Opinie

Opinie: Een vrouwenquotum is een goed begin, maar lang niet de oplossing voor alles

Nu het vrouwenquotum is aangenomen, is het misschien eens tijd ook iets te veranderen voor de 99,998 procent van de vrouwen die niet in raden van commissarissen zitten.

Marit van Egmond  (ceo Albert Heijn Ahold Delhaize), Janine Vos (member managing board en chro 
 Rabobank) en Ans Rietstra (lid  raad van bestuur en Coo ProRail) tijdens de bekendmaking van Topvrouw van het Jaar 2021. Beeld ANP
Marit van Egmond (ceo Albert Heijn Ahold Delhaize), Janine Vos (member managing board en chro Rabobank) en Ans Rietstra (lid raad van bestuur en Coo ProRail) tijdens de bekendmaking van Topvrouw van het Jaar 2021.Beeld ANP

Eind september werd de wet Evenwichtiger verhouding tussen mannen en vrouwen in bestuur en raad van commissarissen aangenomen door de Eerste Kamer. Die wet kwam er niet zomaar. Een verplicht vrouwenquotum zou ‘ontzettend gevaarlijk’ zijn, vond Gerard van Vliet, directeur van de Nederlandse Vereniging van Commissarissen en Directeuren. Rabobank-econoom en hoogleraar Barbara Baarsma was ‘fel tegen’. Zakenvrouw Elske Doets vond het een ‘nachtmerrie’ en een ‘rampzalige rem op vrouwelijke ambitie’.

Maar ook steeds meer mensen waren voor: voormalig eurocommissaris Neelie Kroes vertelde in 2017 hoe ze radicaal van mening was veranderd over het quotum toen ze zag hoe langzaam de vooruitgang ging. Bestuurders die zeggen dat ze geen vrouwen konden vinden, Mark Rutte incluis, moeten volgens Kroes eens nodig naar de oog- of oorarts.

Nadat ondernemingen jarenlang de kans hadden gekregen om met vrijwillige streefcijfers iets te veranderen kwam het vrouwenquotum er dus toch. ‘Een historische stap,’ volgens demissionair minister Ingrid van Engelshoven. ‘De neerslag van een kleine militaire activistische quasi-feministische stroming’, vonden ze bij de PVV.

156 vrouwen

Voortaan moeten de raden van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven voor ten minste één derde deel uit vrouwen bestaan. Klinkt goed, maar het gaat om een extreem kleine groep: 89 bedrijven in heel Nederland, waar in totaal 467 commissarissen werken, van wie er 156 vrouw moeten zijn. Al die jaren ophef en debatten om 156 vrouwen? Klopt ja. Het gaat om 0,002 procent van alle vrouwen in Nederland.

Grote niet-beursgenoteerde vennootschappen moeten ook aan de slag, maar dan op vrijwillige basis. Ze moeten ‘passende en ambitieuze’ doelstellingen definiëren en hun plan van aanpak ‘communiceren met de buitenwereld’. Als we iets hebben geleerd van de geschiedenis is het dat vrijwillige doelstellingen bijzonder weinig opleveren. Eind 2018, toen het wettelijk streefcijfer al vijf jaar van toepassing was, voldeed slechts 8 procent van de grote vennootschappen aan het streefcijfer in de raad van bestuur en raad van commissarissen. Meer dan 90 procent voldeed bovendien niet aan de wettelijke rapportageverplichtingen. Het is treurig dat er nu opnieuw wordt gegrepen naar een middel waarvan we allang weten dat het niet werkt.

Het goede nieuws is dat het ingroeiquotum wél werkt: sinds de wet werd aangekondigd, voldoet het merendeel van de bedrijven eraan. Zodra het moet, gaat men beter zoeken, en is de oogarts plotseling toch niet meer nodig, maar blijken die competente vrouwen gewoon te bestaan.

Middelmatige man

Ook het ‘gevaar’ dat het quotum ertoe zou leiden dat incompetente vrouwen aan de macht komen, blijkt enorm mee te vallen. Zweedse wetenschappers onderzochten de invloed van quota op het niveau van gekozen politici, toen daar in gemeenteraden het vrouwenquotum werd verhoogd van 35 naar 50 procent. De onderzoekers concludeerden dat het quotum zorgt voor meer competente mannelijke politici. Sterker nog, het invoeren van het quotum leidde tot ‘de crisis van de middelmatige man', omdat de minst competente mannen het risico liepen vervangen te worden door competente vrouwen. Middelmatige mannen hadden de neiging om af te treden of werden sneller vervangen als gevolg van meer gendergelijkheid. Een quotum kan dus juist helpen de kwaliteit van de gekozen personen te verhogen, óók die van de mannen.

Hoewel het goed is dat de representatie aan de top van het bedrijfsleven toeneemt, blijkt ook uit onderzoek dat er geen sprake is van een trickle down effect: meer vrouwelijke commissarissen benoemen heeft niet automatisch tot gevolg dat er ook meer vrouwelijke managers komen, of dat er een beter werkklimaat op de werkvloer ontstaat. En het zou ook wat veel gevraagd zijn van slechts 156 vrouwen, verspreid over 89 ondernemingen met in totaal honderdduizenden werknemers, om gelijk alles op te lossen. De raad van commissarissen staat ver van de dagelijkse praktijk: de meeste werknemers zullen amper weten wie erin zit. Commissarissen benoemen de raad van bestuur maar hebben daarbuiten weinig invloed op het personeelsbeleid.

Gendergelijkheid

Een quotum is dus een goed begin, maar lang niet de oplossing voor alles. Het is hoog tijd dat een nieuw kabinet werk maakt van gendergelijkheid, met een integraal beleid, zoals de SER ook eerder adviseerde. Het moet gaan over de instroom, doorstroom en het behoud van talent. Daarvoor zijn maatregelen nodig als gratis kinderopvang, langer partnerverlof, controle op gelijke beloning en het uitbannen van zwangerschapsdiscriminatie. Organisaties moeten hun sollicitatie- en benoemingsprocedures onder de loep nemen en (onbewuste) discriminatie hierin tegengaan.

Misschien dat er daarmee ook eindelijk iets verandert voor de 99,998 procent vrouwen die níet in raden van commissarissen zitten.

Sophie van Gool is econoom, oprichter van Salaristijger en auteur van Waarom vrouwen minder verdienen - en wat we eraan kunnen doen.

Meer over