Opinie

Opinie: Geef jongeren nu toegang tot de sneltesten

Want wij vinden de gevolgen van coronaregels voor hen niet langer verantwoord, betogen burgemeester Femke Halsema en zes andere prominenten.

Nijmegen: Jongeren halen halsbrekende toeren uit onder elkaar aan de Waalkade.  Beeld Marcel van den Bergh
Nijmegen: Jongeren halen halsbrekende toeren uit onder elkaar aan de Waalkade.Beeld Marcel van den Bergh

Vier weken geleden overleed de 14-jarige Pepijn. Volgens zijn ouders, die ter nagedachtenis een open brief schreven, was de lockdown hem fataal geworden. Zij eindigen hun brief met de oproep allemaal ‘in godsnaam goed na (te) denken wat we elkaar en onze kinderen aandoen met ingrijpende maatregelen om een virus uit te bannen’.

Het verhaal van Pepijn is hartverscheurend en het is een signaal dat we niet mogen negeren. Wie de cijfers tot zich neemt, kan ook niet verbaasd zijn.

Volgens I&O Research voelt 69 procent van de jongeren zich regelmatig eenzaam. Het EenVandaag opiniepanel peilde dat tweederde van de jongeren zich nu slechter voelt dan tijdens 1ste lockdown. Eenderde van alle studenten geeft het leven nu een onvoldoende.

Jongeren reageren verschillend op coronamaatregelen: er is verdriet, eenzaamheid, berusting, ontkenning en (ongerichte) woede. Tegelijk zijn de berichten te talrijk van jongeren die niet meer uit bed willen komen, spoorloos zijn voor leraren die navraag doen of inmiddels aan socialemediaverslavingen lijden. Ook nemen de meldingen van zelfmoordpogingen, sexting en loverboypraktijken toe.

Inmiddels is besloten de avondklok te verlengen tot begin maart, blijft onderwijs voor jongeren dicht en geldt het dringende advies dat per dag maar één bezoeker thuis welkom is.

Wij realiseren ons terdege dat er geen ‘free lunch’ is in deze coronacrisis. Horeca-ondernemers zijn radeloos, winkeliers zien hun voorraden bederven, ouders met kleine kinderen vliegen tegen de muren op en verlangen hartgrondig naar afleiding in de monotonie van zorgen, koken en het werk thuis erbij doen.

In het publieke debat worden jongeren tegenover ouderen en kwetsbaren geplaatst: ze worden zelden ziek terwijl ze wel besmettelijk zijn. Om het coronavirus zo effectief mogelijk te bestrijden trekken jongeren vervolgens aan het kortste eind. De levensstijl die bij jong zijn hoort – uitgaan, nieuwe en vreemde mensen ontmoeten, dicht op elkaar zitten, bij elkaar slapen – staat namelijk boven aan de lijst van verboden coronagedrag. Geestelijke en mentale ongezondheid, en onvoldoende bewegen krijgen dan een te klein soortelijk gewicht. Wij vinden dat niet langer verantwoord. De mentale en sociale impact van de lockdown is voor jongeren hevig en tast ook het welzijn van onze samenleving aan.

De jaren tussen je 12de en je 25ste zijn namelijk vormend voor je ervaringen jaren later. Je experimenteert met volwassen worden, je doet je eerste grote teleurstellingen op, hebt liefdesverdriet, en tastend vind je je weg. In gewone tijden is dat al moeilijk en missen al te veel kwetsbare jongeren de aansluiting op een succesrijk volwassen bestaan.

Het leed beperkt zich echter al lang niet meer tot de meest kwetsbare jongeren maar stapelt zich ook op bij scholieren die misschien blijven zitten, bij studenten die hun studie in isolement volgen en starters voor wie werkloosheid dreigt. De afgelopen tien maanden is jong zijn bijna synoniem geworden met kwetsbaar zijn en raken jongeren op achterstand en in grote problemen.

De overheid ziet dit ook en neemt flankerende maatregelen: een luistertelefoon, een website, online-activiteiten die afleiding moeten brengen. Dit is goed en noodzakelijk. Alleen is na bijna een jaar flankerend beleid niet meer genoeg. Het is dringend noodzakelijk om het smalle medische perspectief op maatregelen te verruimen naar een breder maatschappelijk perspectief.

Dat betekent dat we de komende weken en maanden niet alleen de risico’s moeten blijven beperken maar ook verantwoorde risico’s moeten durven nemen. En als er nieuwe vrijheid ontstaat dan moeten jongeren vooraan staan.

De technologie van sneltesten helpt ons daarbij, zeker als we de ruime capaciteit die er is zo gebruiken dat jongeren ervan profiteren. Nu al kan sneltesten op locatie, al dan niet gekoppeld aan een app. Daarbij wordt de techniek gebruiksvriendelijker, bijvoorbeeld bij de ademtesten. Deze kunnen in één minuut een circa 90 procent betrouwbare uitslag geven. Hopelijk wordt deze sneltest binnenkort ook voor jongeren onder de 16 jaar gevalideerd.

Als jongeren met voorrang sneltesten kunnen doen, dan kunnen met bewijzen van negatieve testuitslagen scholen, buurthuizen, studiezalen en sportclubs voor hen heropend worden. Wetenschappers, lokale overheden en de markt zijn er klaar voor. Jongeren zelf, onder andere verenigd in de Denktank Corona-crisis, staan te trappelen te helpen met goede en praktische ideeën. Dit vraagt echter van kabinet, OMT en RIVM dat zij meer gewicht geven aan het belang dat jongeren hun gewone leven moeten kunnen hervatten.

Dit geldt ook bij de bereidheid de leeftijdsgrenzen te heroverwegen. Nu ligt de grens voor bijvoorbeeld het georganiseerd buitensporten op 18 jaar, zoals op meer terreinen de formeel juridische grens van volwassenheid wordt gehanteerd. Cijfers laten zien dat jongeren tot zeker 25 jaar sterk te lijden hebben onder isolement. Vanuit een maatschappelijk perspectief is het noodzakelijk de leeftijdsgrens op te rekken tot 25 jaar, te beginnen met het buitensporten.

Tot slot, ook in de huidige vaccinatiestrategie staan jongeren achteraan in de rij. Als blijkt dat het vaccin niet alleen de ontvanger beschermt tegen het virus, maar ook de verspreiding ervan tegengaat, is het goed en logisch om in de volgende fase jongeren als eerste te vaccineren. Mogelijk hebben zij dan niet de lobbykracht van de huisartsen, ic-artsen en anderen die het beleid ingrijpend hebben beïnvloed. Daarom pleiten wij nu al vast voor hen.

Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam; Maurice van den Bosch, voorzitter OLVG; Jet Bussemaker, voorzitter Raad voor Volksgezondheid en Samenleving; Hans Boutellier, hoogleraar polarisatie en veerkracht, VU; Mariëtte Hamer, voorzitter SER; Maurice Knijnenburg, voorzitter Nationale Jeugdraad; Micha de Winter, em. hoogleraar pedagogiek