Opinie

Opinie: De Raad van State heeft nog een lange weg van introspectie te gaan

Over hun rol in de toeslagenaffaire hebben de bestuursrechters bij de rechtbanken en in de (Afdeling Bestuursrechtspraak van de) Raad van State reflectierapporten gepubliceerd. Helaas wil het bij de hoogste rechter nog niet zo vlotten met de zelfreflectie.

Derk Venema
Gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire lopen mee in de Mars met de Moeders in Rotterdam, 11 december.    Beeld ANP
Gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire lopen mee in de Mars met de Moeders in Rotterdam, 11 december.Beeld ANP

Ethiek gaat over menselijk handelen en het beoordelen daarvan. Beroepsethiek traint mensen in het omgaan met ethisch lastige kwesties in het kader van de beroepsuitoefening. In de voor rechters verplichte cursus beroepsethiek bespreken we mogelijke oplossingen van zulke kwesties met behulp van verschillende ethische benaderingen, bijvoorbeeld vanuit de mogelijke gevolgen, goede intenties, regels en plichten of de betrokken waarden en deugden.

Daarbij is het niet zo dat één ethische benadering het ‘juiste antwoord’ biedt, maar het gebruik van verschillende benaderingen maakt zo’n kwestie beter bespreekbaar en verhoogt de kans op een oplossing waarmee iedereen kan leven. Veelzijdigheid en openheid in ethische beraadslaging is daarom van groot belang voor functionarissen die voor burgers ingrijpende beslissingen nemen.

Ethische antenne

Om ethische kwesties goed op te kunnen lossen, moet je ze wel kunnen herkennen. Het ontwikkelen van een ethische antenne is een kwestie van ervaring. Maar die ervaring doe je vooral op door regelmatig met collega’s ethische kwesties te bespreken. Dat moet je organiseren, want spontaan gebeurt dat weinig: rechters hebben namelijk (net als docenten, verplegers, politieambtenaren, et cetera) nog meer te doen.

De Raad van State had blijkens zijn reflectie een ethisch nogal beperkte en bovendien onwrikbare benadering van de kinderopvangtoeslagzaken: alleen de waarde van de rechtszekerheid werd als richtsnoer genomen. Het rapport legt uit: we moesten vanwege de rechtszekerheid wel een lijn kiezen, we lieten ons daarbij leiden door de politieke prioriteit van fraudebestrijding en toen zaten we aan onze eigen ‘alles-of-niets-lijn’ vast en konden we niet meer anders dan fraudeurs en niet-fraudeurs op dezelfde manier behandelen.

In een cursus beroepsethiek zou bij de bespreking van zo’n casus gewezen zijn op het bestaan van andere benaderingen, zoals: wat zijn de gevolgen, welke andere waarden spelen een rol, welke (rechts)regels bestaan er nog meer, wat zijn de deugden en plichten van een goede rechter?

Hoogste waarde

Men had zich dan kunnen afvragen of de rechtszekerheid wel de hoogste waarde is, of dat die bijvoorbeeld in dienst staat van een goede rechtsbedeling. En hoe de gevolgen voor niet-frauderende ouders hier afgewogen zouden kunnen worden tegen de gevolgen van het nuanceren van een vaste lijn. En of fraudeurs en niet-fraudeurs eigenlijk wel als gelijke gevallen gezien moeten worden. En wat het verschil is tussen standvastigheid en starheid. Enzovoorts.

Rechters in de rechtbanken erkenden het ethische probleem als eersten. Dat kwam doordat ze de standaardlijn van de Raad van State niet bij alle zaken vonden passen: ouders die relatief weinig fout hadden gedaan, werden door die lijn namelijk even zwaar getroffen als ouders die echt hadden gefraudeerd.

Maar waarom herkenden de rechters in de Raad van State het probleem niet, zelfs niet nadat rechters van de rechtbank Rotterdam herhaaldelijk uitgebreid hadden uitgelegd wat de ethische kwestie precies was, zowel in hun uitspraken als in het informele overleg tussen rechtbanken en Raad van State? Ethisch besef, intellectuele flexibiliteit en doortastendheid is voor goede rechtspraak essentieel. Ze werden pijnlijk gemist in de steeds identieke tekstblokken van de Raad van State.

Zorgwekkende tekortkoming

Dat is voor een hoogste rechter, de laatste strohalm voor de rechtzoekende burger, een zorgwekkende tekortkoming. Gelukkig is die nu aan het licht gekomen, zodat er iets aan gedaan kan worden. Helaas biedt het reflectierapport weinig aanknopingspunten voor optimisme. Niet alleen staat in het rapport dat ‘het bespreekbaar maken van onvrede met de (…) alles- of-niets-lijn (…) moeilijk was,’ ook de totstandkoming van het rapport zelf is geen voorbeeld van het open en gezamenlijk van meerdere kanten bekijken van een ethische kwestie.

Zelfs de zware externe begeleidingscommissie is er niet in geslaagd dit anders te laten verlopen, en merkt in haar verklaring (achterin het rapport opgenomen) op, dat de ‘vraagstelling, de uitvoering van het onderzoek en de verslaglegging in handen van de werkgroepen is gebleven.’ De afsluitende opmerking van de commissie, dat ‘de cultuur van interne en externe tegenspraak een nadrukkelijk aandachtspunt is voor de Afdeling (Bestuursrechtspraak)’, klinkt na lezing van het rapport als een eufemisme.

Gesloten bolwerk

Hoe komt het dat de begeleidingscommissie zo pessimistisch is? Ze ervaarde de Raad van State blijkbaar als gesloten bolwerk. De Raad van State maakt ook geen onderdeel uit van de ‘gewone’ rechterlijke organisatie en heeft meer affiniteit met het openbaar bestuur dan met rechtspraak, een veelgehoorde klacht uit onder andere het vreemdelingenrecht.

Dat een gezamenlijke reflectie met de rechtbanken niet heeft plaatsgevonden, is dus verklaarbaar, maar een gemiste kans. Dat maakt de noodzaak van voortdurende en echte beroepsethische reflectie door de Raad van State des te groter. Want in een rapport met veel mitsen en maren door het stof gaan is één ding, maar bestendige verbetering vergt permanente aandacht.

Derk Venema is docent recht aan de Open Universiteit docent beroepsethiek aan de rechtersopleiding SSR.

Meer over