Opinie

Opinie: Alsjeblieft, geen revolutie in het onderwijs

Wat nodig is in het onderwijs? Goed zicht op de gevolgen van de covid-19-crisis voor leerlingen en kennis van wat werkt om nadelige gevolgen weg te werken, betoogt Inge de Wolf.

Miranda geeft in de ochtenden thuis les aan haar dochter en vier andere kinderen uit de zelfde klas. Beeld Arie Kievit
Miranda geeft in de ochtenden thuis les aan haar dochter en vier andere kinderen uit de zelfde klas.Beeld Arie Kievit

Een kleine, zeer aanwezige groep mensen roept dat deze covid-19-crisis het moment is om het onderwijs te innoveren. Waarop een bonte stoet volgt van emoties, meningen, N=1- ervaringen en ideologieën. Iedereen lijkt overtuigd van het eigen gelijk, terwijl de voorstellen alle kanten op schieten: wel of juist geen examens, iedereen een extra jaar of gericht bijspijkeren, achterstanden of een nieuw begin, zelfontplooiing of alleen nog taal en rekenen. Te vaak ontbreekt het hierbij aan feiten.

Net als in discussies over het virus, leidt de imposante kudde stokpaardjes in het onderwijs niet tot de beste oplossingen. Ze zorgen voor verwarring, ruzie over wie gelijk heeft en discussies over begrippen. Het leidt af van wat er moet gebeuren. Wat we nodig hebben zijn twee dingen: goed zicht op de gevolgen van de covid-19-crisis voor leerlingen en kennis van wat werkt om nadelige gevolgen bij leerlingen weg te werken. Gebruik hierbij inzichten uit de wetenschap, zoals dat in de bestrijding van het virus ook gebeurt via het Outbreak Management Team (OMT).

Contouren

Als eerste moeten we begrijpen wat er precies aan de hand is. Op landelijk niveau beginnen de contouren zich af te tekenen. Diverse wetenschappelijke onderzoeken tonen dat een kleine groep leerlingen geen hinder ondervindt van de covid-19-crisis, er zelfs van profiteert.

Een veel grotere groep leerlingen loopt vertraging op, ze leren minder dan gebruikelijk op hun school of opleiding. Bij basisschoolleerlingen is dit zichtbaar bij taal en rekenen, in het voortgezet onderwijs bij alle vakken en in het beroepsonderwijs vooral bij de beroepsgerichte vakken. Ook zijn er zorgen om het welbevinden van leerlingen. En leerlingen stromen minder gunstig door naar het vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt (lagere adviezen, minder banen). Al deze gevolgen blijken veel groter voor leerlingen met lager opgeleide ouders dan voor leerlingen waarvan de ouders hebben gestudeerd. De zorgen zitten vooral bij het welzijn en de ontwikkeling van leerlingen die school het hardst nodig hebben.

Niet stoppen met toetsen

Leraren en schoolleiders kunnen deze informatie gebruiken om leerlingen gericht te helpen. Omdat de verschillen tussen leerlingen zo groot zijn, is maatwerk nodig. Dit maakt een nationale herstart voor alle leerlingen, zoals rector Wim van Boxtel maandag in deze krant bepleitte, een onverstandig idee. Ook begrijp ik niet dat sommige mensen voorstellen om te stoppen met toetsen en examens. Dit lijkt me net zo onverstandig als het stoppen met het bijhouden van de coronabesmettingen. Niet hoeven meten geeft wellicht even lucht, maar het helpt niemand en het maakt het probleem erger. We moeten ons evenmin laten verleiden tot revoluties in het onderwijs, zoals een alternatief einddoel. Het voorstel van maatschappijleraar Van Leeuwen om vooral te leren evalueren, klinkt sympathiek, maar het helpt leerlingen niet die nu het risico lopen laaggeletterd of laaggecijferd te raken of een essentieel deel van hun beroepsopleiding missen.

Geen vrijblijvendheid

Als tweede moeten we weten wat wel werkt om de negatieve gevolgen voor leerlingen aan te pakken. Onderwijsvrijheid mag niet uitmonden in vrijblijvendheid. In deze tijd van hoge werkdruk, is het extra belangrijk om te focussen op bewezen effectieve aanpakken en niet tevreden te zijn met goede bedoelingen. Gelukkig weten we steeds beter wat effectief is in het wegwerken van leerachterstanden. Goede leraren blijken hierbij de belangrijkste factor.

We moeten dus zorgen dat vooral leerlingen met achterstanden les krijgen van onze allerbeste leraren en dat deze leerlingen niet bovengemiddeld veel last houden van het lerarentekort. Bijspijkerprogramma’s en extra tijd zijn zeer effectief om leerlingen met vertraging weer op hun niveau te krijgen, mits op maat en goed uitgevoerd. Ook werkt het om ouders gericht te helpen hun kind thuis beter te ondersteunen. Alleen al het meegeven van boeken verhoogt bijvoorbeeld de leesprestaties van leerlingen die thuis geen gevulde boekenkast hebben.

Wetenschappelijke inzichten

Voor scholen en voor het nationaal programma zijn deze wetenschappelijke inzichten belangrijk. De crisis vraagt om goede analyses, maatwerk en een brede samenwerking. Zeer positief zijn daarom de initiatieven waarin de onderwijspraktijk, wetenschap en beleid samen optrekken. Zelf draag ik hieraan bij vanuit het nieuwe Education Lab NL. We doen er onderzoek naar wat in de praktijk werkt, met leraren, schoolleiders, wetenschappers en onderwijsinspecteurs. Momenteel onderzoeken we de gevolgen van covid-19 voor basisschoolleerlingen en effectieve aanpakken.

Leerlingen zijn gebaat bij goede analyses en inzicht in wat werkt. Stop daarom om elkaar te vermoeien met feitenvrije meningen, N=1-ervaringen en discussies over termen. Laten we de wetenschap benutten om tot goede oplossingen te komen. En laten we de gekozen oplossingen straks evalueren, de effecten ervan in kaart brengen en hiervan leren. Zo werken we aan beproefde aanpakken, voor iedere leraar, schoolleider, schoolbestuurder en beleidsmaker. Hiermee kunnen we niet alleen deze crisis te lijf, maar komen we tot duurzame innovatie en verbetering van ons onderwijs. Hiermee helpen we zowel de huidige leerlingen als toekomstige generaties.

Inge de Wolf is bijzonder hoogleraar Universiteit Maastricht en onderwijsinspecteur.

Meer over