Opinie

Opinie: Er moet meer zorg naar het begin van het leven in plaats van naar het einde

De rijksuitgaven moeten evenwichtiger verdeeld worden over de generaties, temeer omdat de rekening van deze coronacrisis straks ook al betaald zal worden door de jongere generaties, betogen Eva Pajkrt en Wessel Ganzevoort.

Sam, 15 jaar, zit op de bank en volgt online les op zijn mobieltje. Beeld Arie Kievit
Sam, 15 jaar, zit op de bank en volgt online les op zijn mobieltje.Beeld Arie Kievit

Met toenemende verbazing volgen wij de coronamaatregelen van ons kabinet, waarbij onderscheid naar leeftijd dan weer niet (toegang tot de intensive care) en dan weer wel (voorrang van de alleroudsten bij vaccinatie) wordt gemaakt.

Sinds het begin van de coronacrisis is het beleid gestoeld op het zoveel mogelijk voorkomen van sterfte door corona en nooit op het sparen van zoveel mogelijk levensjaren. Het wordt hoog tijd om het taboe te doorbreken dat het misschien niet de allerergste uitkomst is om op hoge leeftijd te overlijden aan een longontsteking. Want al doende wordt voorbij gehold aan de collateral damage van leerachterstanden, eenzaamheid, eetstoornissen, mishandeling en psychische nood bij jongeren en andere ongewenste (mogelijk permanente) effecten.

De huidige aanpak toont een schrijnend gebrek aan aandacht voor hoe oneerlijk dit beleid uitpakt voor de jongere generaties: scholieren, studenten en jonge mensen die staan te popelen om iets moois van hun leven te maken. Daardoor wordt niet gesproken over welke zorg de meeste levensjaren spaart en staat de kwaliteit van leven van onze jongere generaties op het spel, en dus de leefbaarheid en toekomst van onze samenleving.

Verwaarlozing

Het leeftijdsbeleid ten gunste van de alleroudsten is een voortzetting van jarenlange politieke verwaarlozing van de preventieve gezondheidszorg waarbij gelden structureel niet worden uitgegeven waar het de meeste gezondheidswinst oplevert. Nog voordat het virus uitbrak, was het allang bekend dat hoe eerder in het leven uitgaven worden ingezet, hoe groter de opbrengst, in economische zin én in de zin van gezonde levensjaren.

Al jaren geleden lieten Nobelprijswinnaar James Heckman en zijn collega’s zien dat elke vroege investering in zorg tijdens zwangerschap en geboorte, in scholing en opleiding van kinderen en jongvolwassenen zich ruimschoots terugbetaalt, omdat het de maatschappij, de optelsom van individuen, uiteindelijk het grootste rendement oplevert. Het leidt tot een daling van armoede vanwege kleinere inkomensverschillen en etnische en geografische ongelijkheid, tot een verhoogde levensstandaard, tot een verbetering van goede voeding en tot een daling van risicofactoren zoals overgewicht, hoge bloeddruk, suikerziekte, tabaksverslaving. Recent onderzoek door Howard Bolnick en collega’s laat zien dat in de Verenigde Staten ruim 25 procent van alle zorgkosten gerelateerd zijn aan deze risicofactoren.

Genezing

In Nederland staat zo’n vroege investering aan het begin van het leven al decennia niet centraal in het zorgbeleid van de overheid. In 2019 ging ruim 100 miljard euro naar de gezondheidszorg, waarvan het grootste gedeelte naar de curatieve gezondheidszorg, dus gericht op genezing in plaats van preventie. Deze zorguitgaven verschillen enorm per leeftijd, waarbij er sprake is van een wanverhouding: hoe ouder iemand wordt, hoe meer geld de zorg voor deze persoon kost. Ongeveer 80 procent van alle zorguitgaven gaat naar langdurige zorg, waaronder dementie en hart- en vaatziekten. Slechts 2,4 procent van de zorguitgaven gaat naar preventie en 2 procent naar de geboortezorg (CBS 2019). Alleen al dit uitgavenpatroon illustreert hoe weinig de gezondheidszorg is gericht op de jongste generaties.

Op dit moment worden opnieuw de belangen van de generaties niet eerlijk afgewogen en pakt het huidige coronabeleid slechter uit voor de jongste generaties. Als sprekend voorbeeld: er wordt ingezet op het allereerst inenten van de oudste mensen en mensen met reeds ernstige aandoeningen. Dus de vaccinaties worden als eerste ingezet bij de mensen die het minste aan gezonde levensjaren hebben te winnen.

Logischer

Maar zou het niet veel logischer zijn om te beginnen met leerkrachten, politieagenten, brandweer, verpleegkundigen en artsen, jonge ouders? Zodat de jongere generaties weer naar buiten kunnen, veilig werken, contacten aangaan, naar school of universiteit om zich te ontwikkelen en een samenleving vormen. Of te starten met de categorie 50-75 jaar, de generatie die én kwetsbaar is voor ernstig beloop bij corona én meer gezonde levensjaren te verliezen hebben. En voor de oudsten en meest kwetsbaren en zij die om wat voor reden dan ook bang zijn voor het virus: blijf thuis, isoleer jezelf, laat je verzorgen door voorzichtige (gevaccineerde) mensen. Zodra het kan, krijgen zij natuurlijk ook het vaccin aangeboden, maar zij staan niet langer bovenaan de lijst.

Het wordt tijd – te beginnen met de huidige vaccinatiestrategie – dat de rijksuitgaven evenwichtiger verdeeld gaan worden over de generaties, temeer omdat de rekening van deze coronacrisis straks ook al betaald zal moeten worden door de jongere generaties. Er moet structureel meer geld naar de geboortezorg, kinderen en jongeren, kortom preventie, onderwijs en opleiding. Met beleid dat wordt bepaald op basis van de hoeveelheid gewonnen gezonde levensjaren en niet alleen op verloren levens.

Een beleid dat zal leiden tot een betere gezondheid van grotere groepen mensen, met een gezonder gewicht, minder hart- en vaatziekten en meer welzijn. Deze investeringen zullen zich ruimschoots terugbetalen. Voor een dergelijk beleid is visie nodig, een die verder reikt dan de duur van een gemiddeld kabinet. Dat vraagt om lef en dat ontbreekt. De tijd dringt, er ligt een unieke kans en de samenleving snakt naar nieuw perspectief.

Eva Pajkrt (55) en Wessel Ganzevoort (47) zijn gynaecologen verloskunde in het Amsterdam UMC. Zij schrijven dit op persoonlijke titel.

Meer over