Opiniearie de jong

Opinie: De doorstroming van Kamerleden is veel te hoog, daarom leren ze in Den Haag zo weinig van het verleden

En weer gaat er na de komende verkiezingen een hoop ervaring van Kamerleden verloren. Selectiecommissies zijn uit op frisse gezichten niet op een sterke fractie, tot leedwezen van Arie de Jong.

null Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

De verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn aanstaande. Hoe die ook uitpakken, zeker is dat weer een groot deel van de huidige Tweede Kamer wordt vervangen door nieuwe gezichten. Als secretaris van de Vereniging van Oud-Parlementariërs moet ik daar blij mee zijn: nieuwe leden voor de vereniging in het verschiet! Als burger denk ik dat het een slechte zaak is.

Zo gaat dat elke keer, nu al een kwart eeuw. Vaak bestaat de Tweede Kamer na de verkiezingen voor meer dan de helft uit volledig nieuwe parlementariërs. Daar zal voorlopig nog geen eind aan komen. Dat ligt voor een deel aan de voorkeur van de kiezers, maar voor een belangrijk deel ook aan het selectiebeleid van de politieke partijen. Waarom is het zo slecht dat telkens ongeveer de helft van de Tweede Kamerleden wordt vervangen en hoe komt het dat het elke keer weer zo gaat?

Institutioneel geheugen

Deze ongelooflijke doorstroming in de Tweede Kamer is slecht, omdat het institutioneel geheugen zodoende weinig voorstelt en omdat de opbouw van alles wat een Kamerlid effectief maakt telkens na een paar jaar wordt verwoest. Het is om moedeloos van te worden dat bij het recente parlementaire onderzoek naar de toeslagenaffaire iedereen vol zat met vrome voornemens hoe het beter zou moeten, terwijl diezelfde analyses en voornemens bij voortduring tot niets hebben geleid.

Het leervermogen van onze nationale politiek is nul, hoe graag men ook lessen uit het verleden zou willen trekken. Als dadelijk een stoet nieuwe Kamerleden wordt beëdigd, beginnen al die nieuwelingen namelijk weer vanaf nul. Vermoedelijk zit de voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie, Chris van Dam, er na 17 maart zelfs niet bij, want in zijn ondoorgrondelijke wijsheid zette het CDA hem op een onverkiesbare plaats (47).

Kijk ook eens naar de PvdA. Toen die partij in 2017 onverwacht terugviel van 38 naar 9 zetels, werd onvermijdelijk een groot aantal Kamerleden afgevoerd. Bij het opstellen van de kandidatenlijst voor 17 maart kom je welgeteld slechts één van hen tegen op een vermoedelijk verkiesbare plaats: de opgebouwde ervaring van vroegere Kamerleden wordt definitief doorgespoeld.

Brevet van onvermogen

De VVD zag in de aanloop van de komende verkiezingen kans om op voorhand meer dan de helft van de huidige Tweede Kamerfractie – vrijwillig of onvrijwillig – af te voeren. Je kunt het ook een brevet van onvermogen noemen richting het vorige selectieproces. Ook bij de andere partijen kun je de wenkbrauwen fronsen. Zo koos D66 voor een lijsttrekker die nog nooit Tweede Kamerlid is geweest (kan gebeuren) en die zichzelf ziet als de komende minister-president. Leuk voor de bühne, idioot bij Tweede Kamerverkiezingen.

Hoe komt het dat het elke keer weer zo gaat? Dat er iets grondig mis is met de selectieprocessen bij de politieke partijen, lijkt me onmiskenbaar. Telkens benadrukken kandidaatcommissies dat ze werken aan vernieuwing. Nooit hoor je dat ze prioriteit geven aan een sterke Kamerfractie. Telkens worden weer kandidaten naar voren geschoven die een goede babbel hebben, een fris gezicht bieden en in elk geval goed meelopen in de partijpas. Ongetwijfeld levert dit veelbelovende mensen op, maar zijn ze echt beter dan de vorige lichting?

Alvast solliciteren

Natuurlijk niet. Allerlei partijen willen liever niet dat een kandidaat aan een derde periode toekomt, zo hebben ze zelfs opgenomen in hun reglementen, in plaats van een motivering waarom je iemand na één of twee perioden alweer het bos in stuurt. Bijkomend verschijnsel: Kamerleden gaan na een paar jaar alvast solliciteren naar banen buiten het Binnenhof, om te voorkomen dat ze de volgende ronde de vergetelheid in worden gestuurd.

En zo draait de gehaktmolen door. Dus als ik een les mag meegeven aan alle partijbesturen: word eens wakker en leg het zwaartepunt eens bij ervaren en deskundige Kamerleden. Maar ik vrees dat een dergelijke les snel weer vergeten is en dat het bij de verkiezingen van 2025 weer net zo gaat. Toch?

Arie de Jong is oud-Tweede Kamerlid voor de PvdA en auteur van het boek Wat het uitmaakt.

Kies meer laagopgeleiden in de Kamer

Voor miljoenen Nederlanders zijn wetten te complex, zo concludeerde een commissie van de Tweede Kamer deze week. Er zou te weinig oog zijn voor de uitvoerbaarheid van beleid en er is te weinig invloed van de werkvloer als het om nieuwe wetgeving gaat.

Het zijn stevige conclusies die de vraag oproepen of het ook iets te maken heeft met de politiek zélf, waar hoogopgeleiden zwaar zijn oververtegenwoordigd. Ze bezetten in de huidige Kamer bijna alle zetels, terwijl in de samenleving nog geen derde hoogopgeleid is. Laagopgeleid daarentegen is ruim 70 procent. Gaat het over diversiteit, dan gaat het steevast over vrouwen en minderheden, maar over het totale gebrek aan laagopgeleiden hoor je nooit wat. We zijn een diplomademocratie, gedomineerd door hoogopgeleiden, voor wie complexe wetten gesneden koek zijn en werkvloeren een ver-van-hun-bed-show.

Gezien de problemen die dat kennelijk geeft, die vaak bij laagopgeleiden op het bordje belanden, vraag je je af waarom hiervoor in de diversiteitsdiscussie niet meer aandacht is. Er wordt regelmatig gepleit voor meer vrouwen en minderheden in de politiek, maar waar blijven de pleidooien voor meer werkvloer op de Kamervloer?

Dave Boots, Enkhuizen

Meer over