Opinie

Opinie: De gezondheidszorg stoot onnodig veel CO2 uit en dumpt afval

Bij de opleiding van zorgverleners moet klimaatverandering veel meer aandacht krijgen. De opwarming van de aarde veroorzaakt allerlei kwalen. De ziekenzorg houdt te weinig rekening met de oorzaken hiervan en kan veel duurzamer.

Een arts bezoekt een patiënt.  Beeld anp
Een arts bezoekt een patiënt.Beeld anp

‘De klimaatcrisis is de grootste bedreiging van de volksgezondheid van deze eeuw.’ Een duidelijke uitspraak van de Wereldgezondheidsorganisatie en het toonaangevende medische tijdschrift The Lancet. Klimaat en gezondheid zijn op meerdere manieren onlosmakelijk met ­elkaar verbonden. Zo is er steeds meer hooikoorts, astma, oversterfte door hittegolven en de introductie van ‘tropische ziekten’ in Europa. ­Paradoxaal genoeg draagt de gezondheidszorg zelf ook bij aan diezelfde gezondheidscrisis.

De zorgsector is verantwoordelijk voor maar liefst 7 procent van de totale CO2-uitstoot in Nederland. Dit is vergelijkbaar met de uitstoot van Tata Steel en de RWE-centrale in Eemshaven (grootste kolencentrale van Nederland) samen. Daarom vinden wij dat duurzaamheid en de wisselwerking tussen klimaat en gezondheid een structureel onderdeel van de opleiding voor zorgprofessionals moeten worden.

Jeukende ogen

Spreekuren raken steeds voller met jeukende ogen, loopneuzen en niesbuien. Hooikoorts viert hoogtij doordat de stijgende temperatuur en CO2-concentraties zorgen voor een langer en intenser pollenseizoen. Andere gezondheidsprobleem worden veroorzaakt door extreme weersituaties, zoals hevige regenval en hittegolven. In 2006 kostte een hittegolf meer dan duizend inwoners van Nederland het leven. De huidige trend van het klimaat is zorgwekkend en zal ongetwijfeld leiden tot meer en andersoortige gezondheidsproblemen, die we nu nog niet kunnen overzien. In de huidige opleidingen krijgen toekomstige zorgprofessionals slechts facultatief handvatten aangereikt om zich voor te bereiden op een toekomst die gekleurd is door het klimaat.

De zorg draagt zelf ook bij aan het probleem. Een voorbeeld van duurzaam werken is het gebruik van narcose-infuus in plaats van narcosegas. De werking is hetzelfde, maar een infuus heeft een veel kleiner effect op het klimaat. Bovendien wordt er ontzettend veel wegwerpmateriaal gebruikt in de zorg. Oud-verpleegkundige en kunstenares Maria Koijck liet recentelijk zien hoeveel materiaal er weggegooid werd voor haar eigen borstreconstructie: zes vuilniszakken vol. De intensive care van het Erasmus MC berekende onlangs dat één dag opname op de ic gelijkstaat aan de kap van 200 vierkante meter bos of 2.000 kilometer autorijden.

Hoe kunnen artsen in hun eed beloven ‘ten eerste niet te schaden’ als zij geen kennis hebben over het duurzaam uitoefenen van hun ­beroep?

Onderwijs schiet tekort

Het is dan ook hoog tijd om (toekomstige) zorgprofessionals te onderwijzen over de gezondheidseffecten van het huidige en toekomstig klimaat én ze handvatten te geven om een duurzame zorgmedewerker te zijn. Het huidige onderwijs schiet daarin tekort. Aan motivatie geen gebrek: uit een recente enquête blijkt dat 70 procent van de geneeskundestudenten meer wil leren over de klimaatcrisis en de gerelateerde gezondheidsrisico’s. Ook verpleegkundigen zien een duidelijke rol voor zichzelf in de verduurzaming van de zorg. De International Council of Nurses noemt duurzaamheid en klimaatverandering een cruciaal thema voor curricula en in bijscholing voor verpleegkundigen.

Daarom pleiten wij ervoor klimaat en gezondheid een structureel onderdeel te maken van zorgopleidingen en bijscholing, immers iedere discipline en specialisme krijgt te maken met de gevolgen van een veranderend klimaat. Alleen dan kunnen we voor huidige en komende generaties een bijdrage blijven leveren aan een gezonde wereld en een hoge kwaliteit van leven.

Niels Jansen, arts internationale gezondheidszorg en tropengeneeskunde i.o., promovendus ortho­pedie.

Inge Schepens, arts internationale gezondheidszorg en tropengeneeskunde i.o.

Arte Groenewegen, vijfdejaars geneeskundestudent Universiteit Utrecht.

Jopke Janmaat, vijfdejaars geneeskundestudent Universiteit Utrecht, masterstudent global health.

Annemarie Bergsma, docent verpleegkunde, tropisch landbouwkundige.

Floris Triest, basisarts, klinisch ­onderzoeker.

Li-Anne Douma, arts-assistent longgeneeskunde, promovendus Antonie van Leeuwenhoek.

Jorieke van der Stelt, arts internationale gezondheidszorg en tropengeneeskunde, huisarts i.o.

Meer over