Opinie

Opinie: Help, de Nederlandse Middeleeuwen dreigen in de marge te verdwijnen

Het onderzoek naar de middeleeuwse geschiedenis van Nederland drijft tegenwoordig vooral op pensionado’s en amateurs, en zelfs dat staat onder druk. Terwijl Nederland met zijn kastelen en kerken nog steeds de Middeleeuwen ademt.

Hans Mol
Het Muiderslot dateert van oorsprong uit de dertiende eeuw. Beeld Sem van der Wal / ANP
Het Muiderslot dateert van oorsprong uit de dertiende eeuw.Beeld Sem van der Wal / ANP

Zal er ooit nog een nieuwe Johan Huizinga furore maken als kenner van de middeleeuwse geschiedenis van Nederland? Het is niet onmogelijk omdat echte talenten zichzelf redden, maar dan zal hij of zij geen opleiding meer aan een Nederlandse universiteit hebben genoten.

Want het is slecht gesteld met de studiemogelijkheden op dit gebied. Al sinds de millenniumwisseling is sprake van een gestage neergang. Onontbeerlijke steundisciplines als paleografie, oorkondenleer en historische geografie zijn al jaren geleden uit de curricula geschrapt. Erger is dat de afdelingen middeleeuwse geschiedenis van de universiteiten nog maar weinig kenners van de Nederlanden in hun midden hebben. Aan de Vrije Universiteit Amsterdam is het professoraat tien jaar geleden gesneuveld. In Nijmegen worden alleen het vroege christendom, Byzantium en de Arabische wereld bestudeerd. In Utrecht richt men zich vooral op de Karolingische cultuur, terwijl in Groningen eerder de Renaissance centraal staat.

Zo op papier een mooie verdeling, maar dan wel een die ertoe leidt dat geen student nog een middeleeuws archief in eigen land bezoekt. En wat de Universiteit van Amsterdam (UvA) en Leiden betreft, is vorig jaar met de benoeming van buitenlandse hoogleraren de trend richting de eliminatie van Nederlandstudies verder doorgezet, overigens met de kanttekening dat de nieuwkomers een prima staat van dienst hebben. Zij lezen echter geen (oud-)Nederlandse bronnen, zijn niet bekend met Nederlandse archieven en kunnen hun pupillen daar dus niet mee vertrouwd maken.

Malaise

Deze ontwikkeling staat allerminst op zichzelf. De archeologie is door een soortgelijke malaise bevangen. De eens zo florerende vakgroepen middeleeuwse archeologie aan de UvA en Leiden hebben geen hoogleraar en zijn teruggeschaald tot medewerkersniveau. Dat geldt eveneens voor Groningen. Bij elk van deze opleidingen wordt de nadruk gelegd op de prehistorie, de klassieke archeologie, de limes en de archeologie van het Midden-Oosten en Zuid-Amerika. De studie van ‘inheemse’ kloosters, kerken en kastelen staat zogezegd onderaan in de pikorde.

Het laat zich raden dat daarmee de begeleiding van de nog talrijke studenten met interesse voor het eigen woongebied in gevaar komt. Voor hen zijn amper reguliere promotieplekken beschikbaar, simpelweg omdat er geen researchvoorstellen meer bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) of elders worden ingediend. Immers, als subsidieaanvragen niet door leerstoelhouders ondertekend kunnen worden die op het terrein actief zijn, worden ze ook niet gehonoreerd.

De consequentie is dat op Nederlandse regio’s gericht onderzoek alleen nog wordt gedaan door amateurs, pensionado’s en een steeds kleiner aantal buitenpromovendi onder begeleiding van bijzonder hoogleraren. Dit U-bochtsysteem lijkt echter ook afgebroken te gaan worden. En zo zijn we voor de ‘middeleeuwse’ bemensing van archieven, erfgoedinstellingen en scholen uitsluitend aangewezen op generalisten zonder kennis van de eigen stad en streek.

Angst voor cultuurchauvinisme

Het is niet simpel het waarom te benoemen achter deze negatieve trend, die zo duidelijk afwijkt van de tradities in de ons omringende landen. Er is geen sprake van een complot. Maar zeker is dat de aanhoudende mode van ‘globalism’, de angst voor eng cultuurchauvinisme en de neiging in het verleden alleen wortels te willen zoeken van hedendaagse samenlevingsproblemen hierin een rol spelen.

Nu heeft wereldbetrokkenheid de horizon stellig ook verruimd en ik zou niemand willen tegenhouden steppenvolken te bestuderen of de tolerantie onder de Almoraviden. Zulke thema’s met bijbehorende vergelijkende aanpak zijn belangwekkend genoeg. We zitten echter niet in Australië of Amerika waar mediëvisten alleen citeergemeenschappen hoeven te bedienen. Ons land ademt nog overal middeleeuwen en er is een grote publieke belangstelling voor – denk aan het megasucces van Bart van Loo’s boek over de Bourgondiërs.

Als we de Nederlanden niet meer zelf mogen bestuderen, gewapend met kennis van de taal, instellingen en maatschappelijke verhoudingen, zal niemand anders dat voor ons doen, in San Diego, Ouagadougou of waar dan ook.

Harvard aan de Hunze

De besturen van universitaire historische instituten en NWO-commissies lijken er geen boodschap aan te hebben. Bij de invulling van vacatures bewandelt elk van hen dezelfde platgetreden paden, door vooral Engelstalige toppers aan te trekken, om internationaal te scoren als Harvard aan de Hunze of Oxford aan de Amstel. In Leiden en elders leer je ook op dit terrein ‘de wereld kennen’, maar niet meer het eigen land, al dan niet in relatie tot de wereld.

De wereld op zijn breedst maar Holland op zijn smalst. Het wordt tijd dat daarin verandering komt.

Hans Mol is medewerker middeleeuwse geschiedenis Fryske Akademy en (em.) bijzonder hoogleraar middeleeuwse geschiedenis van de Friese landen aan de Universiteit Leiden.

Meer over