OpinieVerantwoorde samenleving

Opinie: Het coronavirus toont ons dat er grenzen zitten aan de begeerte naar een beter en langer leven

In plaats van het van bovenaf ‘weghameren’ van het virus, kunnen we beter een verantwoorde samenleving inrichten, betoogt Marli Huijer. Daarbij hebben we studenten hard nodig, vult Marnix Broer aan.

null Beeld Arie Kievit
Beeld Arie Kievit

Wat hadden we het begin dit jaar goed voor elkaar. Het land was rijk en gelukkig, de staatsschuld onder het Europese gemiddelde, de werkloosheid laag. De economische crisis van 2008 was glansrijk doorstaan, het gezondheidszorgstelsel een van de beste van Europa, de levensverwachting hoog. Dat maakte overmoedig, niets kreeg ons eronder. We voelden ons vrij, veilig en gezond – althans gemiddeld. Het kon alleen maar beter worden.

Eind 2020 is Nederland een ander land. Niet alleen zijn er meer dan 10 duizend meer doden te betreuren dan in 2019, ook is de economie gekrompen en zijn de staatsschuld en werkloosheid gestegen. Jongeren en ouderen kampen met eenzaamheid en psychische stoornissen. Het gezondheidszorgstelsel is overbelast, de reguliere zorg afgeschaald.

Tot nu toe leggen burgers de verantwoordelijkheid voor de corona-aanpak volledig bij de overheid. Die zou strenger moeten optreden of juist minder streng. Daar kun je uitgebreid over polemiseren, maar belangrijker dan dat: wat zegt het over ons, over onze levenswijze, dat een virus ons zo overdondert? Zijn we ons door de steeds hogere levensverwachting onkwetsbaar gaan wanen? Corona schokt dat vertrouwen. Het toont dat er grenzen zitten aan de begeerte naar een steeds beter en langer leven.

Paradoxen

De kwaliteit van het dagelijkse leven in Nederland is sinds halverwege vorige eeuw sterk verbeterd. Dankzij welvaart, beter onderwijs en medische ontwikkelingen steeg de gemiddelde levensverwachting van ruim 70 jaar in 1950 naar ruim 80 jaar nu. Reden voor tevredenheid, zou je denken. Maar nee. Hoe langer we leven, des te langer willen we leven. Accepteren dat het soms terugloopt, kost moeite.

Het is de paradox van vooruitgang. Die toont zich ook op andere terreinen. We winnen door technische vooruitgang tijd en willen vervolgens nog meer doen. We kunnen sneller reizen en gaan daarom vaker en verder weg. Genoegen nemen met vakantie aan de Noordzee kan niet. Je moet in Japan zijn geweest. Genoegen nemen met een levensverwachting van zeventig kan evenmin. Je moet minstens de tachtig halen.

De ingrepen die nodig zijn om de zucht naar een steeds beter en langer leven te bevredigen, brengen echter vrijwel altijd collaterale schade met zich mee. Ze gaan onbedoeld gepaard met nieuwe gevaren. Dat kunnen pandemieën, economische recessies of klimaatverandering zijn.

‘Virussen zijn eigenlijk bewakers van ecosystemen’, tekende Maarten Keulemans in deze krant op uit de mond van viroloog Marion Koopmans. Die uitspraak vat het probleem goed samen.

Virussen beïnvloeden de samenhang en relaties tussen de verschillende menselijke en niet-menselijke soorten die de aarde bevolken. Wanneer één soort, in dit geval de menselijke, zich onevenredig veel toe-eigent ten koste van andere soorten, ondergaat het ecosysteem veranderingen die op de soort kunnen terugslaan. Zo verspreiden virussen zich razendsnel over de wereld, omdat mensen vaker in het vliegtuig stappen en verder reizen. En zo is door de extra levensduur die de vooruitgang bracht het aantal kwetsbare 70-plussers substantieel gestegen.

We zouden willen dat we hen zonder collaterale schade konden beschermen, maar dat blijkt niet te kunnen. Ingrepen in onze omgeving, hoe goed ook bedoeld, geven vrijwel altijd nevenschade. Nieuwe ziekten zijn daarvan slechts één voorbeeld.

‘Antwoordelijkheid’

Als het coronavirus straks onder bedwang is, zijn we niet van het probleem af. De kans is groot dat er nieuwe virussen langskomen die dodelijk zijn. Toch is dat geen reden voor pessimisme. Eerder voor een actief zoeken hoe onze leefstijl zo vorm te geven dat de mens geen dreiging voor de ecosystemen is.

De Amerikaanse bioloog en filosoof Donna Haraway introduceerde daartoe het begrip ‘antwoordelijkheid’, respons-ability, het vermogen om antwoord te geven. De vraag hoe te reageren op virussen die onze levensduur bedreigen wordt daarmee een zaak van alle menselijke en niet-menselijk wezens.

Is dat antwoord reden om onze verlangens naar meer, beter en langer te begrenzen? Of juist om nog meer te willen? Het is begrijpelijk dat de politieke leiders zich aanvankelijk niet met dit soort filosofische, sociologische en biologische reflecties bezighielden en vooral focusten op het indammen van het gevaar. Maar naarmate de epidemie vordert, wreekt zich dat een weloverwogen afweging van de maatregelen en de erdoor aangebrachte nevenschade ontbreekt. En ook dat de bevolking nauwelijks bij die afweging wordt betrokken.

Bij herhaling worden we gemaand te geloven dat het voor ‘ons allen’ het beste is dat kinderen wekenlang niet naar school gaan, jongeren elkaar mijden, studenten online onderwijs krijgen, werkenden dat in hun eentje thuis doen en kunstenaars en andere beroepsgroepen hun dromen en inkomen moeten opgeven. Alle hoop, en daarmee alle beleid, is gericht op het zorgsysteem, maar daar zitten menselijkerwijs grenzen aan.

Mijn voorstel is daarom om een multidisciplinair team in te stellen, met deskundigen uit de economie, biologie, sociale en geesteswetenschappen, dat in samenspraak met de bevolking een afgewogen, omvattende en gebalanceerde visie ontwikkelt. Onderwerp is dan niet hoe het virus weg te hameren, maar hoe we verantwoord kunnen samenleven met de vele andere soorten waarvan de menselijke soort afhankelijk is.

Marli Huijer is hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en voormalig Denker des Vaderlands.

Let een beetje op onze studenten

Studenten hebben door de coronacrisis meer te kampen met gevoelens van angst en eenzaamheid. Vergeleken met de eerste lockdown zijn ze sterker geworden. Gevoelens van eenzaamheid liepen op van 38 procent naar 68. Depressiviteit van 29 naar 46 procent. Geen colleges meer, niet meer koffiedrinken met vrienden, of ontspannen in sportschool, kroeg of op een feestje. En dan gaat het niet zozeer om de locatie, maar om de sociale interactie. Uit onderzoek van het CBS (Sociale samenhang & Welzijn, 2015) blijkt dat het hebben van sociale contacten en de frequentie waarmee jongeren contact hebben met hun vrienden de grote geluksfactoren zijn. Dus premier Rutte, minister De Jonge en het OMT: denk aan het effect van de maatregelen op studenten. En lieve familie en buren: let een beetje op ze. We hebben ze in de toekomst heel hard nodig.

Marnix Broer, oprichter onlineplatform StudeerSnel.

Meer over