Opinie

Opinie: Dekkers wil dat rassenwetenschap waardenvrije wetenschap is, maar dat is het nooit geweest, ook niet in Nederland.

Midas Dekkers pleit in zijn nieuwe boek voor de terugkeer van rassenleer. Maar een wereld waarin de wetenschap onschuldig is en andere mensen die wetenschap misbruiken, bestaat niet.

Midas Dekkers.  Beeld Hilde Harshagen
Midas Dekkers.Beeld Hilde Harshagen

Midas Dekkers is een bijzonder specimen van de menselijke soort: goed geluimd, zelfverklaard nuchter en altijd bereid een sterk verhaal te vertellen over de natuur. Maar we komen deze types de laatste jaren wel vaker tegen in het publieke debat, waar ze stuitende opmerkingen over slavernij of migratie verkondigen alsof ze jongens zijn die kattenkwaad uithalen.

In zijn boek Wat Loopt Daar? en in het wetenschapskatern van afgelopen zaterdag pleit de schrijver voor de herwaardering van het begrip ras om de verschillen tussen mensen te benoemen. Zoals we de natuur kunnen bestuderen en planten en dieren indelen, zo schrijft Dekkers, zo kunnen we dat ook met de mens. De mens is tenslotte een dier, daar moeten we met z’n allen niet te moeilijk over doen.

Rassenwetenschappers uit het verleden bestempelt Dekkers als oprechte taxonomen, in plaats van wetenschappers die ook verantwoordelijkheid dragen voor het ontstaan van racisme. Linnaeus benadrukte dat zijn indeling van de mensheid niet bedoeld was als waardeoordeel, maar tegelijk bestempelde hij het ‘Amerikaanse ras’ als ‘koppig’ en het ‘Afrikaanse ras’ als ‘onverantwoordelijk.’ Europeanen zijn volgens Linnaeus juist ‘inventief.’

Schedelmeet-setjes

Dat weet Dekkers ook, want hij beschrijft het in zijn boek, maar hij zegt daarbij: ‘Linneaus noch Blumenbach deelde de mensen in om ze tegen elkaar op te zetten’. Maar met ‘intentie om mensen tegen elkaar op te zetten’ is de lat voor racisme wel heel hoog gelegd. Een wereld waarin de wetenschap onschuldig is en andere mensen die wetenschap misbruiken, bestaat niet.

Dekkers kan wel vinden dat rassenwetenschap een normale, waardenvrije wetenschap moet zijn - dat is het nooit geweest, ook niet in Nederland. De Nederlandse Darwinist Pieter Harting opent het collegejaar in 1870 in Utrecht — het jaar van de Frans-Duitse oorlog — met de verzuchting dat de wetten van de ‘strijd om het bestaan’ ook op mensen van toepassing zijn. Dat overal waar de Europeanen zich nederzetten en hun nakomelingschap zich vrij en krachtig ontwikkelt, de oorspronkelijke bewoners van lager ras worden verdrongen totdat zij geheel verdwenen zijn. Hoewel veel sociologen, antropologen en biologen de rastheorieën van de Nazi’s te extreem vonden, was de oorlog geen breuk. Na de oorlog gebruikten de sociologen eugenetische ideeën om de beste boeren voor het nieuwe land in de polder te selecteren en pakten de antropologen hun schedelmeet-setjes weer op om de Papoea’s in Nieuw Guinea te meten.

Kenmerken en eigenschappen

Ras is een onnauwkeurig maar daardoor wel flexibel begrip. Modern genetisch onderzoek laat zien dat de biologische verschillen tussen menselijke groepen niet vergelijkbaar zijn met die tussen groepen dieren zoals de hazewindhond en de buldog. Ook voor dieren geldt dat categorieën nooit helemaal precies passen, schrijft Dekkers. Maar alleen voor mensen geldt dat die categorisering sociale gevolgen heeft. Kenmerken als huidskleur werden door rassenwetenschappers gekoppeld aan andere (zoals kroeshaar) en die weer aan psychologische eigenschappen.

De link tussen feit en fictie wordt soms zo wijd opgerekt dat de uiterlijke kenmerken waarmee men begon (zoals huidskleur) relevantie verliezen. Zo kan dezelfde persoon in Brazilië als wit worden gekwalificeerd, in Amerika als zwart en in Zuid Afrika als kleurling. Dát is wat wetenschappers bedoelen als ze het hebben over ras als sociale constructie.

Pijnlijk

Als het niet zo pijnlijk was, zou het bijna kluchtig zijn hoe Dekkers vervolgens in zijn boek de ‘rassen’ van de wereld beschrijft: in vier kleuren. Immers, ‘biologen en politici, sociologen en reizigers delen de mensheid sinds jaar en dag in vier kleuren in.’ Een Joods ras heeft volgens hem nooit bestaan en het is dan ook wrang ‘dat omwille van een ras dat niet bestaat, de Joden, zoveel bloed is vergoten door dat andere fictieve ras, de Germanen.’

Even denk je dat Dekkers hier tot een inzicht komt—dat het niet om ras maar om racisme gaat in de geschiedenis—maar dan gaat hij al verder. ‘Het gele ras daarentegen bestaat. Nou en of! Hoe geel zijn de gelen? Gele mensen zijn niet geler dan dat zwarte mensen zwart of witte mensen wit zijn.’ In werkelijkheid, schrijft Dekkers met enige humor, heeft de witte mens ‘de teint van een dode garnaal.’

Het is te gemakkelijk Dekkers weg te zetten als dwaas die eigenlijk in de 19de eeuw had willen leven, toen er nog veel meer te classificeren viel, en gekoloniseerde volken nog niet zoveel terugpraatten. Maar ook dwaze ideeën vinden in het Nederland van nu een publiek. Daarom kan Dekkers niet wegkomen met zijn kwajongensachtige branie, maar moet hij weersproken worden.

Jacob Boersema is socioloog aan de New York University.

Fenneke Sysling is historicus aan de Universiteit Leiden.

Meer over