Opinie

Opinie: Het poldermodel, waarnaar velen in de slepende formatie terugverlangen, is een mythe

Informateur Remkes ergert zich aan de non-coöperatieve houding van politici. En hoewel Amsterdam een experiment begint met een ‘burgerberaad’ lijkt de nationale hang naar consensus uitgedoofd. Maar was die wel zo sterk?

Wim Kok tekent namens de vakbond FNV in 1982 het Akkoord van Wassenaar, de geboorte van het 'poldermodel'.  Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Wim Kok tekent namens de vakbond FNV in 1982 het Akkoord van Wassenaar, de geboorte van het 'poldermodel'.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Op momenten dat het overleg stukloopt is het vaak te horen: de roep om het poldermodel. In een nieuwsbrief naar zijn achterban beschreef Jesse Klaver de mislukte formatie als een breuk met ‘het poldermodel’: ‘de traditie van politieke compromissen’, van met elkaar het gesprek aangaan ‘in het landsbelang’. Informateur Mariëtte Hamer spreekt in haar eindverslag over ‘onze parlementaire cultuur’ waarin ‘partijen altijd bereid zijn om aan onderhandelingen te beginnen’, ook al was dat soms met ‘heel lange tanden’. Maar wie onderzoek doet naar de geschiedenis van het begrip, komt er al snel achter dat het poldermodel een wat mythisch karakter heeft.

Het poldermodel als idee vindt zijn oorsprong in de jaren tachtig, met het beroemde Akkoord van Wassenaar. Er heerste een diepe crisis, met een torenhoge werkloosheid. Het bekende verhaal is dat werkgevers en vakbonden, in de nood van het moment, tot de overtuiging waren gekomen dat het sluiten van compromissen noodzakelijk was. Loonmatiging werd uitgeruild tegen arbeidstijdverkorting met als doel de werkgelegenheid bevorderen. Wassenaar luidde zo een periode van consensus in over economisch beleid. Waar marktgerichte hervormingen onder Ronald Reagan en Margaret Thatcher gepaard gingen met harde polarisatie en felle confrontaties met de bonden, daar wist Nederland in de jaren tachtig via consensus en compromissen een eigen antwoord te vinden op de globalisering. ‘Het poldermodel’ was geboren.

Sterk overdreven

Recent onderzoek naar de jaren tachtig laat echter zien dat de rol van ‘Wassenaar’ en de mate van consensus over economisch beleid, sterk is overdreven. Er was weliswaar een beperkte consensus over loonmatiging, maar tegelijkertijd was er fundamentele onenigheid over het economisch beleid onder de kabinetten-Lubbers. ‘Het behoeft voor de lezers van Socialisme en Democratie nauwelijks betoog,’ schreef vakbondsleider Wim Kok in 1983, ‘dat het huidige regeringsbeleid in vrijwel alle opzichten haaks staat op de aanpak die de FNV heeft bepleit’. ‘Het kabinet heeft in 1983 met gigantische bezuinigingen en lastenverzwaringen willens en wetens een deflatoir proces ontketend, dat tot nu toe alleen maar heeft geleid tot een versnelde afbraak van werkgelegenheid in de marktsector en ook in de (semi-) collectieve sector.’ De ‘verworvenheden van de verzorgingsstaat’, zo concludeerde hij, ‘moeten het in deze neoliberale aanpak ontgelden’.

Naar eigen zeggen stond de vakbondsleider in de jaren tachtig ‘met de rug tegen de muur’. In de uitruil van het Akkoord van Wassenaar kwamen de vakbonden er bekaaid vanaf. Ze zaten opgescheept met vage beloftes over arbeidstijdverkorting, die met werkgevers in cao-onderhandelingen moesten worden uitgewerkt. Dat bleek een teleurstelling, maar ondertussen was flex voor werkgevers wel het nieuwe tovermiddel geworden. Het akkoord legde zo de basis voor de flexibilisering van de Nederlandse arbeidsmarkt. Ondertussen werd het marktgerichte beleid door het eerste kabinet-Lubbers er op unilaterale wijze doorheen gejast, zonder dat vakbonden of linkse partijen daar veel over te zeggen hadden.

‘Adviesorganen werden achteloos terzijde geschoven, de vakbeweging werd nauwelijks meer gehoord’, aldus journalisten Max van Weezel en Joop van Tijn, die de politiek van de jaren tachtig op bondige wijze beschreven als ‘een manhaftige poging om de regentenmaatschappij van de jaren vijftig te restaureren’.

Nederlandse cultuur

Gek genoeg is deze beleidsomslag de geschiedenis ingegaan als toonbeeld van de Nederlandse cultuur van consensus en compromis. Het is dan ook niet verwonderlijk dat oud-CDA-minister Bert de Vries in zijn laatste boek de ‘mythevorming’ rond ‘Wassenaar’ hekelt. Ook voormalig VVD-leider Frits Bolkestein concludeerde: ‘De gouden formule ‘bezuinigingen plus loonmatiging’ is niet zozeer te danken aan het zogenaamde poldermodel als wel aan harde politieke strijd.’

Het geeft een ander beeld van de macht en hoe die werkt in Nederland. Vaak wordt de Nederlandse traditie van consensus en compromis met evenredigheid geassocieerd: een cultuur van geven en nemen. Maar achter deze façade van consensus gaat over het algemeen een harde machtsstrijd schuil, waarin sommige partijen structureel meer nemen en minder geven dan hun overlegpartners.

Eenzelfde tendens zien we bij de klimaattafels, geroemd als hedendaags toonbeeld van de kracht van het poldermodel. Het volledige maatschappelijke middenveld kwam samen om het klimaatbeleid vorm te geven: van politiek, werkgeversorganisaties en bedrijven, tot vakbonden en milieuorganisaties. Na maanden onderhandelen was in juni 2019 een akkoord bereikt. Uit onderzoek van Follow the Money blijkt dat Greenpeace het akkoord niet heeft willen ondertekenen, omdat niet wezenlijk naar hen is geluisterd.

En net als bij ‘Wassenaar’ betekent een akkoord niet dat gemaakte beloftes invulling krijgen in de praktijk. Onlangs constateerde FNV vice-voorzitter Kitty Jong kritisch dat het klimaatakkoord domweg in de la is beland.

Zo bezien is de huidige breuk met het geromantiseerde verleden van het poldermodel minder scherp dan gevreesd. Het poldermodel is een ideaalbeeld, een idee van de wereld zoals die zou moeten zijn. Laten we het niet verwarren met de werkelijkheid zoals die is.

Rosa Kösters doet promotieonderzoek bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam.

Merijn Oudenampsen is socioloog en politicoloog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Beiden zijn redacteuren van het themanummer The Dutch neoliberal turn van het Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis (TSEG). Op 14 september wordt het nummer gepresenteerd bij het IISG te Amsterdam.

Meer over