OpinieSuriname en Nederland

Opinie: Het is tijd om eens iets te doen aan het gebrek aan kennis over de relatie tussen Nederland en Suriname

Nu de banden tussen Nederland en Suriname worden aangehaald, is het tijd om ook iets te doen aan de geringe kennis van onze gedeelde geschiedenis, betogen Peter Meel en Maurits S. Hassankhan.

De Surinaamse president Chan Santokhi bezoekt het Nationaal Leger in de Memre Buku Kazerne.  Beeld ANP
De Surinaamse president Chan Santokhi bezoekt het Nationaal Leger in de Memre Buku Kazerne.Beeld ANP

Nederland en Suriname sloten in 1992 een Raamverdrag inzake Vriendschap en Nauwere Samenwerking. Dat verdrag omsluit een groot aantal terreinen van samenwerking. Met een beroep op dit verdrag kunnen de twee landen op het gebied van democratie en rechtstaat, economische ontwikkeling en sociale rechtvaardigheid, maar ook in de sfeer van onderwijs, wetenschap en cultuur gezamenlijke activiteiten ontplooien.

De opbrengsten van het Raamverdrag zijn tot op heden wisselend geweest. Ten tijde van het presidentschap van Ronald Venetiaan (1991-1996 en 2000-2010) werkten de twee landen onder andere samen op het gebied van financiën, justitie en defensie, werden diverse ontwikkelingsprojecten uitgevoerd en gaven de regeringen een bestemming aan 20 miljoen euro, een bedrag dat resteerde uit de verdragsmiddelen die bij de soevereiniteitsoverdracht in 1975 overeen waren gekomen.

In de jaren dat de Nationale Democratische Partij (NDP) aan de macht was, namelijk toen Jules Wijdenbosch (1996-2000) en Desi Bouterse (2010-2020) als staatshoofd optraden, lag de samenwerking op regeringsniveau feitelijk stil. De diplomatieke relaties waren bekoeld. Den Haag nam openlijk afstand van Bouterse vanwege een drugsvonnis dat hem in Nederland was opgelegd, en vanwege zijn rol bij de 8 decembermoorden waarvoor hij in Suriname terechtstaat. Paramaribo verzette zich tegen deze houding en verwierp wat zij noemde de inmenging van de voormalige kolonisator in de interne aangelegenheden van Suriname. Bouterse noemde zijn recente veroordeling door de rechterlijke macht een door Nederland georkestreerd scenario en beweerde dat het vonnis in Nederland was geschreven.

Doorstart

Met het aantreden van de regering-Santokhi vorige maand is de weg vrij om de diplomatieke relaties te herstellen, ambassadeurs te accrediteren en ervoor te zorgen dat een doorstart van de samenwerking kan plaatsvinden. De 20 miljoen euro die nog in kas zijn, kunnen met voorrang worden besteed. Daarnaast dient snel te worden vastgesteld welke sectoren in Suriname momenteel het meest gebaat zijn bij investeringen in menskracht, kennisoverdracht en kapitaal.

Een eerste stap op het gebied van nauwere samenwerking is inmiddels gezet. Nederland heeft medisch personeel, bedden en beademingsapparatuur beschikbaar gesteld voor het bestrijden van de coronacrisis in Suriname. Dat is een voortvarend begin dat hopelijk een spoedig vervolg krijgt, want de financieel-economische crisis waaronder het land gebukt gaat, is ernstig. Inschakeling van de Surinaamse diaspora bij het versterken van de onderlinge banden ligt voor de hand. De diaspora voelt zich verbonden met het moederland, beschikt over expertise en fondsen en loopt zich al geruime tijd warm om in afstemming met de twee regeringen zijn bijdrage te leveren.

Over de immateriële kanten van de Surinaams-Nederlandse vriendschap bewaren beide landen vooralsnog het stilzwijgen. De geschiedenis die de twee landen delen, komt af en toe ter sprake om het voortbestaan van het Raamverdrag te rechtvaardigen. Maar dat de bestudering van die geschiedenis het fundament van dit verdrag kan versterken en de banden tussen de respectievelijke volkeren kan verdiepen, is iets wat buiten het gezichtsveld van veel politici lijkt te liggen. De gebrekkige kennis van die geschiedenis in Suriname en in Nederland kan nog tot in lengte van dagen worden gememoreerd, maar er zal pas werkelijk iets ten goede kunnen veranderen als die geschiedenis een speerpunt wordt van gedeeld beleid en de projectmatige aandacht krijgt die het verdient.

Geheimen

Daarom een oproep aan premier Rutte en president Santokhi om dit onderwerp tijdens hun aankomende overleg te bespreken. Tijdens die ontmoeting zal het onder andere moeten gaan over de toegang tot gedeelde kennis. Zo is het van fundamenteel belang dat Nederlandse archieven met betrekking tot Suriname digitaal beschikbaar worden gesteld en dat het Nationaal Archief Suriname wordt gesteund bij het conserveren en ontsluiten van Surinaamse archieven voor een breed publiek.

Bij dit agendapunt hoort vanzelfsprekend ook de noodzaak om de Nederlandse archieven over de staatsgreep van 1980 open te stellen om de Surinaamse en Nederlandse gemeenschap te informeren over de achtergronden van deze machtsovername. Vrienden zouden geen geheimen over hun gedeeld verleden moeten willen hebben, al helemaal niet als zij opereren krachtens een verdrag dat op vriendschap en nauwere samenwerking is gericht.

Peter Meel en Maurits S. Hassankhan zijn als historicus verbonden aan respectievelijk de Universiteit Leiden en de Anton de Kom Universiteit van Suriname

Meer over