Opinie

Opinie: Al was het niet waar: zég dat we in Afghanistan waren voor nationbuilding

Het opbouwen van een stabiele, democratische samenleving in Afghanistan is mislukt, net als het beschermen van vrouwen en meisjes. Het ging om de strategische veiligheid van de VS, en meer in het algemeen om wraak voor 9/11.

President Joe Biden licht het vertrek uit Afghanistan toe. Beeld Hollandse Hoogte
President Joe Biden licht het vertrek uit Afghanistan toe.Beeld Hollandse Hoogte

De top-10 van Historische Toespraken zullen ze niet halen. Na de recente gebeurtenissen is het gênant de woorden terug te lezen die de Amerikaanse president Joe Biden op 8 juli sprak, toen hij meedeelde dat de laatste Amerikaanse troepen op 31 augustus uit Afghanistan zouden vertrekken. ‘De Verenigde Staten’, zei hij, ‘hebben dat gedaan waarvoor zij naar Afghanistan gingen: de terroristen pakken die ons op 9/11 aanvielen, Osama bin Laden vervolgen, zorgen dat we niet langer aangevallen kunnen worden vanuit Afghanistan. Dat is waarom we gingen. De missie is vervuld, in die zin dat dat deel van de wereld niet langer terrorisme voortbrengt.’

Na de dodelijke aanslag van donderdag 26 augustus op het vliegveld van Kabul zou Biden waarschijnlijk wensen dat hij die passage alsnog zou kunnen weglakken. Terrorisme in ‘dat deel van de wereld’ is springlevend.

Gênant was de toespraak ook omdat Biden op geen enkele manier toegaf dat een deel van de missie helemaal niet is vervuld, dat de VS ook hebben gefaald. Gefaald in het opbouwen van een stabiele, enigszins democratische samenleving. Gefaald in het beschermen van vrouwen en meisjes tegen religieus obscurantisme. Daar zei hij niets over.

Wraak voor 9/11

Of eigenlijk zei hij er wel iets over. Eén kort zinnetje: ‘We gingen niet naar Afghanistan om aan nation building te doen.’ Daar achteraan nog de ware redenen: Osama ‘naar de hellepoort’ slepen en Al Qaida uitschakelen. ‘Beide doelen hebben we bereikt, punt.’

Dat kun je cynisch noemen, je kunt het ook eerlijk noemen. Want het is nog waar ook: nation building was niet wat de VS voor ogen hadden toen ze onder George Bush besloten het Taliban-­regime te verdrijven. Het ging om de strategische veiligheid van Amerika, en meer in het algemeen om wraak voor 9/11.

Nation building en in het bijzonder de vrouwenrechten zijn er pas achteraf bij gehaald, als nobeler en beter te verkopen doeleinden. Maar daar is het de VS nooit om te doen geweest. In hun vredesakkoord van februari 2020 met de Taliban komt het woord ‘vrouwen’ niet voor.

Voor Nederland geldt iets vergelijkbaars. Wij besloten echt niet tot deelname aan de ISAF-missies omdat we voor Afghanistan een mooie toekomst op het netvlies hadden. We deden mee omdat we ons een trouwe bondgenoot van de VS wilden betonen, niet meer en niet minder. Het bouwen van schooltjes en programma’s voor vrouwen waren de ‘zijdelingse meevaller’ van een in wezen militaire missie, als je het tegenovergestelde van collateral damage zo kunt noemen. Zoet beleg voor op de militaire boterham.

Feodale kluisters

Zeker, voor veel van degenen die de ISAF-missies moesten uitvoeren, werd dat opbouwwerk de reden van hun aanwezigheid in Afghanistan. Vandaar dat generaal Mart de Kruif, ISAF-commandant in 2008-’09, zich vorige week op Radio 1 ontluisterd en diep gefrustreerd toonde over de vaandelvlucht van de Amerikanen en de toespraak van Biden. De Kruif was namelijk wél in Afghanistan voor nation building. Hij trok zelfs een vergelijking met München 1938, en het verraad van Neville Chamberlain, toen de Britse premier dacht een pact met Hitler te kunnen sluiten om de Europese vrede te bewaren.

Een andere historische vergelijking is in dit opzicht ook interessant: die met de inmenging van de Sovjet-Unie in Afghanistan (1978-1989). De Sovjets stuurden het Rode Leger om hun geopolitieke belangen veilig te stellen, geen twijfel. Maar daarnaast deden ze óók aan nation building. Wegen werden aangelegd, ziekenhuizen, scholen en fabrieken gebouwd, leraren en vaklieden opgeleid.

Ook werd, helaas vaak met botte dwang, gepoogd de Afghaanse vrouwen uit hun feodale kluisters te bevrijden. Sociologe Valentine Moghadam beschrijft dat in haar onvolprezen boek Modernizing Women. In dorpen werden meisjes naar school gestuurd en jonge vrouwen gingen naar de universiteit, waar op zeker moment tweederde van de studenten vrouw was. Moghadam zag in Kabul vrouwelijke piloten, fabrieksdirecteuren, veeartsen, generaals, parlementariërs.

Amerikaanse wapensteun

De mujahedin, de islamitische strijders, gruwden ervan. In 1989 zat ik in Darsamand, in het Afghaans-Pakistaanse grensgebied, met zo’n dertig kaderleden van de mujahedin. Gelooide mannen met baarden en platte pakol-mutsen, een enkele tulband. Ernstig bespraken we de strijd tegen de communisten, maar toen ik ‘de rechten van de vrouw’ aan de orde stelde, was homerisch gelach mijn deel. Vrouwenrechten! Het idee alleen al!

Gulbuddin Hekmatyar, een van de mujahedinleiders, had zich vanaf 1970 in Kabul onderscheiden door westers geklede vrouwen in de benen te schieten of zuur in het gezicht te werpen. En híj was de grootste ontvanger van Amerikaanse wapensteun.

In de jaren dat de mujahedin de macht hadden, 1992-’96, publiceerde Amnesty International een rapport over de Afghaanse vrouwen. Veelzeggende titel: Een mensenrechtencatastrofe. In 2009 bleek uit het rapport The Cost of War dat volgens Afghanen de mujahedinperiode werd gekenmerkt door grootschalig seksueel en ander geweld tegen vrouwen. Onder de Taliban werd dat minder.

Dus toen ik na 2001 mensen als George Bush en Donald Rumsfeld hoorde zeggen dat de VS óók in Afghanistan waren vanwege de vrouwenrechten, moest ik altijd even denken aan die schaterlachende mujahedin, de door Ronald Reagan bejubelde ‘vrijheidsstrijders’.

Tot welke conclusie leidt dit alles? Misschien wel: regeringen, wees eerlijk over je motieven als je militair intervenieert. Wek geen valse verwachtingen.

Of, cynisch genoeg, juist het tegenovergestelde, bedacht ik toen ik vorige week Abdul Wahid Hamidi sprak, een Afghaanse journalist en sociaal werker die nu in België verblijft. Ook hij was verontwaardigd over Bidens woorden. ‘Hij heeft me voor mijn eigen mensen neergezet als leugenaar’, zei hij. ‘Ik heb altijd tegen de Afghanen gezegd: de Amerikanen zijn hier om ons land op te bouwen. Nu blijkt dat dat niet waar was. Hoe moet ik dat uitleggen?’

Vervolgens deed hij bijna wanhopig een oproep aan de Nederlandse regering: ‘Verklaar nogmaals dat jullie in Afghanistan waren voor nation building. Zelfs als het niet waar was: zég het in ieder geval.’

Rob Vreeken is correspondent voor de Volkskrant.