opinieverpleeghuiszorg

Opinie: Dialoog in het verpleeghuis over coronamaatregelen? Kon het maar

Dialoog in het verpleeghuis tijdens coronatijd? Kon het maar, aldus lezer Berber Bijma. Hans van Velden en Marja van Charante stellen juist dat cliëntenraden ‘noodverbanden’ legden die de pijn van de verplichte ‘eenzame opsluiting’ enigszins konden verzachten.

Bewoners van verpleeghuis Dr. Sarphatihuis in Amsterdam kijken naar een levensgrote Nachtwacht. Het Rijksmuseum brengt deze zomer een versie van het wereldberoemde schilderij van Rembrandt naar dertig verpleeg- en verzorgingshuizen en seniorencomplexen.  Beeld ANP
Bewoners van verpleeghuis Dr. Sarphatihuis in Amsterdam kijken naar een levensgrote Nachtwacht. Het Rijksmuseum brengt deze zomer een versie van het wereldberoemde schilderij van Rembrandt naar dertig verpleeg- en verzorgingshuizen en seniorencomplexen.Beeld ANP

Sla elkaar niet om de oren met je eigen misère, maar ga in gesprek, adviseren Christien Brinkgreve en Bert Keizer aan verpleeghuisbestuurders, medewerkers en bewoners met hun familieleden. Meer dan honderd verhalen over hoe dat ‘gesprek’ er de afgelopen maanden uitzag, leiden echter slechts tot één verzuchting: kón het maar, die dialoog.

Mijn 90-jarige vader weet hoe belangrijk beweging is. Dit voorjaar liep hij – zelfstandig huurder in een woonzorgcentrum – dan ook geregeld over de gang van een andere afdeling dan de zijne, al was dat officieel verboden terrein. Veel medewerkers knepen een oogje toe, een enkeling niet. ‘Meneer Bijma! Wát zijn de afspraken?’ Een van die keren antwoordde mijn vader snedig: ‘Er zijn geen afspraken, want afspraken maak je samen. Wij hebben alleen bevelen gekregen.’ Dialoog in een ouderenzorginstelling – het lijkt op veel plaatsen de afgelopen maanden een contradictio in terminis geworden.

De enorme verschillen in het beleid vanaf de eerste versoepeling eind mei waren een maand later aanleiding voor de oprichting van de landelijke stichting Stop Onnodige Vrijheidsbeperking In De Zorg (SOVIDZ). In een paar dagen stroomde de mailbox vol met meer dan honderd verhalen van familieleden die hun vader, moeder of partner nog steeds niet of nauwelijks konden bezoeken. Deprimerende verhalen met steeds dezelfde ingrediënten: een geliefde die fors achteruit was gegaan én management dat niet in gesprek wilde over verdergaande versoepeling of maatwerk.

Dialoog in het verpleeghuis? Kon het maar! Maar de situatie is ernstiger: een goed coronabeleid vraagt ook van bestuurders meer dan ze in huis hebben. Zij moeten zomaar besluiten wat in pandemische tijden goede zorg is. Dat vraagt kennis over adequate bescherming van medewerkers en bewoners, maar óók over de gevolgen van langdurige opsluiting. Alleen dan kunnen vrijheid en veiligheid beide op een goede manier vorm krijgen.

De afgelopen maanden is veel onderzoek gedaan naar zowel de juiste bescherming als naar de gevolgen van langdurige eenzaamheid en weinig bewegingsvrijheid. Over beide is het laatste woord nog niet gezegd.

Nemen bestuurders al deze onderzoeksresultaten tot zich en maken ze op basis daarvan, in overleg met medewerkers, artsen, psychologen en cliëntenraden een afgewogen besluit over wat bewoners wel en niet mogen? Worden familieleden en wilsbekwame bewoners daarbij betrokken? Was het maar zo. De enorme verschillen tussen ouderenzorginstellingen in de mate van bewegingsvrijheid en bezoek die ouderen is toegestaan, toont het tegendeel. Dappere bestuurders geven kwaliteit van leven voorrang, misschien soms met (te) grote risico’s. Anderen kiezen ‘verstandig’ voor better safe than sorry, zonder zicht te hebben op de geestelijke en lichamelijke schade die daardoor kan ontstaan.

Best practices

Het is bestuurders niet aan te rekenen dat er niet altijd een gebalanceerd beleid wordt gevoerd – wie weet wat goed is in deze uitzonderlijke tijden met een virus dat we nog maar nauwelijks kennen? Daarom is het tijd dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in actie komt. Bijvoorbeeld door expliciet te beschrijven wat goede zorg is in deze uitzonderlijke omstandigheden en door het coronabeleid van verpleeghuizen te beoordelen op proportionaliteit. En waarom geen best practices delen: laat zien hoe verpleeghuizen in diverse contexten verantwoorde keuzes maken. Op dat laatste punt zou branchevereniging ActiZ zich overigens ook aangesproken moeten voelen. De VO-Raad heeft voor middelbare scholen tenslotte precies hetzelfde gedaan.

Voor verantwoord en gedragen beleid is niet alleen wetenschappelijke kennis nodig, maar ook een goed gesprek tussen bestuurders, medewerkers, familieleden én wilsbekwame ouderen.

Aan de bewoners en hun familieleden zal het niet liggen: zij roepen al maanden om een gelijkwaardig gesprek. Veel medewerkers zullen ongetwijfeld ook opgelucht zijn als de verhoudingen verbeteren. Zij hebben soms maandenlang klem gezeten tussen wegkwijnende bewoners en hun wanhopige, soms agressieve familieleden enerzijds en een dwingende veiligheid-voor-alles-bestuurder anderzijds.

Kunnen bestuurders over hun eigen schaduw heenstappen, afscheid nemen van een vaak nog directieve bestuursstijl en hun eigen missie en visie er nog eens bij pakken? Willen ze een gelijkwaardig gesprek aangaan met ouderen en hun naasten? Sinds de bestuurder van mijn vaders instelling alleen nog via zijn advocaat met mij wil spreken, heb ik er een hard hoofd in. Maar hij is vast een uitzondering.

Berber Bijma is voorzitter stichting Stop Onnodige Vrijheidsbeperking In De Zorg

Cliëntenraden in coronatijd: geen tandeloze tijgers!

Emeritus hoogleraar Christien Brinkgreve en specialist ouderengeneeskunde Bert Keizer pleiten In de Volkskrant van 7 augustus voor meer en beter overleg tussen alle betrokkenen bij verpleeghuiszorg in tijden van Corona. Zij zetten in hun artikel de cliëntenraden letterlijk weg als tactisch en inhoudelijk falende groepjes kletsmajoors die vooral goed scoren bij medezeggenschap over nieuwe gordijnen of het tijdstip van het koffie-uurtje. Onze ervaringen in de afgelopen maanden zijn anders. De cliëntenraden binnen ‘onze’ organisatie Vecht en IJssel vervullen – voor zover mogelijk binnen de omstandigheden – wel degelijk een rol.

Voor alle partijen – het management van de verpleeghuizen, de bewoners, hun families en cliëntenraden – was de uitbraak van een levensbedreigend virus iets geheel nieuws. Iedereen vond de situatie van de cliënten tijdens de lockdown hartverscheurend, tegelijkertijd wilde geen enkele mantelzorger zijn of haar vaak stokoude ouders verliezen aan het virus. Wat is dan wijsheid? Met dit dilemma worstel je als cliëntenraad. Dit maakt het strategisch handelen via inhoudelijk hecht doortimmerd beleid erg moeilijk. Hierin zijn cliëntenraden niet uniek: welke partij die in deze situatie beleidsmatige keuzes moest maken, deed dit foutloos en naar ieders tevredenheid ?

Als cliëntenraden vertegenwoordig je de cliënten en hun familie binnen een wettelijk vastgesteld kader met rechten en plichten. Dit is alleen succesvol wanneer je namens cliënten en hun naasten kunt spreken. Vecht en IJssel kent vier locaties, gesitueerd in Utrecht en IJsselstein. Wij prijzen ons gelukkig met de aanwezigheid van bewoners en mantelzorgers in al onze lokale cliëntenraden. Brinkgreve en Keizer doen de suggestie om de volgens hen tandeloze tijgers, de cliëntenraden in tijden van nood te vervangen door informeler luisteroverleg tussen familieleden en management. Dit zal volgens ons echter geen beleidsmatig sterk en breed gedragen eenduidig resultaat opleveren. Hoogstens een gevoel van ‘gehoord worden’ bij de betrokken familieleden. Wat al gauw kan omslaan in teleurstelling als de talloze geopperde ideeën niet in de praktijk worden vertaald.

Betrokkenheid

Onze lokale cliëntenraden en de overkoepelende Centrale Cliëntenraad functioneerden ‘op coronaniveau’, maar waren in de afgelopen maanden betrokken bij de ontwikkelingen. Tijdens de lockdown kon er niet fysiek vergaderd en overlegd worden. Toch vond er regelmatig telefonisch overleg plaats tussen voorzitters van de cliëntenraden en locatiemanagers. Nee, wonderen konden wij niet verrichten, maar wie kon dat wel?

De organisatie legde ‘noodverbanden’die de pijn van de verplichte ‘eenzame opsluiting’ ’enigszins konden verzachten. Er kwam een bezoekcontainer bij twee locaties waarin bezoek op enige afstand mogelijk was, Bewoners voerden beeldbelgesprekken met familie, dankzij medewerking van het zorgpersoneel. Helaas lukte het niet het virus buiten alle toegangsdeuren van Vecht en IJssel te houden. De door Brinkgreve en Keizer onmogelijk geachte optie om coronapatiënten te ‘clusteren’’werd door Vecht en IJssel gerealiseerd. In een speciaal ingerichte corona-unit werden besmette cliënten van Vecht en IJssel verpleegd door daartoe ook in het kader van veiligheid en preventie van verdere besmettingen speciaal toegeruste verpleegkundigen. Dit gebeurde overigens na een verplicht uitgebracht positief advies van de Centrale Cliëntenraad.

Brinkgreve en Keizer stellen tenslotte dat het gaat om een ‘heilzaam verblijf voor ouderen'. Precies waar cliëntenraden pal voor staan! Ook in tijden van corona bogen wij ons bijvoorbeeld over andere thema’s die in dit kader actueel zijn: de gevolgen van de wet Zorg en Dwang en een nieuwe klachtenregeling, om er maar enkele te noemen.

Hans van Velden is voorzitter van de Centrale Cliëntenraad van Vecht en IJssel

Marja van Charante is lid van de Centrale Cliëntenraad van Vecht en IJssel, met Kwaliteitszetel Communicatie.

Meer over