt om uiting te geven aan het grote belang dat de regering hecht aan het Nederlanderschap. Straks kan ontheffing alleen worden verleend aan diegenen die wegens een psychische of lichamelijke belemmering niet in staat zijn binnen vijf jaar voor het examen te slagen. Alle anderen voor wie het bereiken van het hoge niveau niet haalbaar is, zullen moeten wachten tot zij de AOW-leeftijd hebben bereikt en de inburgeringseis niet langer van toepassing is.

‘Tweederangs burgers’

Uitsluiting van het Nederlanderschap is vanuit het perspectief van integratie problematisch. Onderzoek heeft uitgewezen dat genaturaliseerde vreemdelingen een betere arbeidsmarktpositie hebben. Daarnaast heeft naturalisatie een positief effect op de politieke en sociale betrokkenheid van immigranten. Daarbij geldt dat hoe eerder iemand de nationaliteit verkrijgt, hoe beter dit is voor de integratie.

Met de verzwaring van de inburgeringseis zal de sociale ongelijkheid tussen Nederlanders en niet-Nederlanders worden vergroot. Het maakt van degenen die niet kunnen naturaliseren ook in politiek opzicht ‘tweederangs burgers’. Zij zullen immers onderworpen zijn aan wetten en regels op de totstandkoming waarvan zij geen invloed hebben kunnen uitoefenen. Dit gegeven knaagt aan de reputatie van Nederland als liberale democratie. Dat is niet iets om trots op te zijn.

Ricky van Oers is als onderzoeker verbonden aan de Western Norway University of Applied Sciences en het Onderzoekcentrum voor Staat en Recht, Radboud Universiteit.

Meer over