Opinie

Opinie: Biden spreekt terecht over een genocide in Oekraïne

Als het stoppen met olie en gas uit Rusland een substantiële verzwakking van Rusland zou opleveren, dan hoort Nederland zijn uiterste best te doen daar binnen zeer afzienbare tijd aan te voldoen. Dat is geen politieke wensdroom, maar het voldoen aan een verplichting van het Genocideverdrag.

Phon van den Biesen
Vrijwilligers halen op 12 april lichamen van burgers op in Boetsja, waar Russische militairen honderden burgers doodschoten- van sommige vermoorde burgers waren de handen op de rug gebonden.  Beeld AP
Vrijwilligers halen op 12 april lichamen van burgers op in Boetsja, waar Russische militairen honderden burgers doodschoten- van sommige vermoorde burgers waren de handen op de rug gebonden.Beeld AP

De retoriek van Vladimir Poetin is al niet geruststellend. Hij spreekt over Oekraïne als een land zonder bestaansrecht en verwijst naar de Oekraïners als een inferieur volk. Zijn daden zijn inmiddels net zo veelzeggend: scholen, waaronder kleuterscholen, zijn op grote schaal vernietigd, evenals kraamklinieken en ziekenhuizen. Vernietiging lijkt de inzet te zijn. Geen wonder dat de Amerikaanse president Joe Biden de kwalificatie genocide niet langer schuwt, evenmin als premier Justin Trudeau van Canada.

Natuurlijk, zegt iedereen erbij, moet deze kwalificatie nog wel in gerechtelijke procedures worden vastgesteld. Maar dat vaststellen is ingewikkelder dan vaststellen of iemand een moordenaar is, want voor dat laatste is alleen maar nodig dat de dader de opzet had het slachtoffer te doden. Bij genocide komt daar nog een te bewijzen opzet bij: de opzet om met het moorden een specifiek gedefinieerde groep mensen geheel of gedeeltelijk te vernietigen. Het bewijsmateriaal is nog niet aan een rechter voorgelegd.

Keiharde juridische verplichting

Gelukkig mogen we daar volgens het Genocideverdrag niet op wachten. Het verdrag beoogt ‘de mensheid van deze afschuwelijke gesel te verlossen’. Het eerste artikel van het verdrag bepaalt dat alle staten die partij zijn bij het verdrag, bijna alle staten van de wereld, verplicht zijn genocide te voorkómen. En dat is een keiharde juridische verplichting die doodgewoon nageleefd behoort te worden.

Servië heeft dat als eerste staat moeten ondervinden, toen het op 20 februari 2007 door het Internationaal Gerechtshof werd veroordeeld omdat het juist die verplichting-tot-voorkomen in relatie tot de Srebrenica-massamoord had geschonden. Het hof stelde vast dat de massamoord in Srebrenica van juli 1995 als genocide moest worden aangemerkt. Vervolgens oordeelde het hof dat Servië ondanks de serieuze aanwijzingen voor een dreigende genocide niet zijn uiterste best had gedaan om de genocide te voorkomen. En dat terwijl Servië bij uitstek in staat was de slachting te vermijden.

Er zat dus twaalf jaar tussen de feitelijke genocide en de juridische vaststelling daarvan. Als gezegd, daar mógen we niet op wachten. De misdaden van het Russische leger nu als genocide te kwalificeren, is niet te vroeg. In de door Bosnië aangespannen zaak tegen Servië liet het Internationaal Gerechtshof zich specifiek uit over die timing. Volgens het hof is het juist ‘absurd’ dat partijen pas verplicht zijn een genocide te voorkomen als die feitelijk begint, omdat het hele punt van Artikel I van het verdrag juist is dat genocide voorkomen moet worden - en de poging het leed te voorkomen moet juist tijdig worden ondernomen.

Verplichting genocideverdrag

Biden en Trudeau spreken dus niet voor hun beurt. Belangrijker nog, de internationaal afgesproken sancties tegen Rusland krijgen nu juist extra betekenis, omdat het uitvoeren ervan nu kan worden opgevat als het invulling geven aan de verplichting van Artikel I van het Genocideverdrag. Dat gaat dus om een harde internationaalrechtelijk verplichting. En die verplichting rust op alle staten die partij zijn bij het Genocideverdrag.

Het hof stelde in de Bosnische zaak verder dat het gaat om een inspanningsverplichting en niet om een verplichting tot het leveren van een specifiek resultaat. Tegelijkertijd benadrukte het dat alle staten hun uiterste best moeten doen genocides te voorkomen. De vraag die wij ons moeten stellen is dus niet of Nederland genoeg doet, maar of Nederland genoeg doet ‘in het kader van zijn verplichting zijn uiterste best te doen om genocide in Oekraïne te voorkomen’. Overigens hoeft Nederland dat doel niet in zijn eentje te bereiken.

De vraag blijft of Nederland in het kader van de internationale inspanningen inderdaad het uiterste doet wat van een rijk land verwacht mag worden. Als er dan, volgens De Nederlandsche Bank, 80 miljard aan Russisch vermogen in Nederland is gestald, is beslag leggen op een bedrag van omstreeks 1 miljard dan echt onze uiterste best doen?

En als de aanname is dat het stoppen met olie en gas uit Rusland een zeer substantiële verzwakking van Rusland zou opleveren, dan hoort bij de verplichting tot het voorkomen van genocide dat wij daadwerkelijk ons uiterste best doen binnen zeer afzienbare tijd de olie-en gaskraan helemaal dicht te draaien. Dat is geen politieke wensdroom, maar gewoon het voldoen aan een verplichting die krachtens het Genocideverdrag op ons rust.

Phon van den Biesen is advocaat in Amsterdam. Hij was Deputy Agent van Bosnië en Herzegovina in de Genocidezaak tegen Servië (1994-2007).

Meer over