GASTCOLUMNRONIT PALACHE

Opinie: Het is fundamenteel om één plek te hebben waar je als kind niet bang hoeft te zijn voor de toorn Gods

De school van de Joodse Kindergemeenschap Cheider in Amsterdam. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
De school van de Joodse Kindergemeenschap Cheider in Amsterdam.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Volgens de Onderwijsraad is er niets mis met artikel 23, het grondwetsartikel over de vrijheid van onderwijs, zo bleek enkele weken geleden. Wel moeten de burgerrechten binnen scholen extra worden benadrukt en nageleefd en moet er zo nodig juridisch worden opgetreden op plekken waar ze niet (genoeg) zijn gewaarborgd, aldus raadsvoorzitter Edith Hooge.

Burgerrechten. Interessant woord. Wat wordt daar in dit verband precies mee bedoeld?

Het komt er min of meer op neer dat de school niet als podium mag worden gebruikt om te discrimineren of antidemocratisch gedachtegoed over te brengen vanwege de ‘pluriforme samenleving’ waarin we zouden leven.

Discriminatie

Toen ik zelf een ‘bijzondere school’ bezocht, was discriminatie óp school niet zozeer het probleem alswel de discriminatie die er plaatsvond (en vindt) bij de aanmelding: niet-joden waren per definitie niet welkom. En het begrip niet-joden moet u breed opvatten. Onder joods wordt de nogal achterhaalde definitie verstaan van joods volgens de orthodox-joodse wet, de halacha. Dat betekent dat ook joden met uitsluitend een joodse vader geen enkele joodse school in Nederland (drie om precies te zijn) mogen bezoeken.

Op zichzelf wel verfrissend dat de vrouw bij joden maatgevend is voor een dergelijke bepaling, toch zijn we geen steek verder dan 1988, het jaar waarin de toen middelbare scholier in spe Aram Brucker een rechtszaak aanspande tegen het Maimonides Lyceum, omdat hij was geweigerd: niet joods genoeg. De Hoge Raad (tot zóver reikte de zaak) bepaalde ten gunste van de school, Aram moest zijn heil elders zoeken. Ik ken Aram niet, maar ik denk dat hij zijn al dan niet joodse god op zijn blote knieën mag danken. Dit terzijde.

Selectie aan de poort

Je creëert met een dergelijke selectie aan de poort al vanaf dag één een wij-zijsituatie, waarbij de leerlingen krijgen ingepeperd dat zij anders zijn dan de rest. Terwijl ik altijd dacht dat de meeste minderheden juist níét anders behandeld willen worden dan ‘de rest’.

Nu is het Maimonides (inmiddels is lyceum weggevallen uit de naam), die middelbare school die ik wél mocht bezoeken vanwege mijn twee joodse ouders, op veel vlakken behoorlijk ‘openbaar’ (volgens de eigen website ‘een brede joodse school met een geheel eigen plek in Nederland’) en lang niet zo dogmatisch als zijn ultra-orthodoxe broertje het Cheider, een paar straten verder. Desalniettemin genoot ik lessen waarin de Tora centraal stond en waar leerlingen geregeld werden gewaarschuwd vooral niet ‘gemengd’ te huwen. Let wel, in het Nederland van nu, of nou ja, twintig jaar geleden, midden in Amsterdam, met subsidie van onze overheid.

Het is een discussie die iedere zoveel maanden, of jaren, weer oplaait. Wij nemen graag islamitische scholen en reformatorische scholen als voorbeeld van onverdraagzaamheid, omdat de excessen in die contreien snel zijn te vinden. En omdat ze makkelijke doelwitten zijn voor mensen met een hekel aan religie. Voor de huidige discussie bijvoorbeeld is de verplichte outing van homoseksuele leerlingen op een reformatorische school in Gorinchem tegenover hun ouders de aanleiding. Maar is dat waar artikel 23 over gaat, de excessen? Ik denk het niet.

Anders dan thuis

Het is belangrijk dat een kind érgens kennis maakt met een wereld die anders is dan thuis. Dat gebeurt door mensen te ontmoeten van verschillende komaf, door te leren over profane zaken, door boeken binnen handbereik te hebben die geen verlengstuk zijn van de ideeën van De Groep, maar ook en vooral door de code, dogma’s en sociale controle van ‘thuis’ niet centraal te stellen bij onderwijs - een plek bij uitstek die gespeend zou moeten zijn van indoctrinatie.

Joden brengen vaak in dat op openbare scholen antisemitisme voorkomt, waardoor ze zich veiliger voelen in de eigen gemeenschap; anderen stellen dat secularisme ook een dogma is. Maar wat is institutioneel secularisme? Niemand verbiedt in een seculier schoolsysteem dat er over God wordt gesproken. Dat er verteld wordt over de Bijbel en Jezus, de Tora en Mozes, de Koran en Mohammed, want dat kan toch ook uitstekend in een historisch-maatschappelijke context in plaats van een religieuze?

Het is prettig en fundamenteel om één plek te creëren, los van het gezin, de gemeenschap, het gebedshuis, waar leerlingen niet bang hoeven te zijn voor de toorn Gods. En er misschien wel leren dat die niet noodzakelijkerwijs bestaat. Dat dat een opvatting is en geen bewezen werkelijkheid. Ik had er veel geld voor over gehad als ik niet stiekem met mijn niet-koosjere broodje ossenworst in een steeg, honderden meters van school, aan de smaak van mijn nieuwe leven had hoeven proeven. Over burgerrechten gesproken.

Ronit Palache is journalist, schrijver en interviewer en in de maand oktober gastcolumnist van volkskrant.nl/opinie.

Correcties en Aanvullingen: in een eerdere versie van dit artikel stond ‘het hof’. Dat moet de Hoge Raad zijn en dat is gecorrigeerd.

Meer over