Opinie

Opinie: De Oost gaat kort door de bocht en stigmatiseert Molukse KNIL-militairen

In de nieuwe oorlogsfilm De Oost ontbreken de nieuwe verhalen van Molukkers en Indonesiërs in het geheel. En die zijn juist hard nodig om de complexiteit en pijn van een paar honderd jaar kolonialisme te doorgronden. Dat schrijft fotojournalist Geronimo Matulessy.

[Bij een driesprong groeten vier KNIL militairen het convooi] [Verkeersbord wijst naar Bandoeng en terug naar Bogor. 1946 Beeld Nationaal Archief
[Bij een driesprong groeten vier KNIL militairen het convooi] [Verkeersbord wijst naar Bandoeng en terug naar Bogor. 1946Beeld Nationaal Archief

Op het moment dat de Tweede Wereldoorlog is beëindigd en in Nederland de wederopbouw is begonnen, rukt Indonesië zich na vierhonderd jaar los van de Nederlandse koloniale overheersing. Er ontstaat tussen 1945 en 1949 een bloedige dekolonisatieoorlog, die door zorgvuldig gekozen termen als ‘politionele acties’ worden bedekt onder een laag vergoelijking. De Oost, een film van de Moluks-Nederlandse regisseur Jim Taihuttu, zoomt in op Nederlandse en Molukse KNIL-militairen die zogenaamd orde in voormalig Nederlands-Indië proberen te herstellen.

Onder leiding van berucht KNIL-officier Raymond Westerling wordt het Depot Speciale Troepen (DST) opgericht, een elite-eenheid van Nederlandse en Molukse jongemannen. Dat de film geen fictie is, bewijst de deelname van mijn opa aan deze eenheid. Op Zuid-Celebes zouden zij hebben deelgenomen aan het standrechtelijk executeren van Indonesische revolutionairen.

Geweldsexplosies

Als kijker wordt u langzaam meegenomen in een opbouw van opeenvolgende geweldsexplosies: vechtpartijen, racisme en executies. Volgens de filmmakers het stereotype, masculiene wereldje van militairen uit die koloniale tijd.

De witte, Nederlandse hoofdrolspeler verliest daardoor snel zijn onschuld en avontuurlijke eigenschappen; enkele scènes later staat hij tot zijn enkels in het bloed. De getraumatiseerde hoofdrolspeler hervindt uiteindelijk, dankzij gewetenswroeging, zijn menselijke en morele eigenschappen, maar zal de oorlog nooit kwijtraken.

Dat Taihuttu voor deze witte invalshoek heeft gekozen, valt vanwege de hoeveelheid perspectieven en tijdslimiet enigszins te begrijpen, maar hierdoor ontbreken de nieuwe verhalen van Molukkers en Indonesiërs in het geheel. En die zijn juist hard nodig om de complexiteit en pijn van een paar honderd jaar kolonialisme te doorgronden.

Een gemiste kans, want de wijze waarop Taihuttu de Molukse KNIL-militairen enkele minuten aan bod laat komen bestaat uit drie elementen: trouw aan het koningshuis, loyaliteit en christelijk karakter. Dat is te kort door de bocht en werpt een stigmatiserende deken over de economische en politieke motieven en de hang naar status van onze voorouders.

Gewelddadig mechanisme kolonialisme

Een ander aspect is het uitvergroten van personage van voornoemd officier Westerling. Niet omdat hij een oorlogsmisdadiger was, dat moet worden getoond, maar het biedt critici de mogelijkheid te stellen dat het incidenten waren. Een soort rotte appel in de mand. De kijker dient gewezen te worden op het structurele, gewelddadige mechanisme van kolonialisme.

De afgelopen jaren is in ons land meer aandacht besteed aan de Atlantische slavernij, waardoor het maatschappelijke bewustzijn over het racistische en onderdrukkende systeem dat mensen van kleur tot op heden onderdrukt, groeide. Demonstraties van Kick Out Zwarte Piet en Black Lives Matter, en de kennisoverdracht door het nieuwe instituut The Black Archives, hebben de koloniale geschiedenis stevig op de politieke agenda gezet.

In de schaduw hiervan hadden de verhalen uit de Indonesische en Molukse archipel in de film meer aan de oppervlakte moeten komen. Precies zoals de zwarte gemeenschap vanuit haar eigen narratieven verhalen vertelt; alleen dan worden we pas echt zichtbaar.

Aan de andere kant zou deze film vanuit retroperspectief inzichten moeten bieden in het handelen van al onze bloedverwanten in voormalig Nederlands-Indië. In mijn geval betekent dit dat ik niet op de stoel van de rechter plaatsneem om mijn Molukse voorouders te veroordelen voor hun eventuele wandaden, maar dat ik de motieven van voor- en tegenstanders leer doorgronden. Of mijn opa bloed aan zijn handen heeft, weet ik niet, helaas kan ik het hem niet meer vragen. Ik kan wel concluderen dat hij onderdeel is geweest van een moorddadig, koloniaal regime.

Alliantie met de duivel

Daarnaast moeten wij als Molukse nazaten van KNIL-militairen ons ontdoen van de valse trots op een uniform dat staat dat voor een structurele en gewelddadige onderdrukking van volkeren in de diaspora. In gesprekken die ik in de Moluks-Nederlandse gemeenschap voer over de Republik Maluku Selatan (RMS, de vrije Molukse republiek), leg ik constant bloot dat onze voorouders een bloederige alliantie sloten met de duivel. Deze staat haaks op de vrijheid die wij als RMS’ers nastreven. We dienen een ander vertrekpunt te creëren.

Deze gesprekken zijn een confrontatie tussen botsende opvattingen, waardoor het concept vrijheid aan de kaak wordt gesteld. Ik begrijp nu beter waarom Indonesiërs vochten voor onafhankelijkheid, maar bestrijd vanuit mijn historische bewustzijn hun hedendaagse neokoloniale beleid. In het kader van de huidige Indonesische annexatie van de Molukken en West-Papua kunnen we spreken van een onvoltooide dekolonisatie.

De film heeft bij zowel voor- als tegenstanders behoorlijk wat losgemaakt, daarmee is het taboe doorbroken. Uiteindelijk dient er vanuit de Nederlandse overheid en het koningshuis openlijk erkenning te komen voor al het leed in voormalige koloniën en de RMS. Tot die tijd blijf het een traumatische schandvlek die vergeving en heling in de weg staan.

Geronimo Matulessy is documentaire fotograaf en fotojournalist.

Meer over