Opinie

Opinie: Afschaffen steun is dikke middelvinger naar de culturele sector

Wanneer gaat het kabinet beseffen dat een musicus toch echt geen kapper is, die meteen weer helemaal open kan zijn? Zonder steun zullen zzp’ers in de cultuursector het moeilijk krijgen.

Spinvis in poppodium De Helling,  voor zijn eerste concert na de lockdown. Beeld ANP
Spinvis in poppodium De Helling, voor zijn eerste concert na de lockdown.Beeld ANP

Vanaf 1 oktober schaft het kabinet de steunmaatregelen voor ondernemers die getroffen zijn door de coronamaatregelen af. Een ramp voor ondernemers in de culturele sector. En onbegrijpelijk, aangezien de Taskforce culturele en creatieve sector recentelijk berekende dat ook dit najaar, en tot ver in 2022, de gevolgen van de coronacrisis merkbaar zullen blijven. De verwachting is dat podia en theaters dit najaar rekening moeten houden met slechts 40 procent van hun normale inkomsten uit kaartverkoop. Dit zal zeker invloed hebben op de inkomsten van de zzp’ers.

Een dag voordat dit bericht naar buiten kwam vond het jaarlijkse Paradiso-debat plaats. Tijdens dit debat reflecteren sprekers op de actuele ontwikkelingen in de cultuursector en gaat de sector in gesprek met vertegenwoordigers van verschillende politieke partijen. Men was behoorlijk kritisch. Sommige politici gaven aan serieus na te denken over een flinke verhoging van het cultuurbudget. Ze leken zich bewust van de uitdagingen en ook van de benarde positie van met name de zzp’ers. Het opheffen van de steunmaatregelen voelt daarmee als een dikke middelvinger van het kabinet richting de culturele sector.

Het kabinet heeft toegezegd dat er voor onder andere nachtclubs (die voorlopig nog dicht blijven), specifieke regelingen zullen komen. Maar daar hebben de vele zelfstandigen in deze sector niets aan. Musici worden niet geboekt voor evenementen (maar mogen wel gratis komen optreden in Zandvoort). Theatermakers worden nog maar mondjesmaat gevraagd omdat festivals en theaters nog altijd niet hun volledige capaciteit mogen benutten.

Brancheorganisaties

Het wrange is dat al anderhalf jaar duidelijk is dat het kabinet verdomd weinig kennis heeft van hoe het er in de culturele sector aan toe gaat. Al sinds de start van de crisis is door brancheorganisaties herhaaldelijk aangegeven dat er groepen buiten de boot vallen. Dat de vele zelfstandigen in de culturele sector het water aan de lippen staat. Dat maatwerk nodig is. Een kapsalon kan, na heropening, redelijk snel weer aan de slag om omzet te genereren. Maar voor bijvoorbeeld musici werkt dat echt heel anders.

Het is onzinnig en simplistisch om te denken dat er de dag (of zelfs de week of maand) na het opheffen van bepaalde maatregelen weer evenementen of feesten plaats vinden. Organisatoren, maar ook particulieren die een feest geven, plannen dat over het algemeen maanden vooruit. Dat betekent dat er nu boekingen binnen komen voor begin volgend jaar. Orkesten en theatergroepen hebben tijd nodig voor repetities en voorbereidingen voordat er daadwerkelijk iets op de planken staat. En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat er ook nu nog veel organisatoren zijn die het niet aan durven om plannen te maken, omdat ze vrezen dat er komende winter opnieuw maatregelen zullen gelden.

Bioscoopregels

Een ander voorbeeld van het schrijnende gebrek aan inzicht in het reilen en zeilen van de culturele sector is dat men bedacht heeft dat bioscopen vanaf 20 september maximaal 75 personen mogen ontvangen als zij niet willen werken met speciale corona-toegangsbewijzen. Absurd, aangezien dit aantal zowel geldt voor een piepklein filmhuis met maar één zaaltje, als voor een gigantische Pathé-vestiging. De logica is ver te zoeken.

Een recente publicatie van het Centraal Planbureau laat haarfijn zien hoe er naar de culturele sector wordt gekeken. Daarin valt te lezen dat het CPB zich kan vinden in de beslissing om te stoppen met de steunmaatregelen. Volgens hen leidt dit weliswaar tot hogere werkloosheid in bepaalde sectoren, maar is er in andere sectoren genoeg werkgelegenheid. Oftewel: het overeind houden van het rijke en diverse cultuuraanbod in Nederland is niet waar het om gaat. We willen vooral niet te veel werklozen erbij.

Het onlangs vanuit de cultuursector georganiseerde protest waarbij in vijf steden enorme hoeveelheden mensen de straat op gingen om aandacht te vragen voor de wanhoop die er binnen de sector heerst kreeg volop aandacht in de pers. Maar concreet leverde het weinig op. Er volgde slechts een uitnodiging voor een gesprek. En ondertussen mogen de zelfstandigen in de culturele sector, die na anderhalf jaar zorgen, onzekerheid en nauwelijks inkomsten echt wel door hun reserves heen zijn, het fijn zelf uitzoeken.

Maaike van Steenis is ondernemerschapscoach voor de culturele sector.

Meer over