Opinie

Opinie: Het Europese klimaatplan mist een mondiale visie, en strategie. Mogelijk helpt een nieuwe taks

Het klimaatprobleem kan alleen worden opgelost met een ‘mondiaal klimaatproject’ en juist dat inzicht ontbeert de neoliberale Green Deal. En er mist wel meer.

Een oogstmachine in actie in het Duitse Reichenbach, 30 juli.  Beeld Getty Images
Een oogstmachine in actie in het Duitse Reichenbach, 30 juli.Beeld Getty Images

Het onlangs gepresenteerde Europese klimaatplan, de Green Deal, mist een visie op, en een strategie voor de inrichting van de dertigjarige zoektocht naar een klimaatoplossing. Want er ontbreken drie essentiële zaken.

Ontbrekende zaken

Om te beginnen ontbreekt een overzicht van wat moet worden aangepakt wat betreft de uitstoot van broeikasgassen. Zo wordt er onder andere niets gezegd over de emissie van broeikasgas door veeteelt en landbouw. Vervolgens ontbreekt hoe de EU wil samenwerken met de andere werelddelen en vooral met zijn naaste buren Afrika en Rusland. Dat is nodig omdat Europa energetisch niet van ‘zijn eigen’ zon, wind en aardwarmte kan leven. En ten derde mist: hoe gaat de EU zijn lidstaten aansturen?

Dat zal zeker niet lukken met de voorgestelde verkoop en handel van emissierechten. Het zou mogelijk wél kunnen met een democratisch gecontroleerde dynamische ‘emissietaks’, met een heffingsgrondslag die afwijkt van wat overal gebruikelijk is.

En voordat we op die taks ingaan, zij opgemerkt dat het ontwikkelen van een klimaatoplossing niet alleen anders is, maar vooral vele malen moeilijker is dan het vaststellen van het klimaatprobleem en een klimaatdoel. Vooral omdat het mondiale klimaatprobleem alleen met een ‘mondiaal klimaatproject’ kan worden opgelost.

Het is een uniek project zonder projectleider, met de hele wereldbevolking als klant, met alle wereldburgers als medewerkers en met een looptijd van dertig jaar. Iedereen heeft belang bij een oplossing en zal daarvoor zijn bijdrage – een andere manier van leven – moeten leveren.

Eerlijk afrekenen

Dat laatste doen mensen niet uit zichzelf. En ze doen het zeker niet met de Angelsaksische benadering van neoliberaal denkende overheden, die – met hun ingehuurde adviseurs en projectmanagers – afspraken proberen te maken tussen de talloze partijen, die er verschillend inzitten met betrekking tot de lusten en lasten van zowel het ontstaan van het klimaatprobleem als het vinden van een klimaatoplossing.

De enige manier om de mensen in de gewenste richting te krijgen is dat iedereen op een eerlijke manier wordt afgerekend op zijn eigen uitstoot van broeikasgas. Dus geen handel in emissierechten, geen subsidies en geen – niet op broeikasgas sturende – energiebelasting meer.

Het afrekenen op eigen uitstoot kan alleen als alle ketenspelers van producten en diensten worden belast met een door de EU opgelegde dynamische, prestatie-afhankelijke Belasting op Toegevoegde Emissie. (bte), die de bestaande btw vervangt.

Belasting op toegevoegde emissie

In plaats van dat belasting wordt betaald over de kosten van de toevoeging aan een product of dienst, wordt er belasting betaald als er broeikasgas wordt uitgestoten voor de toevoeging. Net zoals met de btw, komt met de bte de totale emissiebelasting uiteindelijk bij de consument terecht. Daarmee worden alle bedrijven in de productieketens door de consumenten in competitie gezet op de gewenste minimale uitstoot.

Het heffen van bte is lastiger dan het heffen van een vast percentage van de omzet van de toevoeging, zoals bij de btw, maar met de huidige digitale mogelijkheden is de heffing wel degelijk te verwezenlijken. Beperken we ons voor het begrip tot de CO2-uitstoot, dan dient iedere ketenspeler over zijn bijdrage aan een product of proces, eerst de daarmee gepaard gaande hoeveelheid CO2-uitstoot in tonnen te bepalen. Vervolgens worden die tonnen uitstoot met de op dat moment vigerende eenheidsprijs per ton vermenigvuldigd en aan de belastingdienst opgegeven. Die opgave wordt gecontroleerd en als aanslag opgelegd. De hoogte van de heffing, die omgekeerd evenredig is aan de voortgang van de Europese CO2-reductie, wordt door het Europees Parlement bepaald en is dus een dynamische belasting.

Rechtvaardig

Belangrijk is dat de bte sociaal rechtvaardig wordt opgelegd. Dat betekent dat er progressieve tarieven moeten komen en wellicht quota voor activiteiten met bovenmatige uitstoot, zoals vliegen en autorijden. Het kan niet zo zijn dat rijke mensen veel uitstoot produceren, daarover lachend belasting betalen en daarmee een probleem bij armere mensen veroorzaken.

Toepassing van de bte in alle productieketens is echter niet genoeg om adequaat te sturen. De EU zal de richting waarin de klimaatoplossing wordt gezocht doorlopend moeten bepalen dan wel bijstellen als functie van de technologische mogelijkheden voor wat betreft de energievoorziening en de uitstootreductie van de ketens. Daarmee kunnen de afzonderlijke staten worden aangestuurd aangaande het invoeren van een lange reeks samenhangende maatregelen, en kunnen burgers daaropvolgend hun keuzen maken.

Europees toezichtsorgaan

Daarvoor is een apart Europees orgaan nodig dat doorlopend de doeltreffendheid en doelmatigheid van kansrijke scenario’s met betrekking tot winning, transport, opslag, distributie en gebruik van een mix van duurzame energiebronnen zoals zon, wind, getij, aarde, lucht en water bepaalt. Ook kernenergie wordt daarin meegenomen.

Deze scenario’s omvatten ook de interactie met de rest van de wereld en geven inzicht in de te verwachten economische, ecologische en sociaal-culturele effecten als functie van de tijd. Het trechteren van scenario’s is de taak van het Europees Parlement.

Hennes A.J. de Ridder is emeritus hoogleraar Integraal Ontwerpen aan de faculteit der Civiele Techniek en Geowetenschappen van de Technische Universiteit Delft.

Meer over