OPINIE

Opinie: Eindelijk kregen boerderijdieren bij wet betere omstandigheden toegezegd. En toen begon men over zielige hondjes

Ondanks dat de nieuwe Wet dieren met 97 procent Kamerstemmen was aangenomen, poogde de VVD de wet af te zwakken. Tevergeefs. Na twintig jaar zijn er nu praktische regels.

Luchtfoto van een stal in Heusden waar bij een brand ongeveer 4.000 varkens om het leven zijn gekomen, 2018.  Beeld ANP
Luchtfoto van een stal in Heusden waar bij een brand ongeveer 4.000 varkens om het leven zijn gekomen, 2018.Beeld ANP

De beloften van ministers van landbouw van deze eeuw waren veelbelovend: uiterlijk in 2022 zou stelselmatige mishandeling van dieren binnen houderijsystemen worden beëindigd en zouden dieren niet langer worden aangepast aan hun huisvesting, maar de huisvesting in overeenstemming worden gebracht met de aard van de dieren.

Droom en daad

Tussen droom en daad stonden weliswaar wetten in de weg en praktische bezwaren, maar wetten kunnen met een beetje goede wil veranderd worden en praktische bezwaren moeten in twintig jaar opgelost kunnen worden, zou je denken.

Coalitiepartijen als VVD, CDA, ChristenUnie, PvdA en D66 en hun ministers van landbouw dachten er kennelijk anders over, want ondanks hun eensgezindheid in dit voornemen, waren twintig jaar later de beloften nog steeds niet nagekomen.

Om die reden stelde de Partij voor de Dieren een aanpassing van de wet voor om de vóór 2022 beloofde voornemens uiterlijk 1 januari 2023 te realiseren.

Deze nieuwe Wet dieren, inclusief de beloofde wijzigingen, werd vorige maand in de Tweede Kamer aangenomen met 97 procent van de stemmen (ook die van regeringspartijen VVD, CDA, ChristenUnie en D66) en in de Eerste Kamer zelfs unaniem gesteund. Daarmee waren de beloofde goede voornemens eindelijk wettelijk verankerd.

Desinformatiecampagne

Wat volgde, was een desinformatiecampagne die de indruk wekte dat de wet vooral consequenties zou hebben voor huisdierbezitters (‘mag je je hond nog wel aangelijnd uitlaten?’), terwijl die daar niet op was gericht. Gevolgd door een wonderlijk frame dat de wetswijziging veel te leeg en open zou zijn geformuleerd.

Juristen en handhavers beoordelen de wetswijziging juist als een welkome aanscherping van de huidige regelgeving die zo open en vaag is dat er in de praktijk niet mee te werken valt.

Toezichthouder NVWA stelde twee weken geleden nog dat de bestaande wetgeving zo veel open normen bevat en concrete beleidsdoelen mist, dat het ‘voor de meeste diersoorten niet duidelijk is welk niveau van dierenwelzijn wordt nagestreefd’.

Problemen boeren

Juist het diffuse beleid van niet-nagekomen beloften en een niet-werkende Programmatische Aanpak Stikstof heeft boeren in grote problemen gebracht. In de afgelopen twintig jaar heeft 50 procent van de veehouders hun bedrijf gesloten, terwijl de aantallen dieren niet afnamen, de risico’s op stalbranden toenamen en de financiële lasten voor boeren steeds zwaarder werden.

Door het blinde geloof van opeenvolgende kabinetten in ‘emissie-arme technieken’ zitten dieren nu opgesloten in potdichte stallen met peperdure luchtwassers die een brand razendsnel verspreiden, met explosiegevaarlijke emissiearme vloeren waar dieren over uitglijden en met aangepast veevoer dat ten koste kan gaan van diergezondheid.

Dit soort ‘milieumaatregelen’ gaat ten koste van dieren én boeren – en brengt ons van de regen in de drup. Het verzet daartegen groeit al jaren, bij partijen van links tot rechts.

Bakzeil VVD

De nieuwe wet biedt nu eindelijk kansen tot concrete en substantiële verbetering van het welzijn van dieren in de intensieve veehouderij. En biedt ook boeren betere kansen op een duurzame en meer diervriendelijke bedrijfsvoering met prettiger werkomstandigheden en betere economische vooruitzichten. De brede steun daarvoor in het parlement vormt een historische doorbraak, maar vormt ook de weerslag van het groeiende verzet tegen het falende milieubeleid waarin boeren steeds weer nieuwe dieronvriendelijke aanpassingen aan hun stallen moeten doen.

Het lijkt erop dat VVD en CDA alle signalen hebben gemist dat hun landbouwbeleid zijn langste tijd gehad heeft. Ook de ‘nieuwe bestuurscultuur’ is blijkbaar nog even wennen, getuige de poging van de VVD om de kersverse wijziging van de Wet dieren terug te draaien.

Dat zou niet alleen wetgevingstechnisch een novum zijn geweest, maar is ook het paard achter de wagen spannen.

Gelukkig haalde VVD bakzeil toen ze zagen dat er geen Kamermeerderheid bleek te zijn voor het afzwakken van de zojuist aangenomen wet. Alle reden voor de minister om nu met gezwinde spoed de uitvoering ter hand te nemen, het is bijna 2022.

Esther Ouwehand is fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren.

Meer over