OpinieDatacenters

Opinie: datagroei en duurzaamheid gaan prima samen

Nederlandse datacenters zijn geen notoire energieverspillers maar één van de energie-efficiëntste, betoogt Stijn Grove.

Datacenter in de Eemshaven.Beeld Hollandse Hoogte

De data-explosie moet worden beteugeld, schreven Kathalijne Buitenweg en Richard Wouters van GroenLinks onlangs (O&D, 19 juli), want legt een groeiend beslag op energie en grondstoffen, ook in Nederland. Daarmee miskennen ze dat juist de digitale sector nu al voldoet aan de klimaatdoelen en dat de afgelopen tien jaar, ondanks ‘de explosie van data’, het energieverbruik van data-centers nauwelijks is gestegen. ‘Digitalisering heeft de potentie de aanjager te zijn van een duurzame ­samenleving’, stellen de schrijvers. Maar hun stelling daarbij dat ‘in de komende tien jaar de stroomvraag zal verdubbelen’, is ongegrond. Volgens recente studies in Science (februari, 2020) en van het Internationaal Energie Agentschap (IEA, juni, 2020) steeg het elektriciteitsverbruik van datacenters wereldwijd met slechts 5 procent tussen 2010-’18, terwijl ons dataverkeer vertienvoudigde en de data­opslag 25 keer groeide.

Energie-efficiënt

Schaalgrootte van datacenters, de gang naar clouds (in datacenters) en de voortdurende focus op efficiëntie heeft juist grote energiebesparingen opgeleverd. Deze professionalisering, in combinatie met strenge wet- en ­regelgeving rond energieverbruik, maken Nederlandse datacenters één van de energie-efficiëntste ter wereld. Datacenters zijn geen notoire energieverspillers maar helpen het energieverbruik van onze exploderende it-sector juist stabiliseren. Volgens het agentschap is de datacentersector ‘on par’. Iets wat helaas maar weinig sectoren kunnen zeggen.

De coronacrisis toont het belang nog eens aan: het internetverkeer steeg met 40 procent door het thuiswerken en thuisonderwijs. Terwijl het energieverbruik in datacenters maar 1 tot 4 procent steeg. Netto levert elke dag thuiswerken, dankzij juist dat digitale fundament, 8 procent energiebesparing op oftewel 25 miljoen ton wereldwijd aan CO2-emissies.

In Nederland hebben datacenters inmiddels 86 procent van hun stroomverbruik vergroend. Datacenters kopen deze dure groene stroom zelf in, veelal Europees, met import van wind-, zonne- en hydro-energie. Van deze gecontracteerde groene stroom betalen Nederlandse bedrijven, inclusief datacenters, 67 procent van de Opslag Duurzame Energie (ODE), van waaruit Nederland windparken kan financieren.

Dat staat nog los van de miljoeneninvesteringen die datacenters moeten doen op het gebied van stroom-­infrastructuur in gebieden waar stroomleveranciers niet kunnen voldoen aan de aansluitingsplicht. Datacenters zijn door hun stabiele afname juist gewilde partijen die meehelpen wind- en zonneparken te financieren.

We werken al vier jaar aan het benutten van de restwarmte, waarvoor de GroenLinks-auteurs pleiten. Ondanks dat de Warmtewet en de marktprijzen de mogelijkheden van restwarmte sterk tegenwerken, zijn er tal van projecten: in Aalsmeer (zwembad, kinderdagverblijf en kweker), Eindhoven (35 kantoren) en Amsterdam (600 studentenwoningen, plus 700 in 2021) en binnenkort met 3.000 woningen in Groningen en Amsterdam. Dit toont de grote potentie van deze ‘tweedehands’-groene energie. Nederland kan jaarlijks structureel 600 kiloton CO2-emissie overbodig maken, ongeveer 1 procent van de opgave voor 2030, en tegelijkertijd ook een belangrijke rol spelen als datacenterknooppunt in de wereld.

Netflix, BBC, Booking.com

Een kritische blik op het gebruik van grondstoffen voor onze data is zeker nodig. Maar de economische opbrengst kunnen we niet missen. Onze uitstekende data-infrastructuur trekt mede klanten als Netflix, Booking.com, Tesla, Cisco, Disney, Discovery en BBC naar ons land, inclusief ­kantoren en duizenden arbeidsplaatsen. Datacenters dragen direct 1,5 miljard euro bij aan het Nederlandse bbp en nog deze eeuw zal deze sector Schiphol en Rotterdam passeren in economisch belang qua mainport.

Nederland is groot geworden met een economie die draait op hubs. Als het die rol als digitaal knooppunt kwijtraakt aan andere Europese landen, gaan veel banen verloren, maar ook de kansen rond restwarmte, investeringen in wind- en zonneparken en innovaties voor energie-efficiëntie. Bovendien maken datacenters geen herrie voor omwonenden zoals vliegtuigen, vervuilen niet als het vrachtverkeer en, ook belangrijk, houden hun eigen broek op in crisistijd.

Het is goed om kritisch te blijven kijken naar digitale toepassingen die data, energie en grondstoffen kosten, zoals GroenLinks doet. Maar laten we juist een voorbeeld nemen aan de digitale sector die een voorloper en een lichtend voorbeeld is hoe economie en duurzaamheid goed samen kunnen gaan, zeker gelet op de toekomst. 

Stijn Grove is directeur van de Dutch Data Center Association.

Meer over