Opinie

Opinie: Corona heeft de kloof tussen oud en jong verbreed – en dat kan ons opbreken

Jongeren in Europa hebben iets gemeenschappelijk: de pandemie heeft niet veel goeds gedaan voor hun vertrouwen in de overheid. Dat gebrek aan geloof in de democratie maakt dat we op een kritiek punt zijn beland.

Fieldlab-experiment op het Lowlands-terrein, maart 2021. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Fieldlab-experiment op het Lowlands-terrein, maart 2021.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Elke grote crisis van het afgelopen decennium heeft Europa, binnen de landen zelf en onderling, langs verschillende lijnen verdeeld. De eurocrisis scheidde de Europeanen van noord naar zuid en verdeelde het continent in debiteuren en crediteuren. De vluchtelingencrisis creëerde weer een andere scheidslijn, dit keer tussen het oosten en het westen.

Maar terwijl deze scheidslijnen zeer zichtbaar waren en zich uitkristalliseerden in verschillende kampen en ook een effect hadden op andere beleidsterreinen, leek de pandemie in de beginfase de Europeanen samen te brengen. Toen de EU-regeringen van de ene dag op de andere hun grenzen sloten, vierde het nationalisme hoogtij, Maar dat veranderde snel in een Europese daadkracht, toen de EU-lidstaten overeenkwamen collectief vaccins aan te kopen.

Naarmate de tijd verstreek, werd het echter steeds duidelijker dat de beleving van de pandemie in grote delen van de EU sterk uiteenliep en dat sommige van de oude scheidslijnen van het EU-blok, zowel geografisch als generationeel, opnieuw de kop opstaken.

De nieuwste opiniepeiling van de ­European Council on Foreign Relations (ECFR) over de standpunten van de burgers tijdens de coronapandemie laat een scherpe kloof zien tussen het oosten en het zuiden enerzijds en het noorden en het westen anderzijds wat betreft de persoonlijke ervaringen van de burgers met de coronacrisis.

In Zweden, Denemarken, Frankrijk, ­Nederland, Oostenrijk en Duitsland bijvoorbeeld blijkt een meerderheid van de respondenten niet persoonlijk door de ziekte te zijn getroffen. In Bulgarije, Hongarije, Polen, Spanje en Portugal is het tegenovergestelde het geval.

De tweede realiteit die uit de opinie­peiling naar voren komt, is dat de Europeanen verdeeld zijn over wat volgens hen de beweegredenen van de regeringen zijn achter de nationale covid-19-beperkingen.

Drie groepen

Het blijkt dat Europa vandaag de dag drie verschillende en strijdende groepen telt: de ‘vertrouwenden’, zij die vertrouwen hebben in de regeringen en ervan overtuigd zijn dat de enige reden achter de ­beperkingen de noodzaak is de verspreiding van het virus te stoppen; de ‘achterdochtigen’, die geloven dat de regeringen de beperkingen hebben gebruikt om ­tekortkomingen te verdoezelen; en de ­‘beschuldigers’, degenen die denken dat de regeringen de coronapandemie aan­wenden om hun controle over de mensen te vergroten.

In de verschillende Europese samenlevingen varieert de omvang van deze groepen aanzienlijk. In gepolariseerde samenlevingen zoals Polen en Frankrijk heeft de crisis in plaats van sociale eenheid en een gemeenschappelijk doel te brengen, de bestaande ideologische tegenstellingen versterkt.

In Polen trof de European Council on ­Foreign Relations het grootste aantal mensen dat denkt dat de overheid beperkingen in verband met de pandemie gebruikt om de illusie van controle te wekken of als excuus om het publiek te controleren. In Frankrijk daarentegen heeft de pandemie geleid tot een ‘cross-dressing effect’ bij ­politieke partijen. De crisis heeft de liberale aanhangers van het centristische politieke platform van president Emmanuel Macron ertoe aangezet om een sterk interventionistisch overheidsoptreden te steunen. De aanhangers van Marine Le Pen, wier partij Rassemblement national vaak een meer ­autoritaire staat nastreeft, hadden juist de indruk dat de beperkingen te streng ­waren.

Van alle kloven die uit de enquête van de European Council on Foreign Relations naar voren komen, is de meest in het oog springende (zowel binnen de Europese deel-samenlevingen als in geheel Europa) de kloof tussen de generaties.

Uit de enquête bleek dat bijna tweederde van de respondenten boven de 60 jaar zich niet persoonlijk getroffen voelt door de coronacrisis, terwijl een meerderheid van de respondenten onder de 30 jaar zich wel gedupeerd voelt.

Wereldoorlogen

Voor jongeren is de pandemie een existentiële bedreiging voor hun manier van leven en in brede kring heerst het gevoel dat hun toekomst is opgeofferd voor die van hun ouders en grootouders. Dit sentiment echoot dat van eerdere generaties jongeren die andere ingrijpende veranderingen hebben meegemaakt, zoals wereldoorlogen en revoluties. En het lijkt moeilijk voor te stellen dat we daarvan niet de gevolgen zullen zien.

Een van de duidelijkste gevolgen tot dusver is een toename van het cynisme: de ­jongere generatie in Europa gelooft minder in de belangrijkste beweegredenen van hun regering om pandemiegerelateerde beperkingen in te voeren.

Het feit dat de crisis het vertrouwen van jonge Europeanen in hun politieke ­systeem verder heeft aangetast, kan gevolgen hebben op de lange termijn voor de toekomst van de democratie. Uit onderzoek van het Centre for the Future of ­Democracy van de universiteit van Cambridge blijkt dat de jongeren van vandaag – zelfs vóór de crisis – het meest ontevreden zijn over de prestaties van democratische regeringen. Zij staan sceptischer tegenover de verdiensten van de democratie, niet alleen in vergelijking met de ouderen van vandaag, maar ook in vergelijking met ­jongeren die in vroeger tijden werden ­ondervraagd.

We zijn in Europa niet ver verwijderd van het moment waarop jongeren besluiten dat democratie niet ‘hun ding’ is.

Vertaling: Dyon Leever

Ivan Krastev is voorzitter van het Centrum voor Liberale Strategieën in Sofia en permanent Fellow aan het IWM-Instituut voor Menswetenschappen in Wenen.
Mark Leonard is directeur van de Europese Raad voor buitenlandse betrekkingen.

Meer over