Opinie

Opinie: Georgische droom hangt aan een zijden draadje

Onder het oog van de EU wordt ook in Georgië een jonge democratie de nek omgedraaid, betoogt Julian Postulart.

Een anti-overheidsprotest in Georgië. Beeld AFP
Een anti-overheidsprotest in Georgië.Beeld AFP

Massale protesten, de arrestatie van belangrijke oppositieleden en oorverdovende stilte in de Europese hoofdsteden. Nee, ik heb het niet over Myanmar of Rusland. Ik heb het over Georgië, een klein land in de Kaukasus dat zich in het pre-coronatijdperk ontwikkelde tot een belangrijke hotspot voor Nederlandse toeristen. Onder het oog van de EU wordt ook hier een jonge democratie de nek omgedraaid.

Enkele weken geleden barstte de politieke bom in Georgië toen oppositieleider Nika Melia met geweld werd opgepakt in het partijbureau van de Verenigde Nationale Beweging (VNB). Deze actie was de culminatie van een ingewikkeld politiek schaakspel dat begon nadat de huidige regeringspartij, opgericht door de invloedrijke multimiljardair Bidzina Ivanisjvili, in oktober vorig jaar een flinke verkiezingswinst had geboekt en daarmee haar machtsbasis had verstevigd.

Niets leek Ivanisjvili meer in de weg te staan om zijn tegenstanders de mond te snoeren. Premier Giorgi Gakharia weigerde echter mee te werken aan deze politieke zuiveringen en werd daarom in februari dit jaar gedwongen zijn ontslag in te dienen, met de arrestatie van Melia als direct gevolg.

In een onstuimige regio was Georgië lange tijd een eiland van relatieve rust en welvaart. Onder oud- president Micheil Saakasjvili streefde het land naar verregaande Euro-Atlantische integratie. Dit leidde zelfs tot een korte maar hevige oorlog met Rusland in 2008, waarna plannen voor het NAVO- lidmaatschap (tijdelijk) in de ijskast werden gezet. Toen Saakasjvili een paar jaar laten vanwege corruptieverdenkingen noodgedwongen het politieke toneel moest verlaten, schakelde de nieuwe democratisch verkozen regering enkele tandjes bij om binnen afzienbare tijd lid te worden van de EU.

Helaas lijken de autoritaire trekjes van Ivanisjvili deze Georgische EU-droom nu definitief te verstoren.

Wie door de straten van Tbilisi loopt, de hoofdstad van Georgië, vindt overal de blauw-gele vlag van de Europese Unie. Volgens een opiniepeiling van de EU (16 juni, 2020) vinden verreweg de meeste Georgiërs nog steeds dat het land aansluiting moet zoeken bij het Westen. Andersom lijkt Europa Georgië zo goed als vergeten. Ondanks dat Brussel een associatieverdrag heeft gesloten met het land in 2014 en Georgische bedrijven verregaande markttoegang genieten, is er geen perspectief op het EU-lidmaatschap.

Voor Georgië bestaat de EU uit meer dan alleen sociaaleconomische voordelen. Voor deze voormalige Sovjetrepubliek biedt Brussel een geopolitieke uitweg uit de verstikkende Russische houdgreep waar Moskou Tbilisi al meer dan tien jaar in gevangen houdt. Kortom, de EU is een aantrekkelijk alternatief voor de toenemende invloed van andere spelers in de regio, maar Brussel weigert deze handschoen op te pakken.

Door interne strubbelingen lijkt Europa niet klaar om eenstemmig te handelen wat betreft buitenlandpolitiek. Bovendien heeft diepgeworteld euroscepticisme geleid tot een stop op de EU-uitbreiding. Gezien de grote moeite die sommige lidstaten, waaronder Nederland, hebben om landen als Noord-Macedonië en Albanië een kandidaatstatus te geven, zal het zeker nog wel even duren voordat Georgië ook maar zal verschijnen op de uitbreidingsradar van de EU. Tot die tijd zullen de Georgiërs dan ook genoegen moeten nemen met een plaatsje in de wachtkamer, als ze daar al überhaupt worden binnengelaten.

Nu is echter niet het moment voor de EU om Georgië in de kou te laten staan. Op dit politieke kantelpunt zal Brussel meer moeten doen dan bemiddelen om tegemoet te komen aan de langgekoesterde wens van veel Georgiërs, die nu door hun eigen regering dreigt verkwanseld te worden. Het gaat hierbij niet alleen om het kweken van goodwill, maar nog belangrijker: om ten overstaan van Poetins Rusland te laten zien dat Europa zich ook geopolitiek kan manifesteren.

Hier hoeft overigens geen direct EU-lidmaatschap tegenover te staan. In gesprek met een diplomaat uit Moldavië, een land dat in hetzelfde schuitje als Georgië verkeerd wat betreft Europese integratie, werd mij verteld dat het geen probleem is als daadwerkelijk lidmaatschap nog vijf, tien of zelfs twintig jaar op zich laat wachten. Veel belangrijker is dat Brussel deze landen een stip op de horizon biedt die richting geeft aan samenleving en politiek. Daar waar democratie onder druk komt te staan, is het aan de Europese Unie om Georgië aan de goede kant van de streep te houden.

Julian Postulart is masterstudent East European Studies aan de UvA.

Meer over