Beeldvorming

Opinie: de zaak Depp vs. Heard gaat vooral over de grens tussen smaad en onthulling

Hoe moeten wij ons online gedragen? Daarover kan de afloop van de rechtszaak Depp vs. Heard ons veel leren, betoogt Henri Beunders, emeritus leraar Ontwikkelingen in de Publieke Opinie.

Henri Beunders
Johnny Depp, dinsdag in de rechtszaal. Beeld ANP / EPA
Johnny Depp, dinsdag in de rechtszaal.Beeld ANP / EPA

Meer dan 10 miljard keer zijn fragmenten van de lopende rechtszaak tussen de ster-acteurs Johnny Depp en Amber Heard aangeklikt. Dat is vaker dan er mensen zijn op deze aarde. Er zijn ook meer smartphones dan er mensen zijn op deze aarde, dus dat moet kunnen. We leven niet in een global village maar in een digitale kosmopolis. Als iemand kwaad van je spreekt, heeft verhuizen naar een ander dorp niet zo veel zin. Internet vindt jou overal.

Anonieme aanvallen via internet behoren wereldwijd tot de grootste zorgen over de media die ons nu 24/7 omringen als het vijfde natuurelement. Oppervlakkig gezien is deze zoveelste ‘rechtszaak van de eeuw’ wat commentatoren erover zeggen: een mediacircus rond een paar beroemde, rijke ex-partners. Sommigen zien de veel grotere onlinesteun voor Depp dan voor ‘leugenaarster’ Heard als signaal dat na vijf jaar #MeToo sprake is van ‘paybacktime’, uitgekeerd door de boze man.

Dat laatste zal een rol spelen. Maar wie ‘rechtszaken van de eeuw’ op een rijtje zet, in Amerika of in ons land, ontdekt dat er drie betekenislagen zijn: het schuim van het circus, de onderstroom van de symboliek en daaronder een tektonische aardverschuiving die leidt tot een ‘crisis der zekerheden’.

De vele vragen die rechtszaken ons stellen

Zonder die crisis zijn we die geruchtmakendste zaken zo weer vergeten. Nederlandse rechtszaken die leidden tot een ‘crisis der zekerheden’ zijn bijvoorbeeld de zaak-Brongersma (2001), die ging over het recht op euthanasie als je levensmoe bent; de zaken tegen de moordenaars van Fortuyn en Van Gogh gingen over de vrijheid van meningsuiting. De zaak-Holleeder over de vraag wie de baas is in dit land, de Staat of de onderwereld. En de zaak-Urgenda deep down over de vraag wie machtiger is: de regering of de rechter.

Als we bij spectaculaire Amerikaanse rechtszaken de steen optillen, dan zien we waarom sommige daarvan leiden tot zo veel onrust, zorg en angst. In het ‘Apenproces’ (1925) stond een onbeduidende gymnastiekleraar in het Zuiden van Amerika terecht omdat hij de leerlingen had verteld dat er naast het Scheppingsverhaal ook nog het verhaal van ene Darwin was. Hier was het wetenschap vs geloof, evolutie vs God. In de zaak tegen hippiemoordenaar Charles Manson (1969) stond niet alleen hij terecht wegens de bestiale slachtpartij op Cielo Drive – met celebrity Sharon Tate als een van de slachtoffers – maar de hele ‘sixties’, met de vrije seks, drugs en rock-’n-roll.

De zaken tegen Michael Jackson (2005) en Bill Cosby (2018) gingen behalve over seksueel misbruik over de vraag of beroemdheden boven de wet staan. Nee dus. Depp vs Heard doet denken aan de zaak O.J. Simpson (1995). In die zin dat het om huiselijk geweld ging, wat toen leidde tot een dubbele moord en nu tot het gooien van een smartphone, wijnflessen en een man een vingertop kostte.

‘Publiek figuur’ kon alleen op Johnny Depp slaan

Maar de ‘troefkaart’ bij Simpson was ras. De witten in de VS geloofden direct dat de zwarte football-ster zijn witte ex- vrouw Nicole Brown en haar vriend had vermoord, en geloven dat nog altijd. Bij de zwarten was het vanaf het begin tot nu omgekeerd. De ‘troefkaart’ nu is meer dan huiselijk geweld en #MeToo, de zorg dat iedereen ongestraft elke beschuldiging of aantasting van de privacy online kan zetten, een sekstape, een gênante video, whatever. En steeds vaker anoniem of zonder de naam van de dader expliciet te noemen.

De huidige rechtszaak gaat om het laatste: ‘laster door implicatie’. De juridische Gouden Standaard is nog altijd de zaak New York Times vs Sullivan (1964), maar die ging over de impliciete beschuldiging van racisme tegen een politiefunctionaris. Uitspraak: als het functionarissen betreft mag meer, want het algemeen belang is soms belangrijker dan het individu. Privépersoon Heard schreef in 2018 in The Washington Post, te midden van de #MeToo-aanklachten tegen mensen als werkgever Harvey Weinstein, dat zij twee jaar ervoor ‘een publiek figuur werd die symbool stond voor huiselijk geweld’. Ze noemde de dader niet, maar dit kon alleen op Johnny slaan. Depp werd direct gecanceld door Hollywood, en besloot haar aan te klagen wegens ‘smaad door implicatie’.

Vrijheid van meningsuiting onderwijzen als een ambacht

We beleven door internet een kenniscrisis: wat is waar, wat fake. Maar ook een morele crisis: wat mag je zeggen zonder te vervallen in smaad, tegen machtigen, tegen zwakken, tegen je naasten, tegen de medemens. Déze crisis vormt de clou van deze rechtszaak. We zijn nu allemaal buren geworden in onze digitale kosmopolis. Dit maakt de toch al vloeiende grenzen tussen publiek en privé, smaad en onthulling in het algemeen belang nog ingewikkelder. Rechtszaken als deze gaan uiteindelijk over de vraag wie en wat een samenleving wil zijn. En waar de nieuwe morele grenspalen moeten worden geslagen.

Een Griekse wijsgeer, Zeno schijnt, zou hebben gezegd dat het gebruik van de vrijheid van meningsuiting onderwezen zou moeten worden als een ambacht. Zoals geneeskunde of stuurmanskunst. Dan zouden we op de steeds woeliger wereldoceaan van communicatie leren zeilen: vaardig, vreedzaam en met de menselijke waardigheid als roer. Dat zou een mooie uitspraak zijn voor de met modder smijtende exen, de gebruikers van de oude en nieuwe media en de hele digitale mensheid.

Meer over