Opinie

Opinie: Eén nieuw museum is niet de panacee voor het gebrek aan historisch besef in ons land

Een nieuw Nationaal Historisch Museum was in 2005 al een slecht plan en dat blijft het, schrijft Wim Pijbes. De plotse presentatie van dit museum in het coalitieakkoord is een zelf verstopt paasei.

Wim Pijbes
Impressie van het nooit gebouwde Nationaal Historisch Museum in Arnhem. De opening was gepland voor 2011. Beeld Mecaano
Impressie van het nooit gebouwde Nationaal Historisch Museum in Arnhem. De opening was gepland voor 2011.Beeld Mecaano

Uit het niets verscheen in het coalitieakkoord opnieuw het voornemen tot de oprichting van een Nationaal Historisch Museum. Het is nog niet duidelijk uit welke koker dit voorstel komt. Het komt in ieder geval niet uit de samenleving of de sector zelf. Evenmin uit de academische wereld of het onderwijs. Of er moet wel een hele stille lobby gevoerd zijn door deze of gene. Nee, een Nationaal Historisch Museum is een door de Haagse politiek zelf verstopt paasei. ‘Kijk eens wat we hier hebben!’

De timing kon niet slechter, zou ik eraan willen toevoegen. De vorige poging om een Nationaal Historisch Museum te stichten werd een flagrante mislukking, en er is geen enkele reden om aan te nemen dat de omstandigheden nu anders zouden zijn dan bij de mislukte poging uit de periode 2005-2012.

‘To wonder and explore’

Het eerder deze maand gepubliceerde rapport van de Nederlandse Museumvereniging over de sector laat zien dat 61 procent van de Nederlandse musea zichzelf omschrijft als historisch museum, en niet als kunstmuseum, volkenkundig museum of anderszins. Er is met andere woorden geen gebrek aan museale aandacht voor historische thema’s. De Nederlandse musea doen het, los van alle complicaties die voortvloeien uit de coronapandemie, uitstekend. Schrijnend is wel dat de publieke omroep het gewaardeerde geschiedenisprogramma Andere Tijden telkens op rantsoen zet.

Schrijnend is ook hoe de stad Rotterdam pardoes haar stadshistorisch museum sluit, net als de worsteling in de hoofdstad met de verbouwing van het Amsterdam Museum. Schrijnend is eveneens het onderwijs waar het vak geschiedenis voortdurend op de tocht staat en dreigt op te gaan in mens-en-maatschappij-achtige vakken. En, ten slotte, is het onbegrijpelijk hoe Den Haag nu al jarenlang stuntelt met de noodzakelijke renovatie van het eigen Binnenhof. Mocht er al een plek bij moeten komen met aandacht voor het nationaal historisch bewustzijn, dan ligt het toch voor de hand om dat juist hier te integreren.

Dat kan eenvoudig in samenwerking met het even verderop gevestigde Nationaal Archief. Maar zolang het Binnenhof vooral ‘sober en doelmatig’ verbouwd wordt, verwacht ik hier weinig verbeelding.

Een apart nieuw Nationaal Historisch Museum was in 2005 al een slecht plan, en dat blijft het. Er is namelijk een praktisch euvel dat musea in de eerste plaats plekken zijn waar de bezoeker oog in oog kan staan en kennis kan nemen van authentieke objecten ‘to wonder and to explore’, om het beproefde credo aan te halen dat in de muur van het British Museum gebeiteld staat. Alle objecten die bij elkaar de geschiedenis van ons land vertellen, zijn uniek en vormen dierbare collectiestukken van bestaande musea en staan opgesteld in de vaste opstelling.

Historische kernstukken

Toen in de jaren tachtig van de vorige eeuw in Frankrijk een nieuw museum voor de 19de eeuw moest verrijzen, werden alle musea in het land per ministerieel decreet verplicht hun stukken af te staan. Het Louvre weigerde pertinent en zo openende in 1986 het nieuwe Musée d’Orsay met een schilderijencollectie die pas begint na 1848, na Delacroix en Géricault en zonder een sleutelstuk als La Liberté guidant le peuple. In het gedecentraliseerde Nederlandse bestel is een dergelijke Franse oekaze sowieso ondenkbaar. Gemeentelijke musea en zelfs bestaande rijksmusea kunnen en willen niet zonder hun historische kernstukken.

Datzelfde euvel speelt overigens ook bij het beoogde Slavernijmuseum. De al weinige objecten die in de Nederlandse collecties zijn, figureren juist heel goed in de verschillende musea. Die stukken kunnen steeds vanuit de plaatselijke context het verhaal over slavernij en kolonialisme vertellen. De indrukwekkende tijdelijke tentoonstelling in het Rijksmuseum eerder dit jaar, liet op een beperkt oppervlak zien dat voor een groot gedragen verhaal als slavernij veel objecten nodig zijn. Hier waren de meeste stukken ingevlogen als tijdelijke bruiklenen. Natuurlijk, de intenties om aandacht te besteden aan geschiedenis en het slavernijverleden zijn te prijzen. Maar één nieuw museum is niet de panacee voor het gebrek aan historisch besef in ons land.

Nieuw elan, oud plan

Veel beter zou zijn het beoogde budget (bedragen zijn nog niet bekend gemaakt), geoormerkt beschikbaar te stellen via de Museumvereniging of het Mondriaanfonds. Themajaren zijn bijvoorbeeld een beproefd middel. Wanneer dan ook de publieke omroep aanhaakt, is het rendement vele malen hoger, de betrokkenheid uit de museumsector groter en de landelijke dekking breder dan bij een enkel museumgebouw. En wanneer dan ook nog het onderwijs tijdig wordt ingeschakeld, kunnen hele jaargangen nieuwe generaties worden bereikt. De voordeur van het museum staat immers aan het schoolplein. Zo moeilijk is dit alles niet. Het is in ieder geval veel eenvoudiger en minder kostbaar dan een Nationaal Historisch Luchtkasteel.

Wim Pijbes in Museum Voorlinden in Wassenaar. Beeld ANP
Wim Pijbes in Museum Voorlinden in Wassenaar.Beeld ANP

Laat het nieuwe elan niet verzanden in het opnieuw opdienen van oude plannen. Als er al behoefte zou zijn aan museale nieuwkomers, dan is dat niet op thema’s uit het verleden. Nederland zou juist gebaat zijn bij een nieuw museum voor de toekomst. Een plek waar de uitdagende tijd van nu kan worden beleefd en waar inspiratie kan worden gevonden voor die toekomst.

Een internationaal georiënteerd centrum waar nieuwe generaties kunstenaars, designers, modeontwerpers en andere creatieven aan bod komen. Waar inclusie niet eens meer een thema is, maar een vanzelfsprekendheid. Een open podium waar ‘high art’ en ‘low culture’ samensmelten en waar creatieve talenten zich aan op kunnen trekken en zich presenteren aan de wereld van morgen. Vol van verwachtingen en vrij van vooroordelen. Geen land van ooit maar een exciting happening place voor de 21e eeuw.

Wim Pijbes is voormalig directeur van het Rijksmuseum en van de Kunsthal Rotterdam.

Meer over