Opinie

Opinie: Centralisering is niet de oplossing voor problemen in ons onderwijs

Er kan en moet veel beter in het onderwijs, maar niet op de revolutionaire manier die Ton van Haperen bepleit. Geleidelijke aanpassingen maken meer kans, betoogt onderwijsbestuurder Nol van Beurden.

Boze ouders dienen in januari 2020 een klacht in bij de Inspectie van het Onderwijs. Zij vinden dat de inspectie beter moet controleren op het naleven van het recht op het passend onderwijs en de plicht van scholen om dit te bieden.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Boze ouders dienen in januari 2020 een klacht in bij de Inspectie van het Onderwijs. Zij vinden dat de inspectie beter moet controleren op het naleven van het recht op het passend onderwijs en de plicht van scholen om dit te bieden.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Ton van Haperen mocht weer eens zijn hart luchten. Ditmaal zelfs over meerdere pagina’s uitgemeten. Het doet de vraag rijzen of de redactie van De Volkskrant gelooft dat iets meer waar wordt als het meer aandacht krijgt. De Baudet-benadering. Jammer dat er voorbij gegaan wordt aan de nuance en de volledigheid. Oftewel: misschien toch beter evolutie dan revolutie.

Ik doe een poging aan te vullen. Ik ben namelijk van die vermaledijde soort: onderwijsbestuurder. En ook nog van de gevaarlijke soort: zo’n idealist die denkt zijn best te doen het onderwijs beter te maken.

Ton van Haperen heeft in een aantal opzichten gelijk. Het belangrijkste punt dat in het interview van 3 april naar voren komt is dat het volstrekt niet meer van deze tijd is onderwijs te organiseren langs lijnen van verzuiling. Een politiek compromis uit het begin van de vorige eeuw (gelijkstelling bijzonder onderwijs afgedwongen in de uitruil tegen kiesrecht, om het socialisme te ontwapenen) geeft alleen maar complicaties.

Risicomijdend

Onderwijs besturen omdat het onderwijs anders niet katholiek, protestant of openbaar zou kunnen zijn is niet van deze tijd. Als onderwijsorganisaties niet op dat soort gedateerde uitgangspunten georganiseerd zouden zijn, zou het veel eenvoudiger zijn scholen te organiseren die onderwijskundig complementair zouden zijn in plaats van wat er nu gebeurt, namelijk dat besturen en scholen risicomijdend zijn en dicht bij eenzelfde traditioneel concept blijven in de slag om de leerling. De leerlingenaantallen zijn immers de basis voor de bekostiging en daarmee voor de continuïteit van de instelling.

Er wordt niet echt geconcurreerd op kwaliteit, er wordt gewedijverd op imago en dat is heel wat anders.

In tegenstelling tot Van Haperen denk ik niet dat het heel verstandig zou zijn alles te centraliseren. Want als je alles centraliseert vergeet je dat er altijd lokaal of regionaal moet worden georganiseerd en beheerd. Van lesroosters tot passend onderwijs en onderhoud van gebouwen. En de ontwikkeling van personeel, waarbij ik de idealen van Van Haperen van harte deel, zal toch echt ondersteund, begeleid en beoordeeld moeten worden.

Bovendien is het oude declaratiestelsel ruim 20 jaar geleden niet voor niks afgeschaft. Het bleek bij een sterk centralistische benadering niet mogelijk de kosten te beheersen omdat er, centraal, niet te ontkomen viel aan steeds algemeen verklaren wat specifiek bedoeld was.

Daarnaast: Op welke praktijk van de afgelopen regeringsperiodes is het vertrouwen gebaseerd dat de overheid het onderwijs wel goed kan besturen via één landelijke dienst ?

Haalbaar alternatief

Nee, dan is het beter toe te werken naar een alternatief dat beter haalbaar is dan de volledige ommekeer waar Van Haperen naar streeft. In een aantal ‘gidslanden’ waarmee Nederland zich in de internationale context vergelijkt, is het al lang werkelijkheid: regionale besturen die een breed spectrum aan kinderopvang, basisonderwijs en voortgezet onderwijs organiseren, zodanig dat er (thuisnabij) voor ieder kind een school is op redelijke afstand die passend onderwijs biedt.

Complementaire concepten (en zelfs scholen op basis van levensovertuiging als daar reden toe is). Van meer traditioneel klassikaal tot meer individueel wanneer nodig. Met doorgaande leerlijnen binnen zo’n stichting (of welke rechtspersoon je ook maar wilt). Geen concurrentie om de leerling en geen politici, onderwijsexperts en vakbondsmensen in een toezichthoudend orgaan.

Met examens waarbij leerlingen vakken op verschillende niveaus kunnen doen, passend bij een concreet opleidingsperspectief na de middelbare school. Met als winstpunt dat leerlingen met uiteenlopende cognitieve vermogens elkaar blijven treffen. Bij sport, bij creatieve vakken, bij vakken die de een op zijn hoogste niveau doet en de ander juist niet omdat hij/zij andere accenten legt. Veel minder de kunstmatige scheidslijn tussen hoofd en handen, veel minder voorsorteren op 12-jarige leeftijd.

Scholenbouw

En dan graag in één moeite door het geld voor scholenbouw (voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs) ofwel sturen naar die regionale instellingen ofwel dit centraal regelen, want de meeste gemeenten die nu dat geld krijgen, zijn niet in staat dit adequaat uit te voeren. Niet uit onwil, maar gewoon omdat ze het er niet bij kunnen hebben en de 4-jarige horizon van opvolgende wethouders gecombineerd met programakkoorden van de colleges samenhangend meerjarenbeleid schier onmogelijk maken.

Nog een plus: het geheel van Passend Onderwijs kunnen we leggen bij die regionale instellingen. Waarom hebben we daar in vredesnaam afzonderlijke organen voor ? Eigenlijk alleen om die verzuilde besturen samen aan tafel te krijgen.

En waarom al die verschillende regio’s? Al die samenwerkingsverbanden voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs die qua geografie verschillen en ook weer afwijken van gemeentegrenzen, met afzonderlijke inspectie op de scholen en op die samenwerkingsverbanden?

Versnippering

Het is waar, er is voldoende geld in het onderwijs. We hebben er alleen alles aan gedaan de zaak zo te versnipperen dat heel veel mensen heel veel tijd kwijt zijn met overleggen en afstemmen, inrichten, toezicht houden en verantwoorden. Ik zou het Ton van Haperen gunnen dat hij eens echt overzicht te krijgt over wat bestuurders allemaal moeten doen.

Ik ben van die vermaledijde soort en doe oprecht mijn best. Ik weet dat ik veel effectiever zou kunnen zijn zonder versnippering en ik weet ook nog hoe dat te veranderen zou zijn. Ik weet dat we met hetzelfde geld (veel) meer zouden kunnen doen voor onze kinderen en onze leraren.

Nol van Beurden is bestuurder in het primair onderwijs, met ruime ervaring in lesgeven en leiding geven in het voortgezet onderwijs.

Meer over