Opinie

Opinie: gemeenten en bouwers, jullie hoeven niet steeds opnieuw het wiel uit te vinden. Ecowijken hebben ideeën en ervaring genoeg

Bij alle bouwhaast in de woningcrisis wordt te snel gegrepen naar de voor de hand liggende, standaardaanpak voor huizen. Maar wie zich even verdiept in hoe ecologische wijken zijn opgebouwd, slaat twee vliegen in één klap.

De ecologische wijk EVA-Lanxmeer in Culemborg. Beeld Hollandse Hoogte / ANP
De ecologische wijk EVA-Lanxmeer in Culemborg.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

De afgelopen weken kon tv-kijkend Nederland kennismaken met Typisch Ecowijk Culemborg. De wijk EVA Lanxmeer (Stichting Ecologisch Centrum voor Educatie, Voorlichting en Advies, red.) staat internationaal bekend als voorbeeld van hoe je duurzaamheid in een complete woonomgeving kunt realiseren. Kijkers kregen een indruk van hoe groen de wijk is, van de bijna-afwezigheid van auto’s in het straatbeeld, van de royale ruimte en natuurlijke aanleidingen die kinderen hebben om er buiten te spelen, van de duurzaam gebouwde, architectonisch gevarieerde woningen met energiebesparende voorzieningen, van de aandacht die water in de openbare ruimte kreeg en de hoven waar de bewoners hun gemeenschappelijke tuinen onderhouden en gezamenlijke activiteiten ontplooien. Er wonen zo’n duizend mensen; er zijn bedrijven, er is een biologische boerderij, een scholengemeenschap, een woonzorgcomplex, een zwembad.

EVA Lanxmeer ontstond onder een gelukkig gesternte, in een gemeente die, in 1995, duurzaamheid hoog in haar vaandel had staan en de beschikking had over een groot stuk gunstig gelegen bouwgrond. Stichting EVA had de ideeën. Er meldden zich geïnteresseerde bewoners, ontwerpers deden voorstellen, er was daadkracht en doorzettingsvermogen. Ondergetekenden die er wonen, plukken er letterlijk en figuurlijk dagelijks de vruchten van.

Nieuwe wijken

Lanxmeer was niet de eerste ecowijk en erna ontstonden er nog vele ecowijken en ecodorpen. Maar hoe zit het met de schaal? Hoe zit het met de processen die leiden tot nieuwe ecowijken?

De Troonrede legt geen rechtstreeks verband tussen duurzaamheid (veel geld voor warmtepompen) en de bouw van nieuwe wijken. Je zou dat wel verwachten. Immers, want als er jaarlijks 100 duizend woningen bijgebouwd gaan worden (waarvoor veel geld wordt uitgetrokken), en je doet dat in ecologische wijken (geen woord hierover), dan sla je toch meer vliegen in één klap dan wanneer je weer alleen traditionele rijtjeswoningen en flats gaat bouwen, ook al voldoen die dan aan de duurzaamheidseisen van het Bouwbesluit?

Er is geen ‘Bouwbesluit’ met duurzaamheidseisen voor nieuwe wijken, er zijn geen standaardoplossingen. Ontwikkelaars, gemeenten, stedebouwkundigen: zij mogen steeds opnieuw het wiel uitvinden. Wat te doen met hemelwaterafvoer (bij stortbuien), hoe scheiden we grijs en zwart huishoudelijk afvalwater, hoe richten we hoven in die bewoners aangenaam vinden, waar laten we de auto’s en hoe maken we een lage parkeernorm aanvaardbaar, met welke groeninrichting bevorder je de biodiversiteit en temper je de zomerse hitte in je gebied?

Hoe sluit je aan op de historie in de bodem? Bouw je hoog of laag, met welke materialen, in welke oriëntaties op de zon? Hoe verdeel je bouwdichtheid, verharding en openbaar groen? Hoe voorzie je de wijk van lokaal opgewekte warmte, waar haal je de benodigde energie vandaan? Welke winsten kun je boeken als je zulke dingen allemaal tegelijk aanpakt?

Schuurtjes en parkeerplaatsen

Zoals EVA Lanxmeer en andere ecowijken in binnen- en buitenland aantonen, zijn de ideeën er al lang en die worden ook steeds verder uitgewerkt en vernieuwd. Ook ecologische inzichten en technieken gaan vooruit; betrokken wetenschappers en bevlogen kunstenaars doen voortdurend onderzoeken en experimenten waarmee elke nieuwe generatie haar voordeel kan doen.

Nederland loopt hopeloos achter bij waar het land al had kunnen staan. Te snel grijpen opdrachtgevers, gemeenten, projectontwikkelaars, naar voor de hand liggende oplossingen om snel grote aantallen woningen te realiseren, met eigen schuurtjes en parkeerplaatsen en stenige omgevingen, zonder aanleidingen voor spontaan kinderspel in de buurt, zonder ruimte voor biodiversiteit, zonder het ‘vakantiegevoel thuis’. In veel gemeenten is nog geen enkel initiatief voor een ecologische wijk gerealiseerd. Naar schatting is nog geen 1 procent van de Nederlandse woonwijken ecologisch bedacht en aangelegd.

Vliegwiel

Hoeveel geld, tijd en aandacht willen we – de lokale overheden, de woningcorporaties, de projectontwikkelaars – eraan besteden om in de komende jaren het vliegwiel in beweging te brengen, waardoor er in de nieuwbouw veel echt goede, aangename en effectieve ecowijken van de grond komen? Laten de mensen die aan de Klimaattafels zaten, die het Klimaatakkoord schreven, degenen die de Green Deal maakten of laat het Planbureau voor de Leefomgeving eens uitrekenen hoe groot de winsten op de lange termijn kunnen zijn in termen van CO2-reductie, kostenbesparingen in waterbeheer, verrijking van biodiversiteit, verminderd beroep op infrastructuur voor mobiliteit, et cetera.

EVA Lanxmeer wil dit debat aanzwengelen, met een onlineconferentie Het Zetje van Culemborg, op zaterdag 2 oktober.

Bewoners van Lanxmeer: Evert-Jan Hazeleger, Niek Hazendonk (landschapsarchitect), Martin Heerschop (Milieuraad Culemborg), Kees Kil, Felix van de Laar, Lizette Schoenmaker, Alexander van Setten (energie-adviseur), Jan Theunissen (energie-adviseur).

Meer over