Opinie

Opinie: De voortekenen voor het oplossen van de voedselcrisis zijn bepaald niet gunstig

Steeds luider klinkt de waarschuwing voor een wereldwijde voedselcrisis. Is er volgens commentatoren een oplossing voor schaarste en honger?

Iñaki Oñorbe Genovesi
Graanoogst op een veld in de Russische provincie Toela. Beeld Arthur Bondar voor de Volkskrant
Graanoogst op een veld in de Russische provincie Toela.Beeld Arthur Bondar voor de Volkskrant

Nog voordat Rusland aan de grootschalige invasie van Oekraïne begon, waarschuwde het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (WFP) al dat de wereld in 2022 ‘een jaar van catastrofale honger’ tegemoet zou zien. Overdreven waren die alarmerende woorden niet. Zo kampt ruim de helft van de bevolking in Afghanistan met ernstige voedselonzekerheid, wordt de Hoorn van Afrika geconfronteerd met de ergste droogte sinds begin jaren tachtig en heerst in het door oorlog verscheurde Jemen ‘een wanhopige mate van honger’. Daarnaast krijgen families in steeds meer delen van de wereld, ook in Nederland, te maken met torenhoge voedselprijzen.

Verergerd

De oorlog in Oekraïne heeft de situatie slechts verergerd. Of zoals de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Wendy Sherman het verwoordde tijdens een recente bijeenkomst van de VN-Veiligheidsraad: ‘De verantwoordelijkheid voor het voeren van oorlog tegen Oekraïne én voor de gevolgen van de oorlog voor de wereldwijde voedselzekerheid ligt uitsluitend bij Rusland en president Poetin.’

Wat dit concreet betekent, beschrijft journalist Ferdinando Cotugno in een opiniestuk in de Zwitserse krant Corriere del Ticino: ‘Twaalf van elke honderd calorieën die dagelijks over de hele wereld worden geconsumeerd, komen uit Rusland of Oekraïne. Samen zijn de twee landen goed voor 30 procent van de tarwe-export. En ze produceren ook andere belangrijke componenten voor het wereldwijde dieet, zoals zonnebloemolie en kunstmest. Alleen al de verminderde toegang tot Russische meststoffen kan een daling van 30 procent van de voedselproductie in Afrika betekenen. Bijna 50 landen zijn voor minstens 30 procent van hun graan afhankelijk van Rusland en Oekraïne en 26 daarvan zijn voor meer dan 50 procent afhankelijk. De meest kwetsbare landen zijn Libanon, Egypte, Bangladesh, Turkije en Indonesië.’

Daarom pleit Ngozi Okonjo-Iweala, directeur van de Wereldhandelsorganisatie (WTO, in een opiniestuk voor Project Syndicate om niet alleen oog te hebben voor de tragedie in Oekraïne en de gevolgen ervan voor de eigen economie. ‘We moeten nu ook handelen om ervoor te zorgen dat enkele van ‘s werelds armste en meest kwetsbare mensen, ver weg van het conflict en afwezig in de krantenkoppen, geen nevenschade worden.’

Risico's beperken

Hoe? Volgens Okonjo-Iweala door de risico’s te beperken. ‘De ervaring leert dat internationale samenwerking kan helpen de domino-effecten van stijgende voedselprijzen te beheersen. Tien jaar lang heeft het delen van informatie over voedsel en voorraden via het Agricultural Market Information System toonaangevende exporteurs en importeurs in staat gesteld paniek te voorkomen en de markten soepel te laten functioneren.

‘Nu het wereldwijde handelssysteem al worstelt met de hoge transportkosten en overbelaste havens, zou nauwere coördinatie kunnen helpen de internationale markten voor voedsel, energie en grondstoffen te stabiliseren en extra verstoringen van toeleveringsketens tot een minimum te beperken.’

Ook Ndidi Okonkwo Nwuneli, een Nigeriaanse deskundige die zich bezighoudt met het transformeren van het voedsel- en landbouwlandschap in Afrika, meent dat ‘we de duur van deze crisis misschien niet kunnen beheersen, maar we wel kunnen beïnvloeden hoe de meest kwetsbaren in onze gemeenschappen overleven’. In een opiniestuk op Devex, een mediaplatform voor ontwikkelingsvraagstukken, schrijft zij dat landen kunnen leren van het Covax-programma dat tot doel heeft een eerlijkere toegang tot coronavaccins te krijgen voor alle landen ter wereld .

‘Een soortgelijke samenwerking is dringend nodig in de internationale gemeenschap om te zorgen voor een rechtvaardige verkoop en distributie van voedselproducten. Volgens het International Food Policy Research Institute (IFPRI) kan tarwe uit Argentinië, Australië, Canada en Kazachstan de tekorten opvullen die zijn ontstaan door het verlies van productie uit Oekraïne - zij het tegen een hogere prijs, als gevolg van langere scheepvaartroutes en hogere transportkosten als gevolg van verhoogde olieprijzen. Dit vereist dus dat regeringen samenwerken om de internationale handel te vergemakkelijken en hun nationalistische agenda’s in te perken voor het grotere mondiale welzijn.’

Het is een oplossing die ook de Financial Times voorziet, maar de krant is in een commentaar somber over de uitvoerbaarheid: ‘Als je bedenkt hoe slecht het de wereld is vergaan in het eerlijk verdelen van vaccins, zijn de voortekenen voor hoe het zal omgaan met een voedselcrisis niet goed. Het chronisch ondergefinancierde Wereldvoedselprogramma zegt dat stijgende kosten het zullen dwingen om de rantsoenen voor miljoenen mensen te verlagen, waardoor voedsel wordt verplaatst van degenen met lichte honger naar zij die op sterven liggen van de honger.

Afhankelijkheid verminderen

‘De snelste oplossing zou natuurlijk zijn om de oorlog in Oekraïne te beëindigen. Op de lange termijn moet de wereld haar afhankelijkheid van Russisch voedsel en kunstmest verminderen. Het zou meer moeten investeren in het verhogen van de landbouwopbrengsten in Afrika, dat nog steeds veel onderbenutte landbouwgrond heeft, en de schandalige voedselverspilling in de ontwikkelde wereld moeten verminderen. Op korte termijn is het duidelijk dat rijkere landen de financiering moeten verhogen. Sancties tegen Rusland zijn volkomen gerechtvaardigd, maar de rijkere landen moeten de klap opvangen voor de armere.’

Want, laten we niet vergeten, aldus de Financial Times, hongersnoden worden bijna altijd door de mens veroorzaakt. ‘Nobelprijswinnaar en econoom Amartya Sen zei dat hongersnoden niet plaatsvinden in een democratie vanwege de vrije stroom van informatie en de daaruit voortvloeiende verontwaardiging van de mensen. Maar de democratie wordt wereldwijd steeds meer aangevallen. Poetin is de nieuwste agressor. Tenzij hij wordt gestopt, zal de hongersnood na hem komen.’

Als het aan Graham Gordon, hoofd beleid in het Verenigd Koninkrijk bij de Catholic Agency for Overseas Development, na het Rode Kruis het grootste humanitaire netwerk ter wereld, ligt zou voedselzekerheid ‘dezelfde prioriteit moeten krijgen ‘als energiezekerheid. In zakenblad Forbes werpt Gordon de twee belangrijkste vragen op die we ons in de huidige crisis zouden moeten stellen: ‘Hoe kunnen we anders gaan denken over voedsel en hoe kunnen we aandringen op meer voedselsoevereiniteit?’

Anticiperen

Ook Barron Segar, voorzitter van het Amerikaanse voedselprogramma, schrijft in een opiniestuk voor Philanthropy News Digest dat ‘we moeten gaan anticiperen op gevaarlijke domino-effecten van deze stijging van de voedselprijzen’, vooral in dit ‘jaar van catastrofale honger’. ‘We zullen ofwel met trots terugkijken dat we met meer ambitie en menselijkheid opgewassen waren tegen deze crisis, of met spijt constateren dat we te weinig én te laat iets hebben gedaan voor de ellendige miljoenen die wanhopig proberen om zichzelf en hun gezinnen te voeden.’

Columnist Alan Beattie heeft in de Financial Times opbeurende woorden: ‘Zelfs tijdens voedselcrises is er over het algemeen genoeg te eten in de wereld als geheel, maar is het voedsel vaak op de verkeerde plaatsen. Je kunt proberen meer te produceren, of je kunt het naar de juiste plekken verplaatsen. Op de korte termijn is de tweede optie misschien politiek moeilijker, maar waarschijnlijk wel de meest effectieve.’

Maar voor wie denkt dat daarmee alles zomaar is opgelost, heeft de Canadese krant La Tribune in een hoofdredactioneel commentaar nog een laatste naargeestige overdenking: ‘In het licht van de huidige wereldwijde situatie moeten we ons oprecht gelukkig en dankbaar voelen dat we voedsel aantreffen in onze supermarktschappen. Zo erg gaat het worden.’

Meer over