OPINIE

Opinie: Een linkse fusiepartij is nodig om de macht van de VVD te breken, maar zo voor de handliggend is zo’n ‘Labour Party’ niet

Oud zeer en een voortdurende concurrentienijd dienen te worden overwonnen om een fusiepartij op links tot stand te brengen, betoogt Erik Meijer.

Lilian Marijnissen (SP), Gert-Jan Segers (ChristenUnie), Lilianne Ploumen (Pvda) and Jesse Klaver (Groenlinks) tijdens een debat in aanloop naar de Tweede kamerverkiezingen.  Beeld EPA/Bart Maat
Lilian Marijnissen (SP), Gert-Jan Segers (ChristenUnie), Lilianne Ploumen (Pvda) and Jesse Klaver (Groenlinks) tijdens een debat in aanloop naar de Tweede kamerverkiezingen.Beeld EPA/Bart Maat

Bijeenbrengen van verschillende doelgroepen voor één gemeenschappelijke toekomstvisie was lang de kracht van links. Die steunde vooral op rode en groene ingrepen in de economie, ter wille van gelijkwaardigheid, leefbaarheid en zorgzaamheid. Verwaarlozing van zo’n bindende visie leidt ertoe dat links verkruimelt. De voormalige massapartij PvdA moet haar werkterrein tegenwoordig delen met milieupartij GroenLinks, zorgpartij SP, dierenwelzijnspartij PvdD, pensioenpartij 50Plus en twee migrantenkinderenpartijen. DENK kennen we als PvdA-afsplitsing voor een gematigd links mediterraan moslimpubliek. Nieuwkomer Bij1 voor zelfbewuste nazaten van zwarte slaafgemaakten is radicaler. Haar uitstraling lijkt wat op de startende PSP in de jaren 1950 en veertig jaar later de landelijke doorbraak van de SP. Die partij wordt waarschijnlijk meer dan een wanhoopskreet vanuit Amsterdam, Almere, Rotterdam en de drie Caribische eilandgemeenten.

In Scandinavië en Zuid-Europa zijn vaste coalities vaak belangrijker dan afzonderlijke partijen. Vertaald naar Nederlandse verhoudingen gaat het om twee machtsblokken die strijden om een zetelmeerderheid. De ‘Eerdmans-coalitie’, VVD-CDA-SGP-PVV-FvD-JA21-BBB, tegenover de ‘Klaver-coalitie’, PvdA-GroenLinks-SP-PvdD-DENK-Bij1-50Plus-D66-ChristenUnie-Volt. In elf Europese staten is of was dat tweede model recent aan de macht. De oprichters van PvdA, GroenLinks en SP ging het erom anderen mee te trekken in een meerderheid voor nu al haalbare verbeteringen én de voorbereiding van wat op termijn nog verder nodig is.

Ieder hoopte dat beter te doen dan de buren, in een volhardende concurrentiestrijd om zichzelf te versterken. Pas nu het resultaat daarvan verwoestend blijkt te zijn, ontstaat een stemming die sterk lijkt op de situatie die decennia eerder vooraf ging aan het ontstaan van de fusiepartijen PvdA en GroenLinks. Beide waren toen een poging om buitenlandse successen te imiteren en te evenaren, de pluriforme Britse Labour Party en de vernieuwingsgezinde Westduitse Grünen.

Geslaagde partijfusies blijken steeds een product van decennialange voorbereiding. Zij zijn gemakkelijker van bovenaf te bedenken dan afzonderlijke verenigingen met tegenstribbelende leden aankunnen. Ze beginnen met gezamenlijke projecten voor de wetenschappelijke bureaus, gezamenlijke verbeteringsacties, gezamenlijke raadsfracties in kleine gemeenten, gezamenlijk gedragen bestuurscolleges in steden en provincies, een gezamenlijk minimumprogramma voor de eerstvolgende regering. En vooral de inzet om steeds onverbrekelijk samen te regeren of samen vanuit de oppositie strijd te voeren.

Oud zeer en een voortdurend oplaaiende concurrentienijd staan een versneld ineenschuiven in de weg. Eerst moet het besef groeien dat de VVD de staatsmacht in handen houdt totdat een linkse tegenpool opstaat. Die moet minstens even sterk zijn en door de publieke opinie worden ervaren als het aansprekende machtsalternatief. Op dat moment is niet meer de verkiezingsinzet of een VVD-premier misschien wordt afgelost door iemand van CDA, D66 of PVV, maar of herenigd links de leiding overneemt van rechts.

Zolang de politieke strijd niet gaat om alternatieven voor winstmaximalisatie, marktvrijheid, financieringstekorten en autoritair bedrijfsbestuur wordt door veel links denkende mensen D66 gezien als meest doelmatige partij. Enthousiast voor klimaatbescherming, polariserend tegenover de PVV, corrigerend ten opzichte van de onaantastbare machtsfactor VVD, niet vijandig ten opzichte van links, gegarandeerd regeringspartij, omgeven door een sfeer van nieuw vrouwelijk leiderschap. Op z’n minst het kleinste kwaad en een verzamelpunt voor goed opgeleide kritische mensen. Pas als een meer fundamentele kritiek op het kapitalisme tot belangrijke inzet wordt, hebben krachten ter linkerzijde van D66 weer iets te winnen.

Veel linkse partijgangers zijn daaraan nog niet toe. Zij zoeken eerst simpeler antwoorden op het verlies van hun partijen. Een andere stijl, aansluiting bij andere actualiteiten, aantrekken van andere doelgroepen, desnoods een nieuwe aanvoerder en een grote ledenwervingscampagne krijgen voorrang als oplossing. En vooral trots zijn op jezelf en eindeloos vertrouwen op eigen kracht.

Zo nodig moet je de buren links of rechts kunnen passeren om zelf de volksgunst of de coalitieonderhandelingen te winnen. Pas als dit allemaal is mislukt, wordt gezamenlijke machtsvorming aantrekkelijk. Die vereist een optelsom van verbeteringen hier en nu, bestuurlijke successen, verbondenheid met buitenparlementaire bewegingen en een visie op het organiseren van een betere toekomst. Zodra een linkse eenheidspartij daarbinnen taken verwaarloost, verkruimelt het vertrouwen.

PvdA, GroenLinks en SP zijn het meest geschikt om samen als fusiepartij zo’n leidende kracht te vormen, al blijft er ruimte voor gespecialiseerde concurrentjes die meer willen dan een soort Labour Party. Als die er ooit komt, verspeelt de PvdA nog wat leden aan D66, GroenLinks aan de Partij voor de Dieren, de SP aan Bij1. Maar waarschijnlijk zullen ze samen andere kiezers aantrekken die eerst bij gebrek aan beter op de gegarandeerde regeringspartij D66 zijn gaan stemmen, of uit een gevoel van machteloosheid thuisblijven. Die kiezen niet uit sympathie voor afzonderlijke linkse actiepunten en doelstellingen, maar vanuit het verlangen om met betrekking tot economie, inkomensverdeling, klimaat, publieke voorzieningen, volkshuisvesting, wereldpolitiek en zorgzaamheid andere keuzes te maken dan de VVD doet.

Zij beoordelen hun voorkeurspartij op grond van haar vermogen om een regering aan te voeren die zulke keuzes doorzet. In hoge mate een brede beweging tegen armoede, onderbesteding, racisme en verwaarlozing, zoals de Amerikaanse Democraten onder de presidenten Franklin Roosevelt en Joe Biden, maar meer dan daar gemotiveerd tot het doorvoeren van rode en groene hervormingsalternatieven.

Erik Meijer was decennialang betrokken in de linkse politiek als partijbestuurder en volksvertegenwoordiger.

Meer over