OpinieToezicht op techreuzen

Opinie: de halfslachtige pogingen van Facebook, Twitter en YouTube om schadelijke berichtgeving te weren, overtuigen niet

Nu online content schade kan toebrengen aan de democratie, is de tijd van zelfregulering voorbij, betoogt Tineke Cleiren.

Mark Zuckerberg, ceo van Facebook, spreekt politici in Washington toe via een videoverbinding.Beeld AP

Uitingsvrijheid is een fundamenteel recht en essentieel voor een democratische rechtsstaat, maar niet tot elke prijs. Onlangs bracht een commissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden een rapport uit over de schade die Amazon, Apple, Google en Facebook – mede door hun monopolie – aanrichten. Techbedrijven en sociale media vormen een directe bedreiging voor de democratie, ook in Nederland.

Regering en parlement zijn zich onvoldoende bewust van dit existentiële gevaar. Ondanks alle alarmerende ontwikkelingen kenmerkt zelfregulering nog altijd het Nederlandse internetbeleid; een beleidslijn die gedeeld wordt door de meerderheid van de Tweede Kamer. Doordat de techbedrijven en platformen in feite zelf de regels, handhaving en toezicht bepalen heeft de Nederlandse overheid het nakijken en schiet zij tekort in het borgen van de democratische rechtsstaat.

Tegelijkertijd maken autocratisch geregeerde landen als China en Rusland op grote schaal misbruik van de ruimte en mogelijkheden die de werkwijze van techbedrijven biedt om desinformatie te verspreiden (bijvoorbeeld over covid-19), om verkiezingen en referenda te beïnvloeden, om polarisatie aan te moedigen, of om cyberaanvallen te plegen en te hacken. Door de gespannen relatie tussen de VS en China wordt het internet bovendien speler in een proces van geopolitieke splijting.

Naar het oordeel van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) moet het roer om. Dit is de kern van het AIV-advies Regulering van online content. Naar een herijking van het Nederlandse internetbeleid dat deze zomer is uitgebracht.

Halfslachtig

De bescherming van de democratische kernwaarden kan niet aan de markt worden overgelaten. De halfslachtige pogingen van Facebook, Twitter en YouTube om schadelijke berichtgeving te weren, overtuigen volstrekt niet. Het besluit van Facebook om alleen in de week direct voor en na de Amerikaanse presidentsverkiezingen af te zien van politieke advertenties om zo nepnieuws te voorkomen, evenmin. Het blijft nog altijd aan de techbedrijven om de keuzes en selecties te maken.

De Nederlandse overheid mag zich niet langer afzijdig houden. Herijking van het internetbeleid is een absolute noodzaak en Nederland moet zich actief gaan inzetten voor internationale normstelling, transparantie en toezicht. Om schadelijke online content effectief tegen te gaan, dient de rechtsstaat juist nadrukkelijker aanwezig te zijn. Het is aan de overheid om nu haar verantwoordelijkheid nemen, zowel nationaal als internationaal. Zij moet op alle niveaus een politieke en maatschappelijke discussie op gang brengen over de vraag welk soort uitingen nog acceptabel zijn binnen een open, democratische en rechtsstatelijke samenleving en welke niet, en wat voor soort handhaving hierbij passend is. Er dient een verschuiving plaats te vinden van zelfregulering naar co-regulering met een actieve rol van de overheid. Eenduidig en gecoördineerd nationaal beleid – nu nog afwezig – is daarvoor onontbeerlijk.

Naar de mening van de AIV dient Nederland een leidende rol te nemen om zowel in de Europese Unie (EU), als de Raad van Europa en de VN-Mensenrechtenraad met gelijkgezinde landen een discussie te voeren over een op mensenrechten gebaseerde aanpak van schadelijke online content. Die rol past Nederland goed vanwege de Nederlandse expertise en het feit dat veel techbedrijven (inclusief de datacentra) hier gevestigd zijn.

Transparantie

Nederland moet zich in EU-verband inzetten voor de oprichting van een Europees toezichtmechanisme en de verplichting voor internetplatforms om transparantierapporten te publiceren die voldoen aan eenduidige, op Europees niveau vastgestelde criteria. Nationale mensenrechtenorganisaties, zoals in Nederland het College voor de Rechten van de Mens, kunnen hierbij een belangrijke rol vervullen. Daarnaast zou Nederland het initiatief moeten nemen voor Europese regelgeving die techbedrijven een zorgplicht oplegt voor informatie die door gebruikers wordt gedeeld.

In de Tweede Kamer lijkt niet veel animo te bestaan voor Europees beleid op dit terrein, zo bleek tijdens het Kamerdebat op 30 september over het rapport van de Tijdelijke Commissie Toekomst Digitalisering – een gemiste kans. Op 28 oktober debatteert de Tweede Kamer over desinformatie en digitale inmenging. Toeval of niet, op diezelfde dag moeten Facebook, Google en Twitter getuigen voor de Amerikaanse Senaat. De tijd dringt en daarom doet de Tweede Kamer er goed aan de regering met klem op te roepen haar verantwoordelijkheid te nemen, daadkrachtig beleid te ontwikkelen en in actie te komen.

Tineke Cleiren is hoogleraar straf- en strafprocesrecht en lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken. Ze was voorzitter van de AIV-commissie die het rapport Regulering van online content uitbracht.

Meer over